Hollands Dagboek

WOENSDAG 2 APRIL

Een week lang dagboekje schrijven, dat breng ik net op. Ik heb er nog een stuk of vier liggen in mijn jeugdherinneringsscheepskist, hanepotige dagboekschriften die allemaal op 1 januari beginnen en rond de tiende verzanden in geklaag over schoolwerk en afgekeurde voetbalvelden.

Dit Hollands Dagboek begint met de Day after: dinsdagavond 2 april beleefden we de eerste Carre-avond met een hoogst merkwaardig gezelschap cabaretiers. Wat ze gemeen hebben is hun succesvolle deelname aan het Leids Cabaret Festival van Harry Kies, dat in 1978 heel studentikoos begon, en na 25 jaar een uit de kluiten gewassen instituut is geworden. Ik won ’t in 1985 met Justus van Oel en Eric Eygenraam onder de treurige naam Zak en As, maar zal omdat ik de enige ben die nog beroepshalve in het theater staat, op eigen titel aan de zeven Carre-voorstellingen meedoen. Nu ken ik Carre een beetje omdat wijlen mijn vader er ooit langdurig speelde (ik klink NU al als Annemarie Oster) in de West Side Story. Ik heb dus gezorgd dat ik op maandag al mijn tassen en kostuums kon afleveren, en passant de grote luxe VIP-kleedkamer van Snip, Snap, Toon en Freek bezettend. Ik nodig Kees Torn uit bij me in te trekken, omdat dat een hele rustige jongen is en ik goed tegen whisky en sigarenrook kan.

De dinsdagavond-voorstelling loopt boven verwachting soepel, maar is nog niet erg brutaal en los. De energie van bijna 2000 vol verwachting kloppende harten is iets waar iedereen op dit podium even aan moet wennen. Zodra je die energie om gaat zetten in speellust, gebeuren er grote dingen. Ik wist dat het goed zat toen ik het met kreetjes gemengde applaus hoorde na onze mallotige ‘Riverdance’, het openingsnummer waar we met Ana Bel Lopez van ’t Scapino zo bloedig op getraind hebben. (zie voor foto’s helaas het Parool van zaterdag 29 maart).

Op deze woensdagavond breken we meteen los, Lebbis en Jansen knallen er een openingsconference als een clusterbom uit, Najib Amhali (‘De eerste Marokkaan op het podium van Carre’) brengt Carre in 1 minuut terug tot Toomler, en ook de ‘gastspelers’, die maar twee keer meedoen in de week, voelen zich wonderbaarlijk snel thuis. Om kwart voor twaalf is de show pas afgelopen, Toon Hermansiaanse tijden keren weer. Thuis blijft je er lelijk wakker van. Om half vier slaap ik in boven het artikel ‘Iraq and the Arabs’ uit Foreign Affairs. Een behoorlijk links-liberaal Amerikaans tijdschrift, dat desondanks haarfijn uitlegt waarom die tweede Golfoorlog niet zo mooi en netjes, maar wel heel erg nodig is. Dat vind ik al maanden, maar het is altijd prettig er weer wat argumenten bij te vinden.

DONDERDAG 3 APRIL

Ik besluit mijn videocameraatje maar eens mee te nemen, om achter de schermen wat compromitterend materiaal te verzamelen. Binnen een uur heb ik alle pikken van de mannelijke cabaretiers er op staan, plus de billen van Sanne Wallis de Vries. Er is niks aan, de Schotse rokken gaan automatisch omhoog als ik verschijn. Het is sterker dan henzelf. Ik zal niet alles aan dit papier toevertrouwen, maar vooral Hans Sibbel en de kleine Robbie Kamphues verrassen me. Met hem speel ik deze avond nog een keer de ‘Oude Muziek-sketch’, een tamelijk klassieke tweespraak die we in de oertijd van Kopspijkers ook al eens op TV brachten. Vanavond ook de eerste keer dat de VARA-televisie aanwezig is, die geruisloos, zonder ook maar 1 camerarepetitie (waar we de tijd en de energie niet meer voor hadden) alles drie avonden lang vastlegt. Als dat goed blijkt te gaan is een heerlijk precedent geschapen: nooit meer eindeloze regiebesprekingen en schools gewandel van plakkertje naar plakkertje. Wij spelen en jullie draaien, en zie maar dat het erop komt. De voorstelling is nu geheel uitverkocht aan het raken, en eindigt in een uiterst bombastisch trommelnummer uit het oeuvre van Dubbel en Dwars. Het ziet er fantastisch uit, losse rijst klettert op in felle lichtbundels. Jack Spijkerman vertelde dat ze het destijds eerst met meel hadden geprobeerd. De schade aan vleugel en theaterapparatuur bedroeg enige duizenden guldens. Maar of het ook werkt, die flauwekul: de slotapplauzen zwellen aan tot Kiri te Kanawa-achtige proporties.

Thuis als altijd de nieuwsherhalingen: het vliegveld van Bagdad is ingenomen. Ik slaap in met het beeld van Marion Bloem op m’n netvlies, die een tijdje terug bij Barend en Van Dorp woedend vroeg: ‘Noem mij dan eens 1 oorlog van de Amerikanen waar iets goeds uit voortgekomen is!!!’ ‘Wat dacht je van de Tweede Wereldoorlog, Marion?’ vroeg Frits droog. Die telde niet mee, vond Marion, maar waarom wist ze niet. ’t Was ook alweer zo lang geleden. Ik ben reuze benieuwd wat de Fransen, Duitsers en Marionnen gaan zeggen als de zaak over een jaar tot rust is gekomen en de wereld weer een gruwelregime armer is, zonder dat het hun een cent gekost heeft.

VRIJDAG 4 APRIL

Ik moest om fysieke redenen het eerste ‘schrijversoverleg Sinterklaasjournaal’ (uitzending vanaf 12 november a.s.,) maar even laten schieten. De voorstelling ’s avonds is op afstand de beste tot nu toe. Regisseur Willem van de Sande Bakhuysen (ook voor uw cabaretmontages) grijnst nu van oor tot oor, we hebben de laatste oneffenheden uit de weg geruimd. Ingrid Wender en Minou Bosua (beroep: Bloeiende Maagden) stormen op verschillende plekken kort door andermans nummers heen, wat prima effecten oplevert. Onno Innemee en Mike Bodde spelen gastrollen als de Dove Goochelaars Gregor en Dolf. Ik probeer ze te filmen vanuit de coulissen, maar lig onmachtig van het lachen op de grond. Dit soort revue-pastiches: het is het moeilijkste wat er bestaat, maar als het lukt ook het allerleukste. In theater is het hoogste bereikt wanneer kinderen van zes even hard lachen als cynische volwassenen.

Vandaag tellen wij drie jarigen, twee baby’s en twee honden. We veranderen ongemerkt in een reizend circusgezelschap. Het groepsproces, dat wil wat!

’s Avonds dan toch maar eens aangeschoven bij de Smoeshaan. Dan wordt het laat. Het laatste wat ik mij herinner is dat de ogen van Nanette, de vriendin van Javier Guzman, op de Kleinkunstacademie zitten. Dat lijkt me een goede zaak.

ZATERDAG 5 APRIL

Zaterdag is onze Postbus 51 Kinderenhebbenhetdrukdag. Ik kan dit keer precies tien voetbalminuten van Kees (11) zien, die tegen Hoofddorp D4 uit speelt. Met een straffe wind mee peert hij een vrije trap in de bovenhoek, dus Papa Muizeman gaat gesterkt naar z’n werk. In Amsterdam slaag ik bij good old antiquariaat Kok in het vinden van een stel betaalbare oude cadeauboekjes over theater. Organisatoren Helga Voets, Geert Vriend en Anne Reitsma, alsmede regie-team Geraldine Verhoeven en Willem van der Sande B., en kaartjesmaniak Aart Jan Verhagen moeten wat mij betreft morgen in de cadeaus gezet worden. Zij hebben heel veel extra uren gemaakt om iets ongewis op poten te zetten, en daar zijn ze boven iedere verwachting in geslaagd.

In de voorstelling sluipen door vermoeidheid en overmoed nu wat foutjes (ik vergeet finaal een complete zender te installeren), maar als presentator Henk van Zon Jack Spijkerman ‘de oudst nog levende winnaar van het Leids Cabaret Festival’ noemt is dat het al waard geweest. Nederland wint op mijn kleedkamertelevisie met 2-1 van Moldavie. Het cynisme is weer niet van de lucht. Intussen speelt Duitsland gelijk tegen Litouwen en verliest Rusland in Albanie met 3-1. Wat een hondsverwende zeurpieten zijn Nederlanders toch.

ZONDAG 6 APRIL

Familiedag. Bijna iedereen blijkt ouders, kinderen of nog erger in de zaal te hebben zitten. Voor een ‘matinee’ (wat een geweldig circuswoord) is de voorstelling aardig gelukt, maar het hitsige theatersfeertje van een goeie avond krijg je niet tevoorschijn. Wij leiden onze geliefden langs podium, techniek en kleedkamers. Je kan er wel heel stoer over doen dat het ook maar een gewoon theater met slechte stoelen is, maar Carre is echt iets heel bijzonders en we genieten er met gulzige teugen van. ’s Avonds de laatste voorstelling, men is fitter dan ’s middags want het artiesten-bioritme is hervonden. Na afloop van een dampende voorstelling loopt Harry Kies licht te geven. Het is de mooiste week van zijn leven geworden. Ik zie ‘m nog zitten met mede-oprichter Jan van Coeverden, in de huiskamer van Justus van Oel. We zongen bloednerveus 5 liedjes tussen vingerplant en schemerlamp en mochten meedoen. Een goeie beslissing van alle betrokkenen.

MAANDAG 7 APRIL

The Day after the Whole Thing. De vermoeidheid blijkt tot diep in de botten geslopen te zijn. Kreunend bel ik Hans Riemens om te zeggen dat een optreden in Kopspijkers aanstaande zaterdag niet tot de mogelijkheden behoort. Hij kreunt terug dat hij het helemaal begrijpt en dat ik een grote lul ben. Maar ze redden het daar al een tijdje vrij aardig zonder Diederik en mij. TV Noord Holland belt om te vragen wat ik van de zaak Bevrijdingspop-Balkenende vind. Help me even, vraag ik dof. Enfin, Balkenende mag van D66 en de SP natuurlijk Bevrijdingspop in Haarlem niet komen openen, omdat hij een fascistische oorlogshitser is. Wat ik daarvan vind weet de lezer inmiddels. Ik zeg dat ik erg voor de oorlog ben, en hoor er niks meer op terug. Begin een beetje spijt te krijgen van mijn stem op de SP. Ben het levende bewijs van de domheid van de Nederlandse kiezer.

Voor straf maak ik het konijnenhok schoon en koop een paar late verjaardagscadeautjes voor Emma, die woensdag 9 wordt. Dit soort dagen suist altijd op raadselachtige wijze voorbij. Ik vergeet nota bene ’s avonds naar de laatste aflevering van scenarioschrijver Van Oels meesterwerkje Najib en Julia te kijken. Als je dit leest Justus, kan je me de serie op videoband bezorgen? Alvast bedankt.

DINSDAG 8 APRIL

Dit soort dagen suist altijd op raadselachtige wijze voorbij, ondanks een enkel deja-vu.

’s Avonds geweldig moment bij Barend en Van Dorp: een uitzonderlijk zwak stukje satirische huisvlijt was ten einde, en het eerstvolgende shot was op Frits, die keek alsof hij een ouwe struik andijvie uit de bilspleet van Donald Rumsfeld had moeten eten. Ik bedenk me dat we toch een echt vak hebben. Ajax speelde intussen fantastisch 0-0 tegen AC Milan, jammer dat ze geen aanval hebben. Real Madrid heeft die bijvoorbeeld wel, dus de Cup zal hoe dan ook buiten bereik blijven.

WOENSDAG 9 APRIL

Om half acht zingen op het Grote Bed: Emma is eindelijk negen en pakt in volwassen tempo haar cadeaus uit. Ik kan me nog levendig herinneren hoe mooi ik dat zelf vroeger vond. Wel pleit ik in mijn omgeving al jaren voor een verjaardagsverbod na twaalf jaar, behalve bij mijlpalen als 18, 21, 50 en 100.

Vandaag het uitwerken van ’t dagboek, afspraak maken met Vincent Mentzel voor een foto, en de Playboy een brief schrijven waarom er op hun chique uitnodiging voor een groots en sexy jubileumfeest niet vermeld staat waar het betreffende feest zich afspeelt. Vanavond naar Zoetermeer: ouderwets in het stapelbed met Diederik van Vleuten: Mannen met Vaste Lasten. Nog 33 stuks, en dan strekt zich daar die heerlijke lange hete Hollandse zomer uit. Mijn paraplu kan zich er nu al vrolijk over maken.
____________________________________________________________________________

Geschreven door: Erik van Muiswinkel
Foto: Vincent Mentzel
Verschenen in het NRC Handelsblad op 12-04-2003

 

< terug <