De naam Zak & As roept visioenen op van derderangs lolbroeken. Maar al bij het eerste belangrijke openbare optreden van de groet, tijdens het Leids Cabaretfestival in 1985, wordt elk wantrouwen de grond ingeboord. Het trio weet wat er in de kranten staat is muzikaal, snel, intelligent en vooral heel erg dwars. Het maakt grappen die kant en wal raken. Critici jubelen over het engagement van de groep (dat echter nimmer uitnodigt in een stemadvies) en menen de nazaten van Lurelei en Don Quishocking te hebben ontdekt.


Tekstschrijver en spil Justus van Oel (Amsterdam, 1960) is niet gecharmeerd van deze als compliment bedoelde vergelijking. Tegenover de Volkskrant bitst bij in 1989: "Zak & As staat voor recht en orde. We helpen oude vrouwtjes oversteken en wij hebben, geloof ik, allemaal keurig op Wim Kok gestemd. Maar waar ik niet tegen kan, is dat een linkse cabaretier bijvoorbeeld tegen kerncentrales hoort te zijn. Tegenstanders van kerncentrales hanteren als het ideale schrikbeeld een baby met acht armen en voeten. Een typische reclameleugen, waar Goebbels zich niet voor zou schamen. De grootse helft van de waarheid is dat aan steenkool, bruinkool en gestrande olietankers de wereld nu al kapot gaat. Maar zoiets is te moeilijk voor de Spijkermannen en de Don Quishockings die eerst het goede standpunt uit een boekje halen en er dan een liedje bij maken. Je moet weten waarover je praat en ander moet je je bek houden. Cabaretpubliek dat een opwekkende preek wil horen, gaat maar naar een progressieve basisgemeente of een leuke bijeenkomst van GroenLinks. Als ik daar ben, hoor ik alleen clichétaal en weet dat die lui onmogelijk kunnen deugen."


De Nationaal Kampioen (1989)
Het is niet vreemd dat Van Oel in zijn betoog het reclamevak en de meest illustere vertegenwoordiger van die branche, Goebbels, erbij haalt. Van Oel, die zelf een tijd in de reclame heeft gewerkt, noteert in het programmaboekje van De Nationaal Kampioen (1989): "U hoeft niet vaker of intensiever te liegen dan bijvoorbeeld een kankerchirurg of een straatveger [...] en u heeft permanent het prettige gevoel at andere mensen dommer zijn dan uzelf. Immers, u wordt geacht hen te verleiden tot zaken waartoe ze zonder uw hulp niet gekomen zouden zijn."

Dat Van Oel het cabaret/theatervak zolang heeft weten te combineren met zijn reclamewerkzaamheden heeft alles te maken met het vurige verlangen om de beangstigende machteloosheid, maar eerder nog de naiviteit of domheid van mensen duidelijk zichtbaar te maken. Beide beroepen bieden daartoe een uitstekende mogelijkheid. Soms is de combinatie van zijn werkkringen wel erg schrijnend. De bekende retorische NS-vraag "Waar zouden we zijn zonder de trein?" wordt in de Nationaal Kampioen door Levi Cohen beantwoord met: "Zonder de trein zou ik er nog zijn"


Naast de soms wat onbeholpen acterende Van Oel staat de ras-performer Erik van Muiswinkel (Eemnes, 1961), die de rauwe teksten van Van Oel op een smaakvolle wijze voor een breed publiek toegankelijk weet te maken. De twee kennen elkaar van het podium van de middelbare school in Haarlem. De eerste begeleider (piano/tuba) van de groep, Eric Eygenraam (Alphen a.d. Rijn, 1961) studeerde, net als Van Oel, schoolmuziek aan het Sweelinck-conservatorium.


Ondanks de frisse en aangenaam venijnige toon van Hij is Justus, Wij zijn Erik (1986) en Het nut van de neushoorn (1987) maakt Zak & As aanvankelijk traditioneel cabaret met losse liedjes en sketches over oorlog, minderheden, godsdienst, bejaarden en het militairisme:


Stap in de wereld die Marine heet,
of blijf je liever veilig aan de kant?

Het is een spannend jongensboek, maar ook een slagerij
een luxe hotel dat spijkerhard kan varen,
ruim voorzien van drank en rubberwaren,
met knuppels en computers - nee, 't is niet de visserij.
In pasgewassen uniform kies jij het ruime sop
en stapt aan wal in verre vreemde landen.
Je neemt wat foto' en schudt wat handen;
je zegt beleefd gedag en blaast vervolgens alles op.

Vrijwel altijd weet van Oel een verrassende invalshoek te vinden, zoals in het lied "Jurgen und Anne"; een Duitse jongen wordt verliefd op Anne Frank na het lezen van haar "unheimisch spannende" dagboek en gaat tevergeefs naar Amsterdam om haar te zoeken: "...das die Anne tot war, das hab' ich nicht gewusst"
Ook komt er een vertegenwoordiger in exotische adoptiekinderen aan het woord: "... zo'n schattig afhaal-Chineesje, veel vlees, zo in het reiswiegje mee te nemen" en bespreken de Wassenaarse hockeyvandalen op de tribune hun terreurdaden: "We hebben alle prijsjes in de Society Shop verwisseld".

Vanaf het derde programma De Nationaal Kampioen, als Eygenraam zicht heeft laten vervangen door Diederik van Vleuten (Den Haag, 1961), kiest Zak & As bewust voor een toneelmatiger aanpak, waarbij de losse nummers plaatsmaken voor één doorlopend verhaal dat in kleine afwisselende hoofdstukjes wordt opgediend. Het gaat over de betrekkelijke voordelen van democratie, over de dictator in ieder van ons, die hunkert naar orde en overzichtelijkheid:

Waarom heeft u meer boeken in huis over Adolf Hitler dan over Florence Nightingale, terwijl Florence toch een veel prettiger persoonlijkheid had?

Van Oel bewijst met De Nationaal Kampioen (net als Het Nut Van De Neushoorn geregisseerd door Fred Florusse) dat het nog steeds mogelijk is om maatschappijkritiek superieur te verwoorden in een somber programma waar je vreselijk om moet lachen. Voor Zak & As geldt: Het komt nooit meer goed met de wereld, aan het eind is er géén verlossing en daar kun je dan maar het beste goede grappen over maken.

Met het vierde en laatste Zak & As-programma is de draai naar toneel bijna voltooid. Zak & As Ontkent Alles (1990) is een geslaagde komische socio-thriller, maar komt als groepscabaretprogramma uit het lood te staan. Zo bestaat de tweede helft van de voorstelling vrijwel geheel uit een monoloog van Justus van Oel. Als de advocaat die een moordenaar verdedigt, bekritiseerd hij in zijn requistoir de rechtsstaat en draait alle waarden om. Er is geen verschil tussen schuld en onschuld. Hij geeft het begrip 'moordenaar' een totaal nieuwe lading: wie iemand doodt, levert de samenleving een groot aalntal donororganen en redt daarmee mensenlevens. Verder is stelen en helen voor de advocaat Lombrosowitz een vorm van recycling.

Met het programma wint Zak & As de Scheveningse Cabaretprijs 1991. De Jury stelt haar rapport:

"Justus van Oel is een galbak. En een zwartkijker. En een azijnpisser. Normaal gesproken betekent zo'n omschrijving dat je de persoon in kwestie beter kunt mijden. Maar Justus van Oel heeft een bijzonder gevoel voor humor, met sarcastische, ironische, platte en romantische trekjes. En deze combinatie maakt hem geknipt voor cabaret.
Erik van Muiswinkel is de ideale performer. Hij weet ook dat de energieke Van Oel net zo makkelijk een heel programma in zijn eentje schrijft, dus waarom nog moeite gedaan om zelf iets op papier te krijgen. Dat is jammer, want zijn bijdragen aan vorige programma's waren bescheiden, maar van hoog niveau. Hij is niet te overtreffen wanneer hij de klusjesman speelt, die niemand vertrouwt van wie hij de bilspleet niet kan zien. Hij is een acteur, die typetjes maakt zonder zich achter de karikatuur te verbergen en dat maakt hem geknipt voor cabaret.
Diederik van Vleuten maakt melodietjes die niet direct na afloop van de voorstelling door de bakkersknecht op straat zullen worden gefloten. Hij zit niet achter het toetsenbord vastgeplakt, maar gaat zich steeds meer (en beter) met acteren bezig houden. Moeiteloos tovert hij Paulus en Eucalypta tevoorschijn en al deze kwaliteiten maken hem geknipt voor cabaret".

De individuele mogelijkheden van het drietal blijken te groot om in één groep gecombineerd te worden en de ambities lopen te veel uiteen. Daarom heft Zak & As zich in 1991 op.

Bron: Nederlands cabaret 1970-1995, Patrick van den Hanenberg & Frank Verhallen

< terug < / >Foto's> / >Recensies> / >Tekst(en)>