Columns


'Cricket blijft cricket: zodra de bal rolt, gaat het om eer en prestige'

Interview met Erik van Muiswinkel, cabaretier en fervent cricketer

Hier woont een cricketvader. Voor de deur staat een Seat Alhambra, zo'n busje waarin bijna een elftal kleine cricketers past. Erik van Muiswinkel woont op vijf minuten lopen van Rood en Wit, zíjn club, op de grens van Haarlem en Heemstede. Nederland kent hem van het theater en van televisieprogramma's als Ook dat nog, Studio Spaan, Kopspijkers en Koefnoen. De cabaretier met het bizarre talent voor imitaties houdt nu een halfjaartje sabbatical. De zomer nadert, dus het leven staat in het teken van cricket. Rood en Wit bestaat in juni 125 jaar en bij de Van Muiswinkels wordt de laatste hand gelegd aan het jubileumboek. In de hal hangen historische prenten die zijn vader verzamelde. Overal slingeren cricketbats, hockeysticks en ballen. De televisie staat op het Britse Sky Channel. En cricketers weten wat dat betekent. Testmatch. Vijf hele dagen kijkplezier met topcricket!

'Het gaat toch niet over luieren, ligstoelen, thee en oude mannetjes met strooien hoeden, hè?' Aan die clichés heeft Van Muiswinkel het land. Cricket is, zoals ze in Engeland zeggen, de king of sports. En de koning dient serieus te worden genomen. Je moet alleen altijd weer uitleggen wat cricket is. Dat, zo beseft Van Muiswinkel, is helaas het lot van iemand die een sport kiest met hooguit vijfduizend andere liefhebbers.

Eerst maar wat filosoferen. Van Muiswinkel: 'Cricket wordt op een groot veld gespeeld. Het is letterlijk een grenzeloze sport, want de afmetingen liggen niet vast. Dus is er veel ruimte voor intuïtie en improvisatie. Bij volleybal of tafeltennis ligt alles vast in patronen. Cricket is de vrije natuur.'

Nou ja, vrije natuur. Het is toch even wennen, kijken naar een cricketwedstrijd. Rond het veld staat een lijn getekend, de boundary. Daarbinnen bestrijden twee elftallen elkaar. Net als bij honkbal probeert eerst het ene elftal met een slaghout (het bat) zo veel mogelijk punten (runs) te scoren, daarna het andere. Maar het is de manier waaróp die bij de leek voor verwarring zorgt. In het veld staan elf fielders van de ene partij en twee slaglieden (batsmen) van de andere. Midden op het veld ligt een smalle mat, of een strook geprepareerd gras, met aan de uiteinden voor iedere batsman een wicket (een soort hekje). Het spel wordt geteld in series van zes ballen (overs), beurtelings van elke kant gegooid door twee werpers, de bowlers. De bowler probeert de batsman uit te krijgen door het wicket te raken en de batsman probeert de bal tegen te houden of weg te slaan.

Gebeurt dat, dan komt er opeens beweging in het gezelschap. De fielders proberen de bal zo snel mogelijk te vangen – dan is de slagman uit – of op te pakken en naar de achtervanger (de wicketkeeper) te gooien. Intussen rennen beide batsmen naar het wicket 'aan de overkant'. Zo scoren zij een punt (run), tenzij iemand van de veldpartij erin slaagt met de bal het wicket te raken. En ook dan is de batsman uit. Een batsman die de bal het veld uit timmert, wint vier punten (over de grond) of zes (door de lucht).

Twee scheidsrechters in witte jas, de umpires, houden toezicht. De lol zit 'm in de tactiek. En die hangt af van de duur van de wedstrijd, de staat van het veld, het weer en de tegenstander. Een wedstrijd in Nederland duurt tweemaal vijftig overs, ongeveer een dag, maar er zijn er ook van twintig. De mooiste wedstrijden, testmatches tussen bijvoorbeeld Engeland en Australië, duren vijf dagen. Zelf speelde Van Muiswinkel honderdzeventig wedstrijden in het eerste elftal van Rood en Wit, de meeste in de hoofdklasse, de hoogste Nederlandse competitie. 'Ik heb iet altijd een vaste plaats, ik ben net niet goed genoeg.'

Vraag een cricketer naar zijn specialisme en je krijgt een karakterschets. Wat is Van Muiswinkels favoriete positie als fielder? 'Gully, de circusplek. Dicht bij de batsman, wachten tot de bal van het kantje spat en 'm dan toch vangen. En op de boundary, ver weg. Rennen en vangen, dat is het leukst. Kan ik goed.'

Van Muiswinkel wil 'aan bat' altijd 'openen': de eerste zijn die de bowler trotseert. 'Dat is, nog steeds, het jongetje in mij. Als we spelen, ook voor de lol, wil ik gewoon nummer 1 zijn. Vooral in het begin van de wedstrijd – als ze je bang willen maken met snelle ballen – is niets leuker dan ze meteen hard als granaten weg te slaan. Dat is zeer demoraliserend voor de tegenpartij.'

Het allermooiste is het aanvoerderschap. 'Zelf zo'n wedstrijd sturen, een elftal als een schip op koers houden. Ik ken geen sport waar de aanvoerder zo sterk het verschil maakt.' Rond zijn 12de kreeg hij het spel door. 'Ik heb nog velletjes papier uit die tijd, waarop ik de avond voor de wedstrijd met kruisjes aangaf hoe we moesten spelen.'

Zijn zoon Kees (14) speelt nu in een Nederlands jeugdelftal. Hij is net terug uit Zuid-Afrika. Vader was mee. 'Grote successen hebben ze niet behaald. Je krijgt daar met het beste Nederlandse jongensteam nog echt op je gezicht van een schoolteam.' Het vaderhart lijdt soms vreselijk. 'Je hebt maar één leven, vooral aan slag. Dus als je op de eerste bal uitgaat, is het meteen klaar. Voor ouders een hard gelag, om van de kinderen maar te zwijgen. Des te groter is de triomf als-ie er een uur staat en 50 runs slaat.'

Al die jaren dat zijn kinderen opgroeiden – ook zijn dochters spelen cricket – was hij jeugdcoach. Spelletjes bedenken, de aandacht vasthouden. Vol vuur vertelt hij hoe je kinderen enthousiast maakt. Ze houden er nogal eens mee op, omdat ze te weinig te doen hebben. Het spel moet dus korter en sneller. Op dat punt gebeurt er te weinig in Nederland. 'Honkballers hebben 35 jaar geleden al peanutball ingevoerd, een spelletje waarbij kinderen met een plankje mogen slaan. Dat is makkelijker dan met een knuppel. Het heeft duizenden van die kleine erwtjes gelokt.'

Natuurlijk is er de afleiding buiten de sport. Dan moeten ze tennissen, of vijf weken naar het huisje in Frankrijk en blijft er weinig over van zo'n seizoen. 'Tegen hun ouders zeg ik: de kansen zullen nooit zo groot zijn voor jullie zoon als bij dit spelletje. Hij heeft hooguit twintig concurrenten, dus als hij zijn best doet, zit hij zó bij een selectie. De cricketbond zet programma's op, de hele winter door, en ze gaan naar fantastische oorden: Engeland, Zuid-Afrika, India. Wat ze daar leren en beleven, is met geen pen te beschrijven. Dat is het grote voordeel van het kleine cricket.'

De komst van vooral Surinaams-Hindoestaanse en Pakistaanse spelers heeft de cricketcultuur veranderd. Elke zomer halen conflicten en zelfs vechtpartijen de krant. 'Pakistanen spelen fel, maar daar heb ik wel lol in. Tot het onsportief wordt, dan schop ik ruzie. Waar ik niet tegen kan, is al vóór de wedstrijd het verwijt te krijgen dat je zult discrimineren. Dan weet je dat je niets goed kunt doen. Dus moet je voor het begin de lont eruit trekken.'

Zijn tv-bekendheid helpt soms. Autochtone spelers laten nooit iets merken. 'Bij onze allochtone concurrenten is dat anders. Die kijken ook televisie, zoals Kopspijkers destijds, en beginnen vaak meteen te lachen als ze me zien. Dat breekt het ijs. Maar cricket blijft cricket: zodra de bal rolt, gaat het om eer en prestige.'

Zorgen de allochtone clubs ook voor nieuwe aanwas? 'Veel zwarte clubs hebben geen eigen jeugdafdeling,' zegt Van Muiswinkel. 'Kinderen lopen vanaf hun 3de jaar met papa mee en spelen in de tuin of in het park. Als ze 14 zijn, krijgen ze een snor, gaan ze harder bowlen en doen ze mee bij de senioren. Een groot gezin, met kinderen van 5 tot 16 jaar, speelt gewoon samen. Dat hele Nederlandse idee van een club en beginnen bij de mini's, dan de F-jes, de E-tjes en de D-tjes, dat hebben ze niet nodig. Maar ze laten wel vaak hun kinderen nog een paar jaar echt coachen op een van de grote witte clubs. En daarna gaan ze terug.'

De organisatie loopt soms stroef. 'Ze zijn er niet op ingesteld om elke zaterdag zo en zo laat voor het hek te staan om een auto vol kinderen naar een andere club te rijden. Al die corvee-achtige dingen, daar willen ze niet aan meedoen. Pakistanen, Surinamers ook – ze organiseren hun sport via familieverband.' Voor die kinderen zou de school ideaal zijn om het spel te leren, zoals in Engeland en de voormalige koloniën. 'Als je jeugdcricketers uit Amsterdam-Zuidoost wilt hebben of uit de zwartere wijken van Den Haag, dan kun je met cricket op de zwarte scholen in hun eigen buurt enorm veel winst behalen.'

Het zijn de verenigingen met de langste traditie, opgericht als cricket- en voetbalclub, die de beste overlevingskansen hebben. Door de natuurlijke aanwas. Vooral waar ze een bestuurlijke band hebben en dus de kosten, het terrein, een kapitaalkrachtige achterban en sponsoring kunnen delen. Cricketclubs die aan hockeyclubs vastzaten, raken hun velden kwijt, doordat hockey op kunstgras wordt gespeeld. Daar kun je niet op cricketen.

En wie houdt de vereniging draaiend? 'Moeders. Bij ons ben ik de enige man tussen vijf vrouwen. Zíj runnen de tent. Van een oude, knoestige trainer uit Engeland eerst met veel geduld het spelletje leren, zoals in mijn jeugd, en de tas dragen van de sterren uit het eerste elftal – daar houd je die jongens niet mee vast.'

Zeker, cricket is nog altijd een beetje een VVD-sport. Dat kan afschrikken. 'Maar de normale mensen zijn intussen wel in de meerderheid. Je hebt geen blazer nodig om mee te doen.' Sinds 1981 is Van Muiswinkel zelf 'sluimerend lid' van The Flamingo's. 'Daarvoor word je gevraagd. Nu is het dacht ik alleen nog een voorwaarde dat je in de hoofdklasse hebt gespeeld en een goede cricketer bent. Vrijwel iedereen komt in aanmerking, ook umpires. Maar, iets van een old boys club zal het wel houden.' Bij het lidmaatschap hoort traditioneel een felgekleurd, gestreept jasje. Van Muiswinkel heeft er een, maar wel die van zijn vader. 'Gebruik ik alleen voor cabaret, als ik griezelige mannen wil spelen.'

Zeg Engeland, en cricketers kijken devoot. Zo niet Erik van Muiswinkel. Hij pakt zijn favoriete boeken uit de kast, over malle mythen rond het spel. 'Bij mij is het erin gehamerd. Respect voor de Englishness. De wortels, de hoeders van het spel, de Marylebone Cricket Club, Lord's Cricket Ground, de public schools – pure heiligverklaring. In Nederland konden de Engelsen nooit kwaad doen en die mythologisering bestaat ook in Engeland zelf. Een Amerikaanse schrijver liep de historie na en die berust volgens hem alleen maar op vage bewijzen, papiersnippers. Die Engelse geschiedschrijving begint altijd bij een woud met herdersjongens, en de openbaring van slaghout en bal. Alsof nergens anders iemand op het idee kwam om een voorwerp weg te slaan met een eind hout. Het spel is ook ontiegelijk misbruikt voor goedkope schoolmeestersretoriek over de opvoedkundige waarde. Voor mij is cricket gewoon een leuk en goedbedacht spel.'

Bij Rood en Wit richtten wij als junioren ooit een supportersclub op. We hielden een luilaktoernooi en wilden nu eens niet in smetteloos wit. We moedigden het eerste elftal aan met yells en toeters. Dat leidde zelfs tot koppen in De Telegraaf. En we hadden het nota bene afgekeken van de Engelsen! Je mocht bij een cricketwedstrijd niet eens hoesten, dat was hier de norm. Cricket werd opgeëist door mensen die er een leerschool des levens van maakten. Het was een claim van het establishment: dit is óns spel. Daarom bleef cricket in Nederland klein.

'Het gekke is: tennis beleefde een doorbraak, golf ook. Maar al zou je die elitaire kantjes eraf schillen, dan blijft een punt: het kost veel tijd om cricket te leren en te spelen, en dat zie ik Nederlanders niet massaal doen.'

Straks begint het weer. Theater, televisie, drukte. Van Muiswinkel heeft een stille droom. 'Professioneel coachen. Daarvoor moet je twee diploma's halen, het eerste heb ik nu. Dan zou ik graag ergens kinderen trainen – in Afrika, waar ze niets hebben, maar waar genoeg enthousiaste jongetjes zijn. In Uganda, Kenia of Tanzania. Eigenlijk ben ik toch die oude, knoestige trainer. '

Publicatiedatum: 29 april 2006 Auteur: Arthur van Leeuwen

 


Mailen met Van Muiswinkel


Precies elf dagen geleden kwam het boek verzamelde mannen uit, jawel, de verzamelde theaterteksten van de mannen Diederik van Vleuten en Erik van Muiswinkel. Fanny stuurde Erik een felicitatiemail.

Heeft u zelf ook een verzameling?
"Nee ik heb wel heel veel boeken. Maar dat zijn er gewoon erg veel, en verder niet van overeenkomst; dat is wel een criterium voor verzamelen. Vroeger spaarde ik ansichtkaarten met daarop afbeeldingen van landkaarten. Hoe ik dat heb verzonnen weet ik ook niet! Ook heb ik in mijn jeugd een lang tijd bijzonder fraaie sigarenbandjes verzameld. Die vond ik onder de tribunes van mijn oude voetbalclub, HFC in Haarlem., de oudste voetbalclub van Nederland."

Bent u wel eens bang in het donker?
"Nee, nooit! Ik heb wel mijn oude knuffel Teddy nog steeds. Die heb ik al sinds ik twee jaar ben. Of ik vroeger bang voor monsters was? Nee eigenlijk niet. Ik was van af het begin af aan al stoer."

Heeft u veel last van muizen?
"Ja op het ogenblik wel! We proberen ze te verjagen met blauwe giftige korrels, maar tot dusver zonder resultaat, ze rennen nog steeds door het huis. Er zijn bij ons helaas mensen allergisch voor katten."

Met cricket en voetbal bent u niet doorgebroken, hoe voelt het een mislukkeling te zijn?
"Dat zou vervelend zijn geweest als ik tijd had gehad om erbij stil te staan. Maar ik ging meteen op kamers en dat was de mooiste tijd van mijn leven. Bovendien ben ik er al vrij snel achter gekomen dat het niet ging lukken in de sport. Op mijn veertiende ontdekte ik dat met voetbal. En op mijn achttiende met cricket"

Waar komt uw fascinatie voor Chileense volksliederen vandaan?
"Chileense volksliederen? Het enige wat ik me kan herinneren, is een Peruaans volkslied, waar ik als klein kind enorme fan van was. Dat heb ik ooit eens gehoord en ik ben toen erg onder de indruk geraakt van de fluitklanken, die rechtstreeks uit hun ziel leken te komen. Blijkbaar was ik niet de enige, want later hebben Simon & Garfunkel het gecoverd"

In 1980 bezocht u Zuid-Afrika. Uw suggestie de Apartheid af te schaffen werd elf jaar later overgenomen, schrijft u op uw website. Heeft u nu talloze vrouwelijke aanbidders?
"Nee, op de een of andere manier is het niet helemaal tot de wereldbevolking doorgedrongen dat het afschaffen van de Apartheid eigenlijk mijn idee was. In de kleedkamer komen trouwens ook nooit vrouwen".


Door: Fanny van de ReijtAlma Mathijsen 11 juni 2005 / Foto: Karoly Effenberg

 


Schoolreisjes en theaterkoorts


Door Martin Hendriksma

Vrijdag 26 november 2004 - Na een 'sabbatical' keert Erik van Muiswinkel samen met Diederik van Vleuten dit seizoen terug in de theaters met de nieuwe voorstelling 'Antiquariaat Oblomow'. De cabaretier over zijn schnabbels, zijn typetjes en het maakproces van 'Oblomow'.

Of het lekker was, zo'n jaartje vrij? "Vrij?", zegt Erik van Muiswinkel verbaasd. "Ik was helemaal niet vrij. Ik heb een jaar niet met Diederik in het theater gestaan, maar ondertussen misschien meer dan gedaan dan ooit. Mijn jaar begon met een week regiewerk voor VOF de Kunst. Vanaf dat moment heb ik nauwelijks een dag voor mezelf gehad."

Desgevraagd waagt hij zich aan een opsomming. "Er belden mensen op of ik de majoor in de verfilming van 'Pluk van de Petteflet' wilde spelen. Ik wist meteen: dat ga ik lekker doen. Ik kon in 'Baantjer' meespelen. Ook gedaan. Ik heb met het Rotterdams Philharmisch Orkest een kindervoorstelling gepresenteerd. Je denkt, ach, twee keer optreden, dat doe ik er wel effe tussen door. Maar ja, dan komen er twee voorbesprekingen bij, een repetitie, nog een repetitie, een kostuum huren..."

"Natuurlijk had ik ook wel eens 'nee' kunnen zeggen. Daar gaat onze nieuwe voorstelling ook over. Mijn drang om te schnabbelen."

Maar het is, zegt hij, méér dan dat. "Ik heb allemaal leuke dingen gedaan waar ik anders 'nee' op moet zeggen. Het enige wat ik elk jaar naast het cabaret doe, is de hoofdpiet spelen bij Sinterklaas. Hartstikke leuk. Maar óók een maand werk tegenwoordig."

Vergeet hij nog zijn belangrijkste nevenactiviteit: 'Kopspijkers'. "Dat is helemaal een soort 'ratrace', die iedere week op woensdag begint en op zaterdag bijna live wordt gepresenteerd. Toen ik dat combineerde met de opnames van 'Pluk' had ik het gevoel dat ik wéér nooit thuis was. Ik neem m'n petje af voor Peter Heerschop en Bert Visscher die 'Kopspijkers' tegelijkertijd met een theatertournee doen. Loodzwaar!"

Schoolreis
Het applaus van het theaterpubliek heeft hij het afgelopen jaar niet gemist. "Maar wel het clubje waarmee je voortdurend op schoolreis bent. Diederik, de technici, de mensen van de theaters die we zo langzamerhand ook goed kennen. Je hebt toch twee, drie keer per week een uitje. Dat ritme miste ik wel, ja. Nou ja, een beetje. Maar die theaterkoorts kennelijk niet. Gek. Misschien zelfs ietwat verontrustend. Dat duidt erop dat ik ook best zonder zou kunnen, ja." Niet dat hij daar serieus over nadenkt. Hij heeft inmiddels al een groot aantal try-outs van 'Antiquariaat Oblomow' achter de rug, waarin hij een klant speelt die de rust van een eenzame boekhandelaar danig verstoort. En ook die voorstelling wierp z'n schaduwen al in z'n 'sabbatical' vooruit. Vanaf januari kwam hij wekelijks met kompaan Van Vleuten samen om over het nieuwe project te praten.

"Het gaat bij ons altijd met horten en stoten", vertelt hij. "Dan heeft de één een tijd niks en komt de ander met een stuk. Diederik heeft op Ameland de geest gekregen en zo'n 25 bladzijden opening geschreven. Een godsgeschenk, want daar kun je op voort discussiëren. Nou ja, van die hele opening zijn uiteindelijk misschien drie kantjes overgebleven, maar de geest van Oblomow en de scène waarmee het stuk opent, dat is allemaal op Ameland ontstaan."

Vanaf 10 augustus werkten ze drie weken achter elkaar in theater De Luifel in Van Muiswinkels woonplaats Heemstede. "Hadden we die zaal lekker voor onszelf. Elke dag om elf uur aan de koffie en vervolgens hup aan het werk. We zijn vooral heel goed in ijsberen. En daarna op de laptop meteen alle vondsten intikken. Lekker eikelen, en niet voor vijf uur mogen weggaan. Ook als je geen zin hebt, of geen inspiratie. In die drie weken hebben we een heleboel rotzooi vergaard, die je daarna gaat zeven. Zo hebben we uiteindelijk een stuk of twaalf nummers overgehouden en aan Kees Prins, onze regisseur voorgelegd."

Bij de totstandkoming gebruikten ze als 'kapstok' een vorm waar ze bij de vorige voorstelling 'Mannen met vaste lasten' tegenaan liepen.

"We zoeken een uitgesproken locatie, zoals toen dat huisje op het Wad, waar we een verhaal kunnen vertellen. Eigenlijk gewoon toneel, maar dan zonder dramaturgisch verantwoord verhaal. We denken nog steeds in losse nummers. Maar dat cabaret in een toneeljas levert ons heel veel op." Hij vergelijkt het met de rijmdwang bij dichters. "Dat werkt in eerste instantie beperkend, want het dwingt je in een bepaalde richting. Maar het maakt de vervolgkeuzes veel helderder. Het is voor een dichter vast veel moeilijker om vrije verzen te schrijven. Omdat dan echt alles kan." Amper een maand na de ijsbeersessies in De Luifel speelden ze al de eerste voorstelling in Den Bosch. "Twee keer drie kwartier. Helemaal uit het hoofd. Alleen bij een paar grote monologen probeer je het podium sneaky zo in te richten dat je die van papier kunt doen."

Willem van Hanegem
Fans van Anton Geesink of Willem van Hanegem hoeven niet bezorgd te zijn. Ook deze typetjes komen in 'Antiquariaat Oblomow' terug. Van Muiswinkel: "Maar dan in een piepklein rolletje, wat eigenlijk alleen maar zelfspot is. Dat ik om de haverklap sta te schnabbelen met m'n stemmetjes en m'n hoedjes en dat Diederik daar zo het zijne van denkt."

Een hele verre afgeleide, verzekert hij, van hoe dat in werkelijkheid is.

"We hebben ons weleens gerealiseerd hoe we het óók hadden kunnen aanpakken. Namelijk een camper inrichten en daarop heel groot schilderen: 'Van Muiswinkel en Van Vleuten, voor al uw typetjes'. Schmink en pruiken in de kofferbak en hup het land in. Kunnen we zo vier ton per jaar mee verdienen. Maar ja, daar is natuurlijk geen denken aan. Ik vrees dat ik binnen een week doodongelukkig zou zijn. Omdat je dan exact doet wat mensen vragen. Het is een kunstje, niet eens een lelijk of fout kunstje, maar het blijft een kunstje. Ik moet er niet aan denken om dat avond aan avond te moeten doen."

Hij heeft er weer zin in, maar het doordraaien van vroeger is er niet meer bij. "Dat jaar vrijaf is niet zonder reden gepland. Diederik en ik bleken er precies hetzelfde over te denken. We waren even op. Als duo hebben we vanaf 1997 continu in de theaters gestaan. Op een gegeven moment ben je gewoon duizelig. Kijk, je krijgt in anderhalf uur enorm veel energie op je af, die je vervolgens terug moet geven. Zelfs als de voorstelling geweldig gaat, als je hebt gebogen en alles is gelukt; dan nog voel je in de kleedkamer ongeveer een uur na de voorstelling hoe moe je bent. Na twee weken in de Kleine Komedie, waar je alles hoort en ziet omdat het publiek er bovenop zit, ben je kapot. Ze zuigen alle energie uit je."

Om tot besluit te verzekeren: "En zo hoort het, natuurlijk!"

'Antiquariaat Oblomow' - - door Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten. Regie: Kees Prins. - Onder meer te zien op 1, 2 en 3 december in Waalwijk (De Leest, try outs), op 12, 13 april in Roosendaal (De Kring) en op 20, 21 juni in Breda (Chassé Theater). Informatie: http://www.erikendiederik.nl

 

Op tv zes weken lang het 25- jarig jubilerende Leids Cabaret Festival,
in VARA TV Magazine oud-winnaars die omzien naar hun carriere.
Deel 1: hoe Erik van Muiswinkel doorzakte met de jury.

Tekst: Geert-Jan Bron

Zak & As-af

'Het scheelt vijf kilo en een toefje haar bovenop zijn kruin, maar voor de rest is Erik van Muiswinkel nauwelijks veranderd sinds hij in 1985 samen met Justus van Oei en Eric Eygenraam als het trio Zak & As het Leids Cabaret Festival won. De zaak was reeds vooraf beklonken, herinnert Van MuiswinkeI zich: 'Na onze inschrijving kwam een delegatie in de studentenkamer van Justus naar ons kijken. Het was Ietterlijk cabaret tussen de schuifdeuren.'
In de kamer van Van Oei reageerden de juryleden nog zuinigjes, maar bij de eerste voorronde in het kerkje in het Noord-Hollandse Wadway had Van Muiswinkel al door dat de race gelopen was. 'De jurywas laaiend enthousiast. We zakten na afloop met ze door, en ze vertelden ons dat die prijs ons eigenlijk niet meer kon ontgaan. Ik geloof dat het er nu officiëler aan toegaat. ,
Elf jaar was Van Muiswinkel toen hij op de feestavond van de cricketvereniging zijn debuut maakte als cabaretier. Tot grote hilariteit van de aanwezigen imiteerde hij de presentatoren van Sport in beeld, het huidige Studio Sport. In 1982 vormde hij samen met Justus van Oei een duo ter gelegenheid van de reunie van hun oude school, het Christelijk Lyceum in Haarlem. Het optreden leverde ze een aantal optredens in het land op, onder andere op een bijeenkomst van de Jonge Socialisten in EIst. 'Daar heb ik voor het eerst Marcel van Dam nagedaan,' zegt Van Muiswinkel, het bekende stemgeluid imiterend. 'Ik doe hem nog steeds na, dat type is 21 jaar geconserveerd gebleven.

Bij het cabaretpanel van Spijkers met koppen wordt Van Muiswinkel herenigd met Van Vleuten. Ze besluiten een duo te vormen, dat sindsdien op zowel tv als in het theater furore maakt. De afgelopen jaren maakten ze drie succesvolle cabaretprogramma's en op tv zat het duo, samen met Rob Kamphues, twee jaar lang aan de de cabarettafel in VARA's zaterdagavondprogramma Kopspijkers van Jack Spijkerman.
Een cultstatus krijgt het duo als het in 2000 mee gaat werken aan het sportprogramma van Henk Spaan. Ledere week schuiven Van Vleuten en Van Muiswinkel in een andere gedaante aan tafel. Anton Geesink, Jan Mulder, de Van de Kerkhofjes; hun imitaties zijn nauwelijks van echt te onderscheiden. De fans zijn teleurgesteld als het tweetal op het hoogtepunt van hun roem halverwege 2002- besluiten met Studio Spaan te stoppen.
Van Muiswinkel: 'Tv werkt eigenlijk net zo als een theaterprogramma. Na twee jaar is de cyclus van een programma rond, dan moet je wat nieuws doen. , Daarnaast is de combinatie slopend, zegt Van Muiswinkel. Niet voor niets heeft het duo besloten komend jaar niet op te treden in het theater. Het is tijd de onvervulde wensen van de afgelopen jaren in de praktijk te brengen.
Van Muiswinkel gaat 'een hooggeplaatste rol' spelen in een nieuwe serie bij de RVU, is in de wintermaanden op tv wederom aan de zijde van Sinterklaas te bewonderen en hoopt eindelijk het boek Cricket voor arbeiders verklaard te schrijven. En de imitaties, zal hij die niet missen? 'Nee hoor, die heb ik namelijk altijd bij me, in mijn achterhoofd.'

Leids Cabaret Festival, vrijdag 4 april, Nederland 3, 23:15-23:55 uur

Kijk ook op http://www.vara.nl/cabaret



'Cricket ís helemaal niet elitair'

(bron: Sport International, tekst André Venema, foto Vincent Basler).

Sinds zijn vader hem op zijn derde jaar meenam naar het cricketveld, is cabaretier Erik van Muiswinkel (41) verknocht aan de sport. Over de onvoorwaardelijke liefde van een cricket-propagandist.


'Cricket is de enige echte constante in mijn leven'

De cricketliteratuur ligt her en der verspreid over de tafel. Af en toe slaat hij een boek open om de mondiale grootsheid ('na het WK voetbal en de Olympische Spelen is het WK cricket het grootste media-evenement ter wereld') van de sport te illustreren. Data en feiten worden bijna achteloos opgesomd. Hier spreekt een gepassioneerde connaisseur. Een verzamelaar ook. De entree van zijn huis hangt vol met oude, ingelijste prenten ('die zijn nu onbetaalbaar, ik ben ermee gestopt') en foto's. 'Dit is mijn eigen cricketmuseum', licht Van Muiswinkel met een glimlach toe.
Voor je het beseft word je meegezogen in Van Muiswinkels wondere cricketwereld. Zo soepel als de grappen in zijn theatershow met Diederik van Vleuten - Mannen met Vaste Lasten- uit zijn mond rollen, zo soepel rolt er een onophoudelijke stroom aan cricketverhalen over zijn lippen. Soms vol sentiment, soms ook kritisch. Maar altijd smaakvol opgedist. Bijna veertig jaar beweegt hij zich al voort in de wereld van batsmen, wickets en overs. En het einde is allerminst in zicht. Van Muiswinkel speelt zelf nog, is jeugdleider (en lid van verdienste) bij Rood en Wit en zijn zoon en oudste dochter zijn inmiddels in zijn voetsporen getreden. Dochter Kitty is zelfs doorgedrongen tot Jong Oranje. 'En ze vindt cricket fantastisch', vertelt Van Muiswinkel met gepaste trots. 'Ik betrap me erop dat ik dat erg leuk vind.'

'Nederlanders willen liever achter een bal aanrennen'

Misverstand
Er was in de beginjaren zestig geen ontkomen aan voor Van Muiswinkel. Hij was drie jaar oud, toen zijn vader - zelf een fervent liefhebber - hem meenam naar het cricketveld. 'Ik was er gewoon altijd', herinnert hij zich, 'en dan maak je vanzelf vriendjes. Ik was een jaar of zes toen ik begon te spelen. Vanaf dat moment was het voor mij een natuurverschijnsel om 's zomers te cricketen. Daar was gewoon geen discussie over mogelijk.' Cricket bepaalde 's zomers in huize Van Muiswinkel de agenda. Hij was een kind en wist niet beter. 'Vakantie bestond uit cricket', nuanceert hij. 'Vanaf mijn tiende zijn we 's zomers niet meer met vakantie geweest.'
Nu, als vader van drie kinderen, ervaart hij wat voor invloed cricket op zijn gezin heeft. Want voor een wedstrijd ben je alles bij elkaar toch snel een dag kwijt. 'Ik ken jongens van vroeger die op hun zeventiende met cricket zijn gestopt, omdat hun vriendinnen het spel daarom haatten. Ik heb het wat dat betreft goed geregeld, want ik heb mijn vrouw op het cricketveld ontmoet. Toch zitten we nu eigenlijk diep in de shit. Er komen deze zomer een paar hele mooie toernooien aan voor de kinderen. En die willen daar natuurlijk aan meedoen. Heel begrijpelijk. Maar we hebben al een vakantie geboekt in Frankrijk… Diep in mijn hart zou ik die vakantie het liefst afzeggen, maar dat kan ik ten opzichte van mijn jongste dochter en vrouw niet maken. Maar volgend jaar gaan we in de zomer geen vakantie boeken.'
Niet de hele familie Van Muiswinkel werd door toedoen van vader gevangen door het cricketvirus. 'Ik heb één broer en die werd van jongsaf aan ook meegesleept. Maar hij stopte na twee jaar, vond er geen flikker aan en ging paardrijden. Dat is toch heel iets anders, of niet? Het gaat erom of een sport je iets doet. En het heeft ook met talent te maken.' Cricket greep Van Muiswinkel wel direct bij de strot. Nu nog. 'Cricket kent een ideale mix. Je speelt in een team, maar kunt daarbinnen toch in je eentje een wedstrijd winnen. Het nadeel is dat als je uit bent, je ook echt uit bent. Maar als je het aan slag lang uithoudt, is de triomf des te groter.'
Eén misverstand wil Van Muiswinkel graag uit de weg ruimen; dat cricket een sport voor de happy few zou zijn. 'Het idee van conservatisme en cricket is echt een Nederlands idee', verzekert hij. 'De sport heeft wortel geschoten bij de elite, maar in Schiedam is het gewoon een volkssport. Daar staan bij een topwedstrijd vijfhonderd tot duizend mensen langs de lijn te schreeuwen, heerst een voetbalsfeer en is het allerminst een elitaire, snobistische aangelegenheid. De sport zelf en de setting brengen dat ook helemaal niet met zich mee', meent Van Muiswinkel.
En zo onbegrijpelijk, zoals het traditionele vooroordeel luidt, is cricket ook niet. 'Het spel is doodsimpel', stelt de cricketgoeroe van de Lage Landen. 'Ik kan een groep kinderen het spel binnen een kwartier leren spelen. Dan moet je het natuurlijk niet direct over wickets en overs hebben. Een slaghout en een bal, dat is genoeg. En dan blijkt cricket voor kinderen een heel leuk spel te zijn, waarbij de grootste en sterkste niet in het voordeel is. Je moet gewoon balgevoel hebben en een beetje slim zijn.' Dat cricket desondanks amper wortel schiet bij de jeugd van nu heeft volgens Van Muiswinkel een andere oorzaak 'Nederlanders willen liever achter een bal aanrennen, zoals bij voetbal en hockey, dan hem ontvangen. Daarnaast kunnen mensen maar een bepaalde hoeveelheid sport aan. Een cricketwedstrijd kost je een halve dag, dat is tegenwoordig niet meer aan de mensen besteed. Dat duurt veel te lang. In de huidige patronen van de vrijetijdsbesteding is niet veel ruimte voor cricket.'

Zieltjes winnen
Zelf was hij in zijn jonge jaren een verdienstelijk speler. Van Muiswinkel genoot er ook intens van. 'Ik ben met het Nederlands jeugdteam in Canada geweest, dat was echt geweldig. Een hoogtepunt in mijn leven. Het was bloedheet, daar in Toronto. We waren al een week van tevoren aanwezig om te acclimatiseren. Vervolgens versloegen we Bermuda, Denemarken, een Engels team en ook Canada. In de halve finale sneuvelden we tegen Ierland.' Maar zijn battinggemiddelde was met 27.4 solide. Hij is er nu nog trots op. Samen met een vriend plakte Van Muiswinkel nog een vakantie aan de overzeese trip vast. 'Zijn we naar een concert van Supertramp geweest, we hebben de Blue Jays zien honkballen… Weken die ik van mijn leven niet vergeet.'
Van Muiswinkel rekende bij terugkeer in Nederland echter wel meteen af met zijn cricketambities. 'Want ik wist dat ik het niveau voor de top niet aankon. Het was op. Ik was tegen mijn plafond aangelopen, dan ben je klaar. Ik ontdekte dat met voetbal op mijn veertiende, met cricket op mijn achttiende. In geen van beide sporten bleek ik een natuurtalent. En ik had geen zin om een Jaap Stam te worden. Hard werken en je binnen je beperkingen nuttig te maken voor het team… Is niks voor mij.'
Hij stortte zich op een studie Nederlandse taal- en letterkunde, ontdekte in Amsterdam de schoonheid en verleidingen van het leven. Van Muiswinkel ging er onder meer schrijven in Propria Cures, het vermaarde satirische studentenblad dat door de jaren heen nogal wat talent heeft voortgebracht. 'Dat slokte me helemaal op', bekent hij. 'Oom Erik leert zijn neefjes cricketen', luidde de titel van zijn feuilleton. Vrijheid, blijheid. Het summum voor de schrijver. 'Alles kon', bekent hij met een dunne lach. 'Nu ik er zo over denk, besef ik dat het cricket me eigenlijk geen jaar heeft losgelaten. Nooit. Het cricketveld is de enige plek waar ik vanaf mijn derde steeds weer naartoe ben gegaan. Het is de enige echte constante in mijn leven. Mijn huis ligt tweehonderd meter van het veld. De club zal dus nog wel een tijdje in de buurt blijven.'
Cricket en Van Muiswinkel, ze zijn met elkaar vergroeid. Als hij zijn liefde voor de sport mag betuigen, dan doet hij dat graag. Van Muiswinkel als cricketambassadeur. Hij schaamt zich geenszins voor zijn rol als propagandist. 'Want dat ben ik gewoon.' Mooiste voorbeeld daarvan is het boekje Tommie Holiday, een cricketavontuur. Van Muiswinkel schreef op uitnodiging van de cricketbond de tekst. 'Er was een klein budget voor een tekenaar en een schrijver. Toen heeft de bond mij gevraagd. We hebben het in een half jaar tijd gemaakt. Dat boekje is mijn Wachttoren. Ik deel ze nu nog uit. Bij voetbaltoernooien leg ik altijd een stapeltje neer.' Om zieltjes te winnen voor het cricket.
Het komende WK in Zuid-Afrika, Kenia en Zimbabwe, zal grotendeels aan hem voorbij gaan. Het is weliswaar de bedoeling dat hij voor Studio Sport af en toe als gastcommentator gaat functioneren, maar al te veel zal hij er vanwege zijn drukke theatertour niet van meekrijgen. 'Dat moet ik nu, voor de tour weer van start gaat, maar even inhalen. Een vriend van mij heeft een schotel. Als je wilt kun je de hele dag cricket kijken, dus… Ik ben nog nooit naar een WK geweest.' Maar daar gaat, zo beweert hij stellig, verandering in komen. 'In 2007 is het wereldkampioenschap in Engeland. Daar ga ik zeker heen. Eerst het WK voetbal volgend jaar in Portugal, dan het WK in 2006 in Duitsland en dan een jaar later het WK cricket. Dat zijn mijn ambities.' En hij verheugt zich er nu al op, zoals hij zich in zijn kinderjaren verheugde op een mooie, lange zomer.

Het mooiste sportmoment ooit
Dat was lang geleden in de streekderby tussen Rood en Wit, mijn vereniging, en Bloemendaal. Die hadden op een gegeven moment een Australiër gecontracteerd. Een fast bowler, zoiets hadden we nog nooit beleefd. Die gooide dus echt sneller dan snel. We waren bijna letterlijk doodsbenauwd voor die Australiër, want als je zo'n snelle bal in je gezicht krijgt, kun je dus een week naar het ziekenhuis. In die tijd had je nauwelijks helmen en zeker niet met traliewerk ervoor… Die jongen had ons al bijna op de knieën, de grote kanonnen van ons team waren al uit. Ik herinner me dat het een hele mooie dag was, er heerste ook een enorme spanning. Samen met een teamgenoot redde ik de wedstrijd door stand te houden tegen dat monster. We hadden de draak verslagen, zo ervoeren we onze overwinning. Want het hing van ons af. We wonnen, ik maakte 27 runs en was voor even de held. Dat is veruit het knapste wat ik ooit in mijn sportcarrière heb gepresteerd.'

Het sport-dieptepunt
'Dat 'we' die WK-kwalificatiewedstrijd in Ierland niet wonnen. Tsjonge, ik heb zelden een grotere teleurstelling meegemaakt. We (Van Muiswinkel en Diederik van Vleuten, red.) zaten bij Henk Spaan. We waren helemaal klaar voor het WK. En toen verloren we dus met 1-0. Ik dacht: hoe is het mogelijk? Ik heb een week lang met de pest in mijn lijf rondgelopen. Toen we die playoff-wedstrijd tegen België verloren was ik ook behoorlijk stuk, maar die wedstrijd tegen Ierland was het dieptepunt in het na-oorlogse sportverleden. Zeker als je nagaat hoe ver we daar hadden kunnen komen.'

De favoriete sporthelden van Erik van Muiswinkel:
1 Johan Cruijff
'Zolang er geen nieuwe is. En dat zou nog wel even kunnen duren.'
2 Eric Heiden.
'Kegelde in zijn eentje de hele schaatswereld omver door niet alleen zijn ijzersterke lijf, maar vooral zijn hersens te gebruiken (zie ook nummer vijf, Henny Wijkhuizen).'
3 Richard Krajicek.
'Past niet in het Nederlandse concept van de populaire, gezellige sportjongen. Maar heeft Wimbledon gewonnen en moet daarom langdurig worden geëerd.'
4 Bettine Vriesekoop.
'Een heldenleven in een weergaloos moeilijke en zware sport. Daar moet het petje diep voor af.'
5 Henny Wijkhuizen.
'Een Haarlemse cricketer, voetballer, tafeltennisser, bridger en Elfstedentochtrijder in ruste. Hij leerde mij veel over gamemanship: het gebruik van hersens bij het bedrijven van sport.'



De ideale boezemvriend

Panorama oktober 2001

Eriks sportcarriere (1)

"Zo tussen mijn veertiende en zestiende levensjaar gold ik als een talent. Ik speelde bij het keurige en koninklijke HFC en via duistere wegen was ik aanvoerder van het Haarlems jeugdelftal geworden. Op die wij- ze bracht ik het zelfs tot het spelen van een paar selectiewedstrijden in Zeist, onder meer tegen Ruud Gullit en de broertjes Koeman. Ik moet eerlijk zeggen dat ik mijn opmars goeddeels te danken had aan mijn fysiek. Ik was gewoon wat groter en sterker dan mijn leeftijdgenoten. Toch kwam ik bij de laatste vijftig spelertjes voor het Nederlands jeugdelftal, maar toen merkte ik ook dat ik aan mijn plafond zat. Het ging me allemaal net even iets te snel. Ik kan me van een wedstrijd herinneren dat Ronald Koeman in de spits stond en eigenlijk niet eens zo opviel, behalve dat ie wat jonger was dan de rest. Zijn broer Erwin was met afstand de beste man van het veld. Ik speelde voorstopper en moest Pier Tol dekken. Op een gegeven moment kwam er een hoge uittrap. Ik deed een stap achteruit. Dat was ik zo gewoon, want meestal kreeg de man die ik moest dek- ken de bal toch niet onder controle. Tol nam hem echter niet alleen moeiteloos aan maar ging mij in vloeiende beweging voorbij en stond voor de keeper. Ik denk dat bonds- coach Ron Groenewoud toen al een dikke streep door de naam Van Muiswinkel heeft gezet. Een paar dagen later lag er een brief in de bus met de aanhef 'Beste sportvriend'. Nou, dan weet je genoeg..."

Eriks harde grappen

" Als ik via via hoor van mensen dat diegene die ik nadoe er zelf ook om moet lachen, vind ik dat best. Maar als ze er wel moeite mee hebben vind ik het ook best. Dat maakt me geen zak uit. Mijn maat Diederik van Vleuten, die als tegenspeler mannen als Ronald Koeman, Eric Gerets of Hugo Camps neerzet, en ik hebben onze verantwoordelijkheid tegenover het publiek. De grappen moeten goed zijn. De verantwoordelijkheid tegenover slachtoffers reikt alleen maar zover als de wet reikt. Hans Kraay senior en Ronald Spelbos schijnen 'not amused' te zijn. Nou jammer dan. Ze zoeken de schijnwerper zelf op. Moet je maar geen analyticus van Studio Sport worden of vader van Hans Kraay junior. Dan loop je het risico dat er grappen over je worden gemaakt en zelfs in de stevigste parodie is nog wel een lichtpuntje te vinden."

Erik en Van Raaij

"Ik hoorde een keer dat wat spelers en begeleiders na de training op de Herdgang een videoband opzetten van Studio Spaan waarin ik Van Raaij 'deed', toen de voorzitter himself juist kwam binnenstappen. Pijnlijk moment. Iedereen dook ineen, maar Harry van Raaij wilde de band zien en heeft zich vervolgens van de pret op de knieen geslagen. De man vond het prachtig! Na afloop haalde hij de video uit het apparaat, stak hem onder zijn arm en zei dat zijn vrouw dit beslist ook moest zien. Zo zie je maar dat je zoiets hele- maal verkeerd kunt inschatten. Wij dachten dat ie het vast verschrikkelijk zou vinden. Youp van 't Hek heeft er nog een column aan gewijd. In de trant van Nou meneer Van Raaij, ik kon u toch al moeilijk serieus nemen maar na de imitatie van Van Muiswinkel helemaal niet meel:.. Van Raaij is zeer in mijn aanzien gestegen. Hij kan tenminste iets hebben. Ik denk dat hij er meer moeite mee heeft als hij op zijn integriteit wordt aangesproken."

Eriks sportcarriere (2)

"Ik heb me er over verbaasd hoe snel die andere jongens zich ontwikkelden. Twee jaar na dat wedstrijdje in Zeist speelde Erwin Koeman met PSV een jubileumwedstrijd bij HFC. Ik vond mezelf al een hele bink dat ik reserve mocht staan bij het eerste maar dat jong van Koeman stond al in de basis van PSV tussen al die sterren. Daar schrok ik wel een beetje van. Cricket ging mij gemakkelij- ker af. Ik behoorde als jong ventje tot de bes- te twintig spelers van het land (en dat van de honderd. ..), speelde in het Nederlands jeugd- team en in de hoofdklasse. Daar heb ik pas afgehaakt toen ik andere zaken, zoals mijn studie Nederlands en bijbehorende vrouwen, belangrijker begon te vinden. Maar voor profvoetbal kwam ik gewoon tekort. Dat wereldje was trouwens toch niets voor mij geweest. Het is een vrijstaat in een staat. Alleen het recht van de sterkste geldt. Jan Marijnissen riep eens in de tweede kamer Effe dimmen..., nou een rel was geboren. Dat was onbeschoft. Dat moest uit de handelingen worden geschrapt en de kranten stonden er drie dagen vol van. In de politiek en het normale maatschappelijke verkeer is het allemaal van kalmpjes aan en laten we elkaar vooral respect betrachten, maar in de voetballerij doen ze het niet voor minder. Daar worden conflicten keihard uitgevoch- ten. Een speler ligt overhoop met zijn trainer, maar de sponsor wil per se dat hij speelt. Dat soort zaken. Daarom vond ik die Ajax-docu- mentaire Daar hoorden we engelen zingen zo goed. Je zag de gigantische druk. Spelers in de kleedkamer en het aanzwellende geluid van het monster: het publiek dat bezit neemt van de Arena. Mensen die als motten op een lamp afkomen. Dichterbij de fantasiewereld van oorlog, gladiatoren en spelen kun je niet komen. Ik vind het leuk om de mensen die in dat spotlicht hun kunsten vertonen aan te raken en na te doen. Maar ik zo~ daar abso- luut niet in passen. Ik was al niet eens hard genoeg voor de vierde klasse amateurs. Het geschreeuw aan mijn kop van trainers, de verwijten van spelers onderling en de trappen en schoppen. Ik was 21, gezond van lijf en leden en recht van rug, maar ik trok het niet om na elke wedstrijd mijn wonden te moeten likken."

Eriks trukendoos

"Soms gaat het mis. Leo Beenhakker lukte me niet terwijl ik daar flink op geoefend had en ik er eventjes heel dicht bij zat, met dat zuchten en al die speciale uitdrukkingen. Er werkten een paar dingen behoorlijk tegen. Het belangrijkste was dat ik een beetje een rond gezicht heb en dat Beenhakker een enorm langwerpig hoofd heeft. Niet te zuinig zo'n lange tronie als die man heeft! Dan ga je er nooit op lijken. De eerste die heelontevreden werd, was de grimeuse. Zij vindt het natuur- lijk een uitdaging om mij zo identiek mogelijk
te maken. Dat is een paar keer wonderbaarlijk goed gelukt. De eerste keer dat ik mezelf op televisie terugzag als Hans Kraay mijn eerste typetje bij Studio Spaan schrok ik , mezelf echt lam. Diederik en ik hadden altijd stemmetjes nagedaan maar nu mochten we die mannen echt helemaal worden. Een soort kinderspeeltuin. Heerlijk om te doen. Vooral als je weer een nieuw mannetje onder de knie hebt. Dat is een ongekende bevrediging."

Erik en Adriaanse

" De voetballerij is natuurlijk een beperktwereldje met daarin een stuk of twintig opmerkelijke persoonlijheden. Daarvan kunnen Diederik en ik er samen misschien zo'n tien, twaalf behappen. Maar er zijn er ook bij die erg moeilijk zijn of misschien wel onmogelijk. Bij voorbeeld Ruud Gullit en Louis van Gaal. Ze zijn moeilijk te treffen. Die Gullit met dat Amsterdamse taaltje, dat in de loop der jaren toch ook weer sterk ver waterd is. Bij Van Gaal zit dat lijzige er ook nog maar deels in. Moeilijk Zo heb ik ook lang zitten vlassen op Willem van Hanegem. Die lukte maar niet. Op een gegeven moment, ik had Willem nog helemaal niet onder de knie, zat ik voor dat typetje al een pruik te passen bij het pruikenbedrijf en daar stond een videoband aan waarop hij zat te praten. Ter plekke ben ik mee gaan zitten kletsen en opeens zag ik waar het 'rn in zat. Dat vind je vaak in twee of drie stopwoorden terug.
Bij Willem zijn dat in: Flauwekul, potverdimme en gozert. Je gaat vervolgens in zijn intonatie en ritme mee en pats dan ben je 'rn. Weet je wat trouwens een mooie truc is? Iemand nadoen die de persoon in kwestie goed imiteert. In onze laatste theatershow deed Diederik op magistrale wijze Toon Hermans na. Toen ben ik dat op een gegeven moment gaan aanvullen. Dat werkte perfect. Maar ik deed Toon Hermans niet na maar Diederik die Toon nadeed. Want hij kon het namelijk echt. Ook ken ik iemand die Co Adriaanse goed nadoet. Van zo iemand kan ik het waarschijnlijk beter lerendan van Co zelf. Het gaat namelijk niet om een exacte weergave maar om de juiste karakterisering van de persoon. Co Adriaan- se weet van zichzelf niet wat ie doet maar iemand die hem 'bestudeerd' heeft dus wel. Je kunt Co dus waarschijnlijk binnenkort bij ons in het programma verwachten. Zo werk ik ook in stilte aan Jan Wolkers, maar dat is weer een heel ander verhaal."

Erik en de Kromme

"Van Hanegem lijkt me een vreselijk aardige vent. Ergens heeft ie iets van een gewone de man die in dat voetbal als een straatvech ter heeft moeten overleven. Een man met meerdere kanten. Keihard, meedogenloos en ook overgevoelig en kwetsbaar. Komisch maar soms ook heel nurks. Ogenschijnlijk onpeilbaar, maar onder vrienden en familie een kerel op wie je kastelen kunt bouwen. Daar ben ik van overtuigd. Willem zou het ook niet leuk vinden dat ik hem nadoe, maar van hem ben ik geneigd te denken dat hij te allen tijde naar buiten toe zal blijven vol- houden dat hij het niks vindt terwijl hij het stiekem misschien best waardeert. Hij beweert ook altijd iets niet te hebben gelezen maar hij weet alles. Dat had Toon Hermans ook. Die ging nooit naar een show van collega's maar hij wist letterlijk wat ze allemaal op het podium brachten.
Op zekere dag bracht ik mijn kinderen naar school. In het deftige Aerdenhout. Mijn broer is daar directeur, dus we hebben een goede reden om ze daar onder te brengen. Op een gegeven moment houdt daar een auto stil. Er draait een raampje open en ik zie
het hoofd van Van Hanegem die me wel een hand wil geven. Ik had hem toevallig een paar dagen eerder nagedaan. Op een -ook voor hem -leuke manier. Ik kan me voorstellen dat hij het minder vindt als we het over de handelsgeest van echtgenote Marianne hebben maar dat was nu niet het geval geweest. Kennelijk had hij me herkend en was hij even gestopt voor een praatje. Ik had natuurlijk moeten vragen of ie het gezien had en wat hij er nou echt van vond maar ik stond zo perplex dat ik van de zenuwen als een dwaas begon te ratelen. Ik weet niet meer wat ik gezegd heb maar ik heb drie minuten vol geluld en toen stond er zo'n rij met auto's achter Willern dat ie moest wegrijden. Willern van Hanegern is een van de weinige mensen die als hij ergens binnenkomt mijn hart Iaat overslaan. Een held. Ik weet nog dat ik negentien was, net in Amsterdam studeerde en ergens Simmon Carmiggelt over straat zag lopen. Toen had ik dat voor het eerst. Inmiddels zijn er bijna geen Nederlandse
grootheden meer van wie ik schrik maar als ik Willem van Hanegem, Johan Cruijff, Kees van Kooten of ehh... Jeroen van Merwijk zie dan slaat mijn hart nog steeds een slag over."

Erik en zijn populariteit

"Na mijn deelname aan het panel van Ook dat nog werd ik zelf ook ineens een min of meer bekende Nederlander. Ik weet het: mensen doen daar weleens pseudo-interes- sant over maar van mij mocht dat aspect van mijn nieuwe bestaan gerust worden over geslagen. Ik kon daar niet zo verschrikkelijk goed tegen en mijn vrouw al helemaal niet. Ze staan, zoals Diederik dat altijd zo mooi zegt, in mijn energie. Je zit, staat of loopt ergens te mijmeren en dan komt er iemand door je heen fietsen. Je wordt gedwongen om te reageren: Ja, inderdaad, we hebben heel veel lol met elkaar: Het zijn altijd dezelfde dingen die de mensen zeggen. Het dikkemik toffe jongens op je schouders worden geslagen gevoel hoeft voor mij niet. Allerlei wildvreemde mensen die ineens een ideale boezemvriend in je zien. Het is gewoon vermoeiend. Contraproductief. Laat mij nou maar lekker rustig een beetje aanrommelen. Je doet me er geen plezier mee door me te herkennen. Het kan in grote drukte zelfs bedreigend zijn. Ik ging met mijn zoon Kees tijdens Euro 2000 naar Nederland- Denemarken. Na de trein uit Haarlem stapte ik in Rotterdam op de tram die tot de nok was gevuld met PSV-supporters. Ik bleef maar naar beneden kijken maar er was een kerel die me herkende en toen ging die hele tram uit zijn dak. Uit volle borst werd er iets gezongen in de trant van En van je hela-hola, Muiswinkel seropositief. Mij is gezegd dat dit vriendelijk bedoeld was, maar ik moest wel aan mijn zoontje uitleggen wat seropositief eigenlijk betekende. Het kan nog zo goedmoedig zijn maar als honderd mongolen aan de tram gaan rukken en beginnen te blaten alleen omdat ze jou herkennen dan zak je niet eens lekker onderuit."

Erik over Gullit

"Het typetje Jan Mulder is fijn gelukt, iedereen vond dat prachtig, er kwamen zelfs krantenstukjes over, maar je kunt hem maar heel sporadisch doen. De kunst van het imiteren is om het type zo goed mogelijk te treffen maar tegelijkertijd komisch uit te vergroten. Daar zit bij Jan het probleem, want meneer Mulder is namelijk al zijn eigen overtreffende trap. Met zijn verrassende, extreme standpunten, zijn woede-uitbarstingen en zijn onderuitgezakte houding kun je eigenlijk niet veel meer kanten op dan hem gewoon exact na te doen. Wel heeft Jan Mulder voor mijn ultieme moment als imitator gezorgd. Op zeker moment was Ruud Gullit te gast bij Barend & van Dorp. Gullit had door die korte coupe net een compleet ander imago en dan had hij ook nog zo'n beugeltje in. Het gesprek ging over zijn fysieke gesteldheid en wat er aan ijzeren pennen of boutjes in zijn benen zat. Op een gegeven moment begon Mulder te schreeuwen: Maar Frits, heb je het dan niet door... ? Dit is Ruud Gullit helemaal niet, dit is Erik van Muiswinkel! Ruud Gullit kon daar wel om lachen. Ik had toen even het gevoel van: nu kan ik rustig doodgaan want hoger reiken zal ik nooit." .



"Willem ken overal over meelullen"

Haagse Courant, 29 januari 2001

Erik van Muiswinkel van de Kon. HFC kwam ooit bij de KNVB terrecht in het kader van het jeugdplan Nederland. "Negen van de tien zijn uit beeld geraakt, maar de tiende heeft aan dat voetbal toch een leuke boterham verdiend". Erik van Muiswinkel is cabaretier geworden.
Een deskundige schuift aan, aan tafel in de studio, niet zomaar een deskundige, nee, een superdeskundige, prof. dr. Hans Kraay senior, in alles de onovertroffen emeritus hoogleraar, voetbaldeskundige in extremis.


Zeg, Hans, even over FC Utrecht - Ajax, Fred Grim komt uit z'n doel, legt hij die Glucevic neer, ja of nee?
De professor: "Nou, met alle respect".
Was dat een penalty Hans - dat is eigenlijk de vraag?
De professor: "Het was wel een penalty. Ja, de bal ging op de stip. Dat was heel duidelijk te zien. Iemand nam hem. Ik heb daar achteraf een zuivere penalty in gezien. Ik kan daar niks anders van maken"
Dus Grim legde Glucevic neer?
De professor: "Nee, dat niet. Nee, dat was op televisie juist heel duidelijk te zien. De aanvaller werd niet geraakt".
Geen penalty dus?
De professor: "Nee, maar als scheidsrechter had ik hem wel gegeven, want het was heel erg moeilijk te zien, dus dan mag je hem geven, vergissen is menselijk, dus dan geef je die penalty".
Dus dan was die rode kaart voor Grim ook terecht?
De professor: "Nee, het was een absurde rode kaart. Een volslagen waanzinnige rode kaart. De penalty was al onterecht, dus dan moet je niet ook nog een rode kaart geven. Je moet er wel rekening mee houden of je eigen penalty onterecht is of niet".
Hans, ik kon je gisteren al niet volgen, maar nu kan ik je ook niet volgen.
De professor: "Nee, maar weet je wat het is, ik kan mezelf vaak eigenlijk ook helemaal niet volgen. Ik zie het terug de volgende ochtend op video en dan is er vaak geen touw aan vast te knopen. Maar weet je wat het is, ik verdien daar duizenden guldens mee, per keer, dus ik denk dan toch, ja, dan zal ik toch wel goed analyseren. Althans, dat is nu mijn analyse".

Het pak van Hans Kraay senior past Erik van Muiswinkel prima. In een stemmig driedelig grijs, een vest, een stropdas en een corsage. Zo gaat Hans op zondag naar de studio, naar Mart en Jack. Wat verder opvalt is vooral zijn soberheid en degelijkheid en zijn zuinige mondje. Als die tot geen haarfijne analyse in staat is, is niemand dat.
"Tja", glundert van Muiswinkel. "Het is grappig om te zien hoe die Kraay helemaal in dat pak is geperst. Het is een verrukkelijke man om na te doen. Een bijzondere man ook. Nota bene ooit begonnen als straatvechter. Want dat is de kern van Kraay.In de verte zit dat in hem verscholen. En heel af en toe komt dat er nog uit. Dan heeft hij ineens weer iets heel agressiefs. Hij is ook erg rechts. Als het om ordeverstoringen gaat kan hij opeens enorm uitpakken. Dan kan hij ineens vreselijk tekeer gaan op de gesoigneerde toon".

Zonder Kraay senior waren we in de winterstop met z'n allen natuurlijk vreselijk ontredderd. Het is stil geweest in huis. "Ik miste vooral Willem, hoewel ik Willem vaak mis, want ik heb thuis geen Canal+. Ik heb geen decodert, dus helaas gaat het meeste van hem aan mij voorbij. Maar Willem is een mooie man. 'Die ken overal over meelullen. Hij torpedeer ieder gesprek en vindt alles flauwekul'".

"Ik ben er redelijk van overtuigd dat het maar zeer ten dele een act van hem is. Die man zit zo in mekaar. Die heeft intussen wel ontdekt dat het als act ook heel goed werkt natuurlijk - dat is duidelijk. Willem hoeft zich niet te forceren om die act te doen want hij is ook echt zo. 'Volgens mijn is hij letterlijk de nuchterheid zelve en heb hij gewoon nooit zin en ook geen enkele reden in zijn positie om wat dan ook leuker te maken dan het is. Hij hoeft niks op te leuken. Hij haalt zijn schouders op en zegt: Zo is het'. En dat heeft hij volgens mij altijd gedaan, overal waar hij komt, ook op een familiefeestje bij wijze van spreken. Willem is een man die heeft letterlijk schijt aan alles. Die zal geen seconde z'n best doen om het gezelliger te maken dan het is".
"Willem is voor mij de nummer één, ex aequo met Cruijff natuurlijk. Cruijff legt er wel meer over uit dan Willem. Je moet bij Cruijff altijd even door die taal van hem heen, maar dan wordt het je uiteindelijk toch vrij duidelijk. 'Willem is nog raarder. Die heb geen zin om het uit te leggen'. Die gebruikt steekwoorden. Hele korte zinnetjes en dan is het stil. en dan zit iedereen te kijken: wat bedoelt'ie nou? 'Nou, dat zie je toch. Je heb toch ogen in je kop. Die loop daar loos in de ruimte. Die doet helemaal niks'. En dan noemt hij iemand die naar ieders idee een geweldige wedstrijd aan het spelen is. 'Maar die houdt de hele boel op'. Heeft hij alweer gezien, drie zetten verder".

"Het is het verschil tussen de voorzitter van mijn schaakclub hier in Heemstede en Kasparov, die allebei naar dezelfde zetten zitten te kijken, maar Kasparov ziet met z'n röntgenblik gewoon letterlijk tien zetten verder. Die ziet de onderliggende structuren en zo zou het kunnen zijn met Cruijff en Willem tijdens zo'n voetbalwedstrijd. Dat is uniek. Dat is goud waard".

"De grote vraag is natuurlijk: hebben we het überhaupt nodig, al dat geouwehoer. Het rare is, met mijn verstand zeg ik: voetballen, koppen dicht, spelen en na de wedstrijd nog even twee minuten de trainer. Dat is leuk. Die is altijd kwaad of juist heel blij. Ik zou ook voor een analyse van de scheidsrechter zijn. Die hoor je te weinig. Ik vind dat die zich zou moeten kunnen verdedigen af en toe. Lekker flink er tegenaan. Lekker olie op het vuur. En verder gewoon afkondigen en op naar de volgende wedstrijd. Punt uit".
"Dat zegt dus mijn verstand. En toch betrap ik me erop, zeker tijdens de Champions League-wedstrijden, dat ik in de rust denk: toch even horen wat Cruijff ervan vindt. Maar dat heb ik eigenlijk alleen met Cruijff. Ik zou dat ook hebben met Willem. Maar die zie ik niet. Want ik heb thuis geen 'decodert' zoals u inmiddels weet".



Valt er nog wat te lachen?

Sportweek, 28 september 1999

MICHIEL VAN EGMOND & LEO VERHEUL

Humor I
Van Vleuten: "Het is een groot misverstand te denken dat er vroeger meer gelachen werd in de sportwereld. Kijk maar naar het fenomeen voetbalhumor. Dat bestaat al honderd jaar en is volgens mij ook al honderd jaar hetzelfde. Sokken doorknippen en scheerschuim in de moorkoppen, dat werk. Zo was het en zo zal het ook altijd wel blijven."
Van Muiswinkel: "Het is inderdaad sentimentele onzin om te roepen dat de sporters van vroeger leuker waren dan de sporters van nu. Neem bijvoorbeeld tennis. Vroeger was er toch ook maar één Nastase en één McEnroe? De rest was toch ook zo saai als wat? Nee, we moeten het verleden niet gaan romantiseren. Volgens mij is John van Lottum nog steeds veel leuker dan Björn Borg."
Vleuten: "Tuurlijk. En Wim Suurbier is toch ook nooit verder gekomen dan op trainingskampen in kippensoep pissen? Alleen kreeg je die verhalen vroeger misschien vaker te horen.Waren de belangen minder groot en zag je de sporters in een minder opgefokte situatie op televisie dan nu het geval is. Zo hoorde ik bijvoorbeeld onlangs van Henk Spaan dat Dennis Bergkamp zo ontzettend geestig is. Geloof ik direct. Ik verdekn Bergkamp ervan dat hij een ontzettende droogkloot is om wie je enorm kan lachen. Het trieste is alleen dat wij dat nooit zullen meemaken, omdat die jongen in een andere wereld leeft dan wij. Ik bedoel; de kans dat ik een café binnenstop en Bergkamp aan de bar grappen hoor vertellen, acht ik vrij gering."
Muiswinkel: "Gelukkig zijn er ook voetballers die je niet hoeft te ontmoeten om er toch enorm om te kunnen lachen. Ik noem Shota Arveladze. Dat hoofd van die man! Het is net zo'n oude Tsjechische poppenkastpop, die vlak voor de wedstrijd nog even snel door een Duitse speelgoedmaker in het vernis is gezet. Het hoofd van Arveladze als hij een kans heeft gemist: als dat geen humor is..."
Vleuten: "Waterreus is ook lachen. Heeft ook een komische kop"
Muiswinkel: "Mijn associatie met Waterreus is: carnaval. Ik weet niet waarom, maar als ik 'm zie moet ik meteen aan de Raad van Elf denken. Prins Waterreus de tweede, zoiets. Wat ook humor is: het Engels dat al die tennissers spreken. Ze hebben een eigen soort taal ontwikkeld, die ze collectief toepassen zodra ze op de persconferentie achter de microfoon plaatsnemen. Steffi Graff-Engels noem ik dat. Kan ik uren naar luisteren."
Vleuten: Ik zou wel eens een anderhalf uur durend programma willen maken over voetbal. Dat lijkt me wel wat. In onze nieuwe show, Mannen op de Maan, past het niet. En eigenlijk hebben we in het verleden ook relatief weinig sportonderwerpen behandeld. Terwijl er toch materiaal genoeg is."
Muiswinkel: "Je hebt jarenlang Ronald Koeman nagedaan op de radio."
Vleuten: "Ja, bij Spijkers met Koppen. Ik deed het bovendien zo vaak, dat het een eigen leven ging leiden. Mensen dachten geloof ik dat Koeman praatte op de manier waarop ik hem imiteerde, in plaats van andersom. Terwijl er toch best veel verschillen zaten tussen wat ik deed en het origineel. Ik heb om te beginnen al een veel hogere stem dan Ronald. Wat dat betreft had ik misschien beter Gerald Vanenburg kunnen imiteren.
Muiswinkel: "Het mooie was juist dat mensen die Diederik een paar keer als Koeman hadden horen praten, teleurgesteld waren wanneer de echte Koeman zijn mond opendeed. Zeiden ze: 'Ho, doe eens normaal, zo praat jij helemaal niet'. Zo gaat dat vak met imitaties. Zelf zou ik de stem van Van Hanegem graag onder de knie krijgen. Die man heeft zo'n eigenaardig accent en zulke eigenaardige opinies, dat hij er eigenlijk om schreewt om geïmiteerd te worden. Maar het valt om de één of andere reden niet mee dat voor elkaar te krijgen. Ik ken ook niemand die hem goed kan nadoen. Het vervelende met imiteren is ook: je kunt het nauwelijks forceren. Je moet gewoon maar hopen dat je op een dag wakker wordt en het kan. Vaak begint het met één uitdrukking. Je hoort iemand iets op een bepaalde manier zeggen, begrijpt waarom het klinkt zoals het klinkt en gaat dat nadoen. Dat is het begin. Dan laat je zo'n zinnetje in kleine kring terloops een keer vallen. Als mensen dan als door een adder gebeten reageren, weet je: ik heb 'm te pakken. Van daaruit kun je dan verder."

Humor II
Muiswinkel: "Er is wel een aantal overeenkomsten tussen wat wij doen en wat topsporters doen. Om te beginnen hebben we allemaal te maken met het ongrijpbare begrip 'vorm'. De opmerking van de voetballer die zegt dat hij aan de eerste bal die hij speelt, kan voelen of het die middag wat wordt of niet, herken ik. Net als het gegeven dat de tijd vliegt als het lekker loopt. Je krijgt op die spaarzame momenten te maken met 'ingedikte tijd'. En las het op de bühne gaat zoals het moet, heb je het gevoel dat alles vanzelf gaat, dat het je geen enkele moeite kost. Dat hoor ik sporters ook weleens beweren."
Vleuten: "Je merkt inderdaad na twee, drie regels met wat voor zaal je te maken hebt. Of het een snel publiek is, of juist langzaam. Toch geeft dat begin geen garanties. Wat dat betreft hebben wij alle variaties al eens meegemaakt. Van slecht beginnen en goed eindigen, tot goed beginnen en slecht eindigen en alles wat daar tussenzit."
Muiswinkel: "we hebben natuurlijk het voordeel dat de toeschouwers in principe allemaal voor ons zijn. Waarom zouden ze tegen ons zijn als ze net fl37,50 voor een kaartje hebben betaald? Wat dat betreft spelen we dus eigenlijk elke avond een thuiswedstrijd. Al hoeft dat ook niet altijd te betekenen dat het dan automatisch goed loopt. Het publiek kan ook humeurig zijn. Dat zit hem dan vaak in dingen die de mensen die dag collectief hebben meegemaakt."
Vleuten: "Zoals in 1991 in Drachten, aan het begin van de Golfoorlog. Het eerste kwartier van de show was normaal gesproken het deel waarin het hardst werd gelachen. Maar nu bleef het om onverklaarbare redenen bijzonder stil. Pas later kwamen we erachter dat om acht uur de eerste raketaanvallen op Tel Aviv waren uitgevoerd. Waren mensen op het parkeerterrein voor de schouwburg in hun auto blijven zitten om op de radio naar het acht uur-journaal te luisteren. Tien minuten later kregen ze de grappen en grollen van ons om hun oren. Dat bleek even te veel van het goede."
Muiswinkel: "Het grote verschil tussen ons werk en topsport is natuurlijk dat wij geen tegenstanders hebben. Daarom vind ik ook dat mensen van ons een bepaald niveau mogen eisen. Maar ik verbaas me er altijd over dat het publiek en de pers bij de beoordeling van voetballers vaak voorbij lijkt te gaan aan het feit dat er ook nog elf andere goed getrainde spelers van 75 kilogram ieder in het veld staan. Vaak met één opdracht: meneer Bergkamp doormidden schoppen bijvoorbeeld."
Vleuten: "Wij, Nederlandse sportliefhebbers, zijn zo waanzinnig verwend dat we altijd maar menen dat we de beste moeten zijn. Terwijl een sporter ook gewoon z'n dag niet kan hebben. Ik begrijp dat wel. Maar kennelijk ben ik in de minderheid, want als Frank de Boer één matige wedstrijd speelt tegen België, zijn de kranten te klein om de kritiek erin kwijt te kunnen. Dan lijkt alles wat hij de afgelopen jaren wél goed heeft gedaan, op slag vergeten."
Muiswinkel: Ik heb doorgaans ook mededogen met sportmensen die een offday hebben. Wat dat betreft heb ik me ook altijd geërgerd aan de vanzelfsprekendheid waarmee wij successen eisen van onze sporters. Alpe D'Huez moet door een Nederlander gewonnen worden, vinden we. Dat is een 'Nederlandse berg', zeggen we dan. Waar slaat dat op? Geen enkele natie heeft recht op goede sportlieden, dus Nederland ook niet."


Humor III
Vleuten: "Erik heeft mij jaren geleden in de geheimen van het snookerspel ingewijd. Ik was meteen verkocht. Nog steeds ken ik maar weinig dingen die zo heerlijk zijn als dat balletje dat in die pocket verdwijnt. Het mooie aan snooker is dat je constant vooruit moet denken, moet anticiperen op wat komen gaat. Op mijn niveau ben ik al blij als ik twee stappen vooruit kan denken, maar voor de echte profs is dat niets. Zo iemand als Ronnie O'Sullivan weet: deze bal moet ik met top spelen, want over zeven ballen kom ik dáár terecht en moet díe bal in díe pocket. Dat is een gave die alle topspelers moeten hebben, anders is het namelijk onmogelijk om een serie van 147 te maken. Ikzelf ben enige lichtjaren van dat niveau verwijderd. Je moet mij zien als een hartstochtelijk amateur, die al blij is als hij eens een break van boven de veertig makt en dat dan ook direct een week lang met zijn vrienden gaat vieren in de stad. Het verschil tussen de amateur- en profsnookeraar, merk je onder meer op het moment dat er alleen nog gekleurde ballen op tafel liggen. De prof zal er altijd voor zorgen dat die ballen allemaal op hun 'spot' liggen voordat hij gaat 'potten'. Dat is dus voor ons soort mensen niet weggelegd. Bij mij ligt na vijf minuten al geen bal meer op de juiste plek."
Muiswinkel: "Soms niet eens meer op de juiste tafel..."
Vleuten: "Dan is het alsof Flipje uit Tiel boven het laken uit elkaar is geknald."
Muiswinkel: "Ik ben sinds kort opnieuw door het voetbalvirus gegrepen via mijn zoontje Kees van Muiswinkel, schrijf die naam maar vast op."
Vleuten: Hij heeft voor zijn leeftijd een prachtige sleepbeweging in huis. Nee, die kan zo in de computer van Co Adriaanse."
Muiswinkel: "Ik ben dit seizoen weer begonnen met voetballen bij mijn oude club, de Koninklijke HFC in Haarlem. Dat viel niet mee. Na een half uur had ik geen pols meer. Ik was echt helemaal kapot. Het meest frustrerende is dat ik nog wel weet wat er zou moeten gebeuren in het veld maar dat het lichaam niet meer wil. Ik zie waar ik moet zijn, maar ik kom er niet meer. Ik had wat Piet Keizer, Sjaak Swart en al die andere oude sterren hadden in die feestwedstrijd van Ajax. Wel willen, maar niet meer kunnen.
Maar er is een tijd geweest dat ik aardig kon voetballen. Zo tussen mijn veertiende en zestiende. Ik was via duistere wegen aanvoerder van het Haarlems jeugdelftal geworden en werd zelfs in Zeist uitgenodigd voor een paar proefwedstrijden. Heb ik nog tegen Gullit en de gebroeders Koeman gevoetbald. Overigens gebiedt eerlijkheid mij te zeggen dat ik de jaren waarin ik boven mijn leeftijdsgenoten uitstak, grotendeels te danken had aan mijn fysiek. Lange tijd was ik gewoon groter, sterker dan de rest. Ik had wel een redelijke techniek, maar moest het vooral van wilskracht hebben. Toch belandde ik in Zeist bij de laatste vijftig spelertjes die in een onderlinge wedstrijd moesten bepalen wie er in aanmerking zou komen voor het Nederlands jeugdelftal. Tijdens die wedstrijd kwam al heel snel het besef: dit is mijn plafond. Ik kon aardig meekomen maar daarmee was dan ook alles gezegd. Ik zag coach Ron Groenewoud langs de kant bedenkelijk kijken en toen wist ik eigenlijk al genoeg. Drie dagen later lag er een brief in de bus. 'Beste sportvriend' stond er boven. Ik was dus afgevallen. Ik vond het eerljk gezegd al mooi dat ik had mogen meedoen en het is natuurljik niet de juiste instelling voor een aankomend profvoetballer. Ik kan me van die wedstrijd niet zo gek veel meer herinneren, behalve dat Ronald Koeman in de spits stond en er eigenlijk niet echt bovenuit sprong. Er waren die dag veel Amsterdamse jongetjes die veel spectaculairder waren maar waar nooit meer iemand van heeft gehoord. Zelf was ik mijn plek op het middenveld al kwijtgeraakt aan Erwin Koeman, die verreweg de beste speler van het veld was. Ik speelde dus voorstopper en moest Pier Tol dekken. De eerste de beste bal die mijn kant op kwam was zo'n torenhoge uittrap. Ik deed een stapje naar achter. Dat had ik mijn hele leven al in dergelijke situaties gedaan, omdat de man die ik most dekken de bal doorgaans toch niet onder controle kon krijgen. Maar dit was dus een ander verhaal. Tol nam niet alleen aan, maar ging mij ook in één beweging voorbij en stond alleen voor de keeper. Ik denk dat Groenewoud toen al een dikke streep door de naam Van Muiswinkel heeft getrokken. Ik kon de rest van de wedstrijd wel aanhaken, heb nog een paar ballen fijn weggekopt, maar wist ook dat dit niveau een stapje te hoog was voor mij.
Wel heb ik me verbaasd over de snelheid waarmee die andere jongens zich vervolgens ontwikkelden tot goede profvoetballers. Twee jaar na ons wedstrijdje in Zeist speelde Erwin Koeman met PSV een jubileumwedstrijd bij mijn club. Ik was toen al blij dat ik reserve mocht zijn van het eerste van HFC, maar hij stond al in de basis van PSV tussen al die grote sterren. Daar schrok ik wel een beetje van."

Humor IV
Muiswinkel: "Cricket is mij altijd gemakkelijk afgegaan. Ik behoorde al op jonge leeftijd tot de beste twintig spelers van het land en haalde ook het Nederlands jeugdteam. Bij cricket kwam de kloof met de rest op latere leeftijd, eigenlijk op het moment in mijn leven dat ik prioriteiten moest gaan stellen. Er waren toen al snel te veel andere zaken die ik interessant vond, om me volledig op de sport te blijven focussen."
Vleuten: Dan red je het dus al niet meer. Je moet volkomen monogaam zijn om als topsporter te slagen. Oogkleppen op. Ik vind dat helemaal niet erg. Ik vind ook dat we sporters moeten beoordelen op wat ze op het veld laten zien en niet op het aantal boeken dat ze hebben gelezen of de hoeveelheid moeilijke woorden die ze gebruiken. Oké, dan leest elke voetballer 'De Ontvoering van Heineken'. Wat is daar mis mee? Ik word altijd een beetje moe van de opgetogen sfeer die in de media ontstaat wanneer er weer eens een voetballer is ontdekt die ook andere interesses heeft. Die moet direct in elke talkshow opdraven. Zo'n Dani, die dan bij Jack Spijkerman moet komen uitleggen dat hij een reproductie van de Mona Lisa boven zijn bed heeft hangen... Ik word daar niet vrolijk van."
Muiswinkel: "Wat dat betreft ben ik ook wel een beetje sportmoe. Ik hoef het niet allemaal meer te weten. Niet wat die gasten verdienen, niet wat ze 's nachts uitspoken...
Ik vind dat je een bepaalde naïviteit moet blijven behouden om van sport te kunnen genieten. Daarom ben ik ook zo gek op Nwanko Kanu. Dat is de enige voetballer op dit moment die dingen doet die je niet snapt als je het niet twee of drie keer ziet. Kanu doet dingen die niemand anders kan en die niemand anders begrijpt. En daarbij heeft hij natuurlijk ook een hele goeie kop. Hij stond laatst prachtig te grijnzen toen ie net vijf minuten voor tijd een penalty ter waarde van zesenhalve ton in de handen van de keeper had geschoten. Nee, goeie gozer, die Kanu."
Vleuten: "Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik kan nog steeds genieten van Dennis Bergkamp. Hij heeft iets magisch. En ik ben altijd liefhebber geweest van Ronald Koeman, een heel ander type voetballer. Ik vond Ronald vooral in zijn Spaanse jaren een geweldenaar. Zoals hij leiding gaf aan de defensie van Barcelona, met die vanzelfsprekendheid en die uitgestreken Groningse kop... Prachtig."
Muiswinkel: "Toch krijgen sportlieden vroeg of laat ook vaak iets tragisch, vind je niet? Aan niemand is het verstrijken van de tijd tenslotte zo duidelijk af te lezen, als aan de sportheld. Je ziet dat ook veel bij amateurclubs. Daar zijn dan lokale helden die op hun 31ste stoppen met voetballen en binnen twee jaar worden geconfronteerd met een generatie die vraagt: 'Meneer, heeft u ook gevoetbald?' Pijnlijk, hoe bederfelijk het succes in de sport eigenlijk is.
Zelf ben ik gelukkig nooit verbitterd of gefrustreerd geraakt over het feit dat ik nooit het betaalde voetbal heb gehaald. Ik heb daar geen moment last van gehad. Ook omdat ik vind dat het professionalisme op heel gespannen voet staat met de sport zelf. Ergens klopt er iets niet aan die combinatie. Een spel doe je volgens mij namelijk tussen het echte leven door, maar als prof is dat spel juist de hoofdmoot van je bestaan. Er gaan dus andere belangen de boventoon voeren. Frank de Boer voetbalt allang niet meer tegen Mijatovic omdat ze het allebei leuk vinden een spelletje te spelen. Ze zullen het beiden best hebben gehad, maar de tijd dat ze als een dartel veulen over het veld liepen, maar als je goed bent komt er op een dag een moment waarop je je onschuld verliest. En tegenwoordig is dat geloof ik al op je twaalfde. Dat geeft die hele topsport in mijn ogen iets onaangenaams."



"Je wordt gek van Youp en Freek"

Erik van Muiswinkel:
De mensenvriend De Kleine Komedie, 2 t/m 6 april.

Erik van Muiswinkel (1961) is cabaretier en werkt voor televisie en radio. Hij maakte ooit, samen met Justus van Oel en Diederik van Vleuten, deel uit van de groep Zak & As, zat twee seizoenen in het team van het televisieprogramma Ook dat nog en staat nu voor het eerst solo op het toneel in het programma De mensenvriend, geschreven door Justus van Oel. Komende week te zien in De Kleine Komedie.

Eembrugge

''Geboren op een woonboot. Mijn vader werkte in Weesp bij de Okriet-fabriek en iedere werknemer kreeg een woonboot aangeboden als beginnetje. Okriet? Tsja, een spul waarvan ik maar nooit kan onthouden wat het precies is.''

''Toen ik anderhalf was zijn we nog even verhuisd naar Weesp, later naar Haarlem. Ik heb als student Nederlands en daarna zo'n beetje tien jaar in Amsterdam gewoond, maar nu woon ik weer in Haarlem. Ja, na Eembrugge, Weesp, Haarlem, Amsterdam zou je zeggen: Londen of Parijs, maar het werd terug naar Haarlem. We woonden in de Boomstraat in de Jordaan en kregen een kind. Vijfenvijftig vierkante meter was wat aan de krappe kant, vonden wij. We hebben ons rot gezocht in Amsterdam, maar het lukte niet iets groters en betaalbaars te vinden. Ach, Haarlem is een buitenwijk van Amsterdam. Ik ben iedere dag in Amsterdam. Geen enkel probleem, ik heb een aparte parkeerportemonnee, vol met rijksdaalders en guldens.''

Propria Cures

''Ik was redacteur van 1982 tot 1984. Mijn debuut in de grote-mensenwereld. Ik weet nog dat Ad van Iterson hoorbaar schrok toen ik zei dat ik 22 jaar was. Dat vonden ze een beetje jong. Ik kwam in de redactie met Theodor Holman, Ad van Iterson en Beatrijs Ritsema. Later kwamen daar Hans Bouman, Peter Smit en Hans Moll bij. Ik werd aangenomen op een stuk dat heette Mopperlands, een pastiche op al die Opperlandse stukken die toen zo in de mode waren, van vooral Hugo Brandt Corstius en Gerrit Komrij. Die stukken waren altijd een beetje hakkelig geschreven omdat er in iedere zin een trucje moest zitten. Nou , ik gooide er nog een schepje bovenop, een zeer hakkelig stuk, met in iedere zin een trucje. Mijn beste stuk voor PC was een stuk tegen de Anne Frank Stichting, daar had ik toen heel veel research voor gedaan. Het stuk ging eigenlijk avant-Theo Van Gogh over de waanzin van de 4 mei-industrie.

''Propria Cures op dit moment? Er staat altijd wel een aardig stuk in. En zo is het altijd al geweest: als er een aardig stuk in staat, is het nummer de moeite waard. Maar als ik toch een klein beetje mag zeuren: driekwart van de stukken gaat de laatste tijd over televisie. Dat vind ik iets te veel van het goede. Maar aan de andere kant, PC had vorige week een volstrekt smakeloze cartoon over de ramp in Dunblane. En zo hoort het ook.''

Justus van Oel

''Mijn Bram en mijn Freek tegelijk. Je weet toch dat Bram Freek uit zijn bed heeft geschopt om eindelijk eens wat te gaan doen. Bram gaf de eerste zet, maar Freek bleek uiteindelijk het genie. Justus heeft mij ook uit mijn bed geschopt, maar Justus bleek ook nog het genie te zijn.

''Ik heb hem op het Christelijk Lyceum in Haarlem ontmoet. Samen schoolcabaret gemaakt. Jaren later, tijdens een reunie besloten weer eens wat te gaan doen en zo is Zak & As begonnen. Justus had het begin van de groep bepaald, het lag dus voor de hand dat hij ook het eind zou bepalen. Het was tenslotte zijn onderneming. Ik was het er helemaal niet mee eens. We hadden veel succes en volle zalen, maar Justus was uitgekeken op het schrijven van cabaretteksten. Terwijl hij daar het beste in is. Hij is van het niveau Annie M.G. Schmidt en Michel van der Plas.''

Youp van 't Hek

''Nu moet ik zeker meteen roepen: over collega's zeg ik niks? Nee hoor, maak je geen zorgen: ik praat vrijuit over mijn collega's. Youp, tsja . . . Youp moet naar mijn idee olie verversen. Youp heeft op een gegeven moment een vorm en stem gevonden, waarmee hij de populairste cabaretier van Nederland is geworden. Dat deed hij weergaloos. Maar we hebben nu vijf van die werkstukken gezien en ik weet het nu wel. Ik weet waar Youp een hekel aan heeft. Zijn levensfilosofie is mij nu bekend. Wat dat betreft viel de Oudejaarsconference mij ook een beetje tegen. Ik dacht dat hij die avond zou aangrijpen om het over een andere boeg te gooien.

''Ik denk de laatste tijd dan ook met weemoed terug aan Youp z'n programma met Onno Molenkamp. Zo klein, zo mooi. Maar misschien is Youp juist bang voor een koerswijziging. Je weet namelijk nooit wat je supporters gaan doen. Herinner je je nog wat er met John Lanting is gebeurd toen hij na zoveel programma's Theater van de Lach het een keer op z'n Monty Pythons ging proberen? Nee? Lanting had zelfs Graham Chapman van Monty Python om advies gevraagd en zo. Nou, het was erg druk bij de garderobe in de pauze, kan ik je vertellen.''

Freek de Jonge

''Youp-Freek! Freek-Youp! Youp-Freek! Freek-Youp! Je wordt gek van Freek en Youp, horendol word je ervan. Zij terroriseren de theaters. Hans Dorrestijn heeft er een mooi verhaal over. Dan kwam hij uitgeput na een voorstelling bij zo'n theaterdirecteur, en die zei dan: 'Was leuk meneer Dorrestijn, overigens, vorige week hadden we Youp hier, nou de zaal is af-ge-bro-ken. Ja en volgende week komt Freek dus dat worden ook weer prachtige avonden'. Ik maak het ook mee en erger mij er ook behoorlijk aan. Maar ja, wat moet je met die constatering. Je moet beter worden en zorgen dat je erbij komt.''

Carre

''Ik wil er staan. Laat ik daar eerlijk in zijn. Ik wil er ooit komen. In Carre moet je tegen de onderste ring spelen, als je dat goed doet gaat de rest vanzelf. Je hoort: ik weet al precies hoe het moet als ik er zal staan. Ik ben natuurlijk na Zak & As als het ware opnieuw begonnen. We speelden altijd voor volle zalen, een week Kleine Komedie was een week hartstikke uitverkocht. Nu sta ik solo een week in de Kleine Komedie en lopen eigenlijk alleen de vrijdag en de zaterdag aardig.''

Hans Teeuwen

''Een demonische verschijning. Een natuurverschijnsel, net als Youp dat is. Hij heeft een krankzinnig succes. Of ik jaloers ben? Ach, ik kan de zon wel in het water zien schijnen hoor. Theo Maassen vind ik misschien nog wel beter dan Hans Teeuwen. En wat ik werkelijk geniale mannen vind, vooral muzikaal, is het duo Ajuinen & Look; Mike Bodde en Thomas van Luyn zijn dat.''

Antonia

''De vriendin van Justus, Wimie Wilhelm, heeft er een mooie rol in, de film heeft bovendien een Oscar gewonnen en toch heb ik hem niet gezien. Ik heb van Marleen Gorris ooit wel Gebroken spiegels gezien. Dat bleek een ouderwetse tendens-film, waarvan ik niet wist dat ze nog gemaakt werden. De film was heel erg tegen vrouwenmishandeling. Ik ook trouwens. Ik vind ook niet dat je een vrouw vastgebonden onderin een kelder mag laten verhongeren. Tsja, maar wat moet je er verder mee. Dan zie ik liever The silence of the lambs. Dan kom je met het zweet in je broek de bioscoop uit en begrijp je tenminste een beetje waar het allemaal vandaan komt.''

Cricket

''Zonder concurrentie het mooiste spel dat de mens heeft uitgevonden. A: omdat het zo lang duurt en b: omdat het zo moeilijk is. En omdat het zo moeilijk is, is de roes zo zoet als het lukt. De eerste vijfentwintig jaren van mijn leven stonden in het teken van cricket. Het heeft mij bepaald. Ik heb mijn vrouw bij de cricketclub leren kennen toen ik zestien was, ik kan een das strikken dankzij cricket, ik heb er in commissies en besturen geleerd wat besturen is, en al mijn buitenlandse reizen waren cricketreizen, want ik ging 's zomers natuurlijk nooit op vakantie vanwege de cricketcompetitie.''

De Connaisseur

''Ik ben nog nooit zo zenuwachtig voor een televisie-optreden geweest. Ik had me als kandidaat opgegeven voor de afleveringen van de quiz De connaisseur, die over literatuur zou gaan. Daar weet ik tenslotte het een en ander van. Ik heb klappertandend door de gangen gelopen. De eerste uitzending heb ik gewonnen. De tweede uitzending verloor ik met een punt verschil van een docent Algemene Literatuurwetenschap in Nijmegen, dus ik hoefde me niet te schamen. De vraag waarop ik struikelde was een korte algemene vraag waarbij ze een fotootje lieten zien van een Franse componist. Ik wist niet wie het was. Het bleek Messiaen te zijn. Achteraf erg stom, want Messiaen is een beroemd componist.

''Maar aan de andere kant, doordat ik in die tijd zelf de quiz Megabrein presenteerde, had ik bij De connaisseur soms geluk met van die typische weet-vraagjes. Hoe heet de enige opera die Beethoven geschreven heeft? Ik weet niks van opera, maar het is een beroemd quiz-vraagje en dus wist ik het antwoord: Fidelio.''

Jack Spijkerman

''Ik praat wel eens mee met de organisaties van symposia en die zoeken dan vaak nog een presentator en dan mag ik om te pesten graag de naam Jack Spijkerman laten vallen. Nee! Nee! krijsen ze dan. Jacks grote kracht is de weerzin die hij oproept. En ik begrijp het ook wel: die kop, die grote bek. Maar ik mag hem graag. Jack is een groot improvisator. Ik zit nu ieder week in zijn Vara-nachtshow actuele grappen te maken. Het gaat redelijk, moet beter. Het is natuurlijk het moeilijkste dat er is. Je moet ook geluk hebben. Je weet dat er een goede grap zit in de affaire van het Engels rundvlees, maar vind hem maar. Waar is-ie? Waar is-ie? Vorige week wilden we een grap maken over de porno-kaarten die uit de rekken moeten in Amsterdam. Dat lukte goed. We hadden een betere dan Koot & Bie, vond ik zelf. De grap ging zo: 'Wie hebben er nu eigenlijk last van die kaarten? De kinderen niet, de volwassenen niet, de winkeliers niet; alleen de zedenpolitie heeft er last van. Maar als je er niet tegen kan moet je niet bij de zedenpolitie gaan werken'. Boem! Die sloeg echt in.''

Engels rundvlees

''Niet over zeiken, gewoon blijven eten. Negenennegentig procent van dit soort scares blijken altijd reuze mee te vallen. Kijk, wat je niet moet doen is in Zambia zonder condoom moet een hoer naar bed gaan. Dat is onverstandig. Maar zelfs dat heb ik wel eens gedaan, in 1980, en zie: ik leef nog steeds.''

Arnon Grunberg

''We hebben dezelfde uitgever. Ja, dat klinkt nu heel interessant, maar ik ga bij Nijgh & Van Ditmar een sportboek uitgeven. Toen ik daar laatst op bezoek was om er met uitgever Vic van de Reijt over te praten, was Arnon Grunberg daar ook. Hij bleef erg vriendelijk toen ik zei dat mijn boek over sport zou gaan. Ik schrijf al lange tijd een sportcolumn in het Haarlems Dagblad en die columns bewerk ik nu tot een aantal sportverhalen. Ik heb al een aantal titels bedacht waaruit ik straks moet kiezen: Oom Erik leert zijn neefje winnen, De voet van Kanu en andere verhalen of Van Abe tot zwemmerseczeem.''


< terug <