|
'Cricket
blijft cricket: zodra de bal rolt, gaat het om eer en prestige'
Interview
met Erik van Muiswinkel, cabaretier en fervent cricketer
Hier
woont een cricketvader. Voor de deur staat een Seat Alhambra,
zo'n busje waarin bijna een elftal kleine cricketers past. Erik
van Muiswinkel woont op vijf minuten lopen van Rood en Wit, zíjn
club, op de grens van Haarlem en Heemstede. Nederland kent hem
van het theater en van televisieprogramma's als Ook dat nog, Studio
Spaan, Kopspijkers en Koefnoen. De cabaretier met het bizarre
talent voor imitaties houdt nu een halfjaartje sabbatical. De
zomer nadert, dus het leven staat in het teken van cricket. Rood
en Wit bestaat in juni 125 jaar en bij de Van Muiswinkels wordt
de laatste hand gelegd aan het jubileumboek. In de hal hangen
historische prenten die zijn vader verzamelde. Overal slingeren
cricketbats, hockeysticks en ballen. De televisie staat op het
Britse Sky Channel. En cricketers weten wat dat betekent. Testmatch.
Vijf hele dagen kijkplezier met topcricket!
'Het
gaat toch niet over luieren, ligstoelen, thee en oude mannetjes
met strooien hoeden, hè?' Aan die clichés heeft
Van Muiswinkel het land. Cricket is, zoals ze in Engeland zeggen,
de king of sports. En de koning dient serieus te worden genomen.
Je moet alleen altijd weer uitleggen wat cricket is. Dat, zo beseft
Van Muiswinkel, is helaas het lot van iemand die een sport kiest
met hooguit vijfduizend andere liefhebbers.
Eerst
maar wat filosoferen. Van Muiswinkel: 'Cricket wordt op een groot
veld gespeeld. Het is letterlijk een grenzeloze sport, want de
afmetingen liggen niet vast. Dus is er veel ruimte voor intuïtie
en improvisatie. Bij volleybal of tafeltennis ligt alles vast
in patronen. Cricket is de vrije natuur.'
Nou
ja, vrije natuur. Het is toch even wennen, kijken naar een cricketwedstrijd.
Rond het veld staat een lijn getekend, de boundary. Daarbinnen
bestrijden twee elftallen elkaar. Net als bij honkbal probeert
eerst het ene elftal met een slaghout (het bat) zo veel mogelijk
punten (runs) te scoren, daarna het andere. Maar het is de manier
waaróp die bij de leek voor verwarring zorgt. In het veld
staan elf fielders van de ene partij en twee slaglieden (batsmen)
van de andere. Midden op het veld ligt een smalle mat, of een
strook geprepareerd gras, met aan de uiteinden voor iedere batsman
een wicket (een soort hekje). Het spel wordt geteld in series
van zes ballen (overs), beurtelings van elke kant gegooid door
twee werpers, de bowlers. De bowler probeert de batsman uit te
krijgen door het wicket te raken en de batsman probeert de bal
tegen te houden of weg te slaan.
Gebeurt
dat, dan komt er opeens beweging in het gezelschap. De fielders
proberen de bal zo snel mogelijk te vangen – dan is de slagman
uit – of op te pakken en naar de achtervanger (de wicketkeeper)
te gooien. Intussen rennen beide batsmen naar het wicket 'aan
de overkant'. Zo scoren zij een punt (run), tenzij iemand van
de veldpartij erin slaagt met de bal het wicket te raken. En ook
dan is de batsman uit. Een batsman die de bal het veld uit timmert,
wint vier punten (over de grond) of zes (door de lucht).
Twee
scheidsrechters in witte jas, de umpires, houden toezicht. De
lol zit 'm in de tactiek. En die hangt af van de duur van de wedstrijd,
de staat van het veld, het weer en de tegenstander. Een wedstrijd
in Nederland duurt tweemaal vijftig overs, ongeveer een dag, maar
er zijn er ook van twintig. De mooiste wedstrijden, testmatches
tussen bijvoorbeeld Engeland en Australië, duren vijf dagen.
Zelf speelde Van Muiswinkel honderdzeventig wedstrijden in het
eerste elftal van Rood en Wit, de meeste in de hoofdklasse, de
hoogste Nederlandse competitie. 'Ik heb iet altijd een vaste plaats,
ik ben net niet goed genoeg.'
Vraag
een cricketer naar zijn specialisme en je krijgt een karakterschets.
Wat is Van Muiswinkels favoriete positie als fielder? 'Gully,
de circusplek. Dicht bij de batsman, wachten tot de bal van het
kantje spat en 'm dan toch vangen. En op de boundary, ver weg.
Rennen en vangen, dat is het leukst. Kan ik goed.'
Van
Muiswinkel wil 'aan bat' altijd 'openen': de eerste zijn die de
bowler trotseert. 'Dat is, nog steeds, het jongetje in mij. Als
we spelen, ook voor de lol, wil ik gewoon nummer 1 zijn. Vooral
in het begin van de wedstrijd – als ze je bang willen maken met
snelle ballen – is niets leuker dan ze meteen hard als granaten
weg te slaan. Dat is zeer demoraliserend voor de tegenpartij.'
Het
allermooiste is het aanvoerderschap. 'Zelf zo'n wedstrijd sturen,
een elftal als een schip op koers houden. Ik ken geen sport waar
de aanvoerder zo sterk het verschil maakt.' Rond zijn 12de kreeg
hij het spel door. 'Ik heb nog velletjes papier uit die tijd,
waarop ik de avond voor de wedstrijd met kruisjes aangaf hoe we
moesten spelen.'
Zijn
zoon Kees (14) speelt nu in een Nederlands jeugdelftal. Hij is
net terug uit Zuid-Afrika. Vader was mee. 'Grote successen hebben
ze niet behaald. Je krijgt daar met het beste Nederlandse jongensteam
nog echt op je gezicht van een schoolteam.' Het vaderhart lijdt
soms vreselijk. 'Je hebt maar één leven, vooral
aan slag. Dus als je op de eerste bal uitgaat, is het meteen klaar.
Voor ouders een hard gelag, om van de kinderen maar te zwijgen.
Des te groter is de triomf als-ie er een uur staat en 50 runs
slaat.'
Al
die jaren dat zijn kinderen opgroeiden – ook zijn dochters spelen
cricket – was hij jeugdcoach. Spelletjes bedenken, de aandacht
vasthouden. Vol vuur vertelt hij hoe je kinderen enthousiast maakt.
Ze houden er nogal eens mee op, omdat ze te weinig te doen hebben.
Het spel moet dus korter en sneller. Op dat punt gebeurt er te
weinig in Nederland. 'Honkballers hebben 35 jaar geleden al peanutball
ingevoerd, een spelletje waarbij kinderen met een plankje mogen
slaan. Dat is makkelijker dan met een knuppel. Het heeft duizenden
van die kleine erwtjes gelokt.'
Natuurlijk
is er de afleiding buiten de sport. Dan moeten ze tennissen, of
vijf weken naar het huisje in Frankrijk en blijft er weinig over
van zo'n seizoen. 'Tegen hun ouders zeg ik: de kansen zullen nooit
zo groot zijn voor jullie zoon als bij dit spelletje. Hij heeft
hooguit twintig concurrenten, dus als hij zijn best doet, zit
hij zó bij een selectie. De cricketbond zet programma's
op, de hele winter door, en ze gaan naar fantastische oorden:
Engeland, Zuid-Afrika, India. Wat ze daar leren en beleven, is
met geen pen te beschrijven. Dat is het grote voordeel van het
kleine cricket.'
De
komst van vooral Surinaams-Hindoestaanse en Pakistaanse spelers
heeft de cricketcultuur veranderd. Elke zomer halen conflicten
en zelfs vechtpartijen de krant. 'Pakistanen spelen fel, maar
daar heb ik wel lol in. Tot het onsportief wordt, dan schop ik
ruzie. Waar ik niet tegen kan, is al vóór de wedstrijd
het verwijt te krijgen dat je zult discrimineren. Dan weet je
dat je niets goed kunt doen. Dus moet je voor het begin de lont
eruit trekken.'
Zijn
tv-bekendheid helpt soms. Autochtone spelers laten nooit iets
merken. 'Bij onze allochtone concurrenten is dat anders. Die kijken
ook televisie, zoals Kopspijkers destijds, en beginnen vaak meteen
te lachen als ze me zien. Dat breekt het ijs. Maar cricket blijft
cricket: zodra de bal rolt, gaat het om eer en prestige.'
Zorgen
de allochtone clubs ook voor nieuwe aanwas? 'Veel zwarte clubs
hebben geen eigen jeugdafdeling,' zegt Van Muiswinkel. 'Kinderen
lopen vanaf hun 3de jaar met papa mee en spelen in de tuin of
in het park. Als ze 14 zijn, krijgen ze een snor, gaan ze harder
bowlen en doen ze mee bij de senioren. Een groot gezin, met kinderen
van 5 tot 16 jaar, speelt gewoon samen. Dat hele Nederlandse idee
van een club en beginnen bij de mini's, dan de F-jes, de E-tjes
en de D-tjes, dat hebben ze niet nodig. Maar ze laten wel vaak
hun kinderen nog een paar jaar echt coachen op een van de grote
witte clubs. En daarna gaan ze terug.'
De
organisatie loopt soms stroef. 'Ze zijn er niet op ingesteld om
elke zaterdag zo en zo laat voor het hek te staan om een auto
vol kinderen naar een andere club te rijden. Al die corvee-achtige
dingen, daar willen ze niet aan meedoen. Pakistanen, Surinamers
ook – ze organiseren hun sport via familieverband.' Voor die kinderen
zou de school ideaal zijn om het spel te leren, zoals in Engeland
en de voormalige koloniën. 'Als je jeugdcricketers uit Amsterdam-Zuidoost
wilt hebben of uit de zwartere wijken van Den Haag, dan kun je
met cricket op de zwarte scholen in hun eigen buurt enorm veel
winst behalen.'
Het
zijn de verenigingen met de langste traditie, opgericht als cricket-
en voetbalclub, die de beste overlevingskansen hebben. Door de
natuurlijke aanwas. Vooral waar ze een bestuurlijke band hebben
en dus de kosten, het terrein, een kapitaalkrachtige achterban
en sponsoring kunnen delen. Cricketclubs die aan hockeyclubs vastzaten,
raken hun velden kwijt, doordat hockey op kunstgras wordt gespeeld.
Daar kun je niet op cricketen.
En
wie houdt de vereniging draaiend? 'Moeders. Bij ons ben ik de
enige man tussen vijf vrouwen. Zíj runnen de tent. Van
een oude, knoestige trainer uit Engeland eerst met veel geduld
het spelletje leren, zoals in mijn jeugd, en de tas dragen van
de sterren uit het eerste elftal – daar houd je die jongens niet
mee vast.'
Zeker,
cricket is nog altijd een beetje een VVD-sport. Dat kan afschrikken.
'Maar de normale mensen zijn intussen wel in de meerderheid. Je
hebt geen blazer nodig om mee te doen.' Sinds 1981 is Van Muiswinkel
zelf 'sluimerend lid' van The Flamingo's. 'Daarvoor word je gevraagd.
Nu is het dacht ik alleen nog een voorwaarde dat je in de hoofdklasse
hebt gespeeld en een goede cricketer bent. Vrijwel iedereen komt
in aanmerking, ook umpires. Maar, iets van een old boys club zal
het wel houden.' Bij het lidmaatschap hoort traditioneel een felgekleurd,
gestreept jasje. Van Muiswinkel heeft er een, maar wel die van
zijn vader. 'Gebruik ik alleen voor cabaret, als ik griezelige
mannen wil spelen.'
Zeg
Engeland, en cricketers kijken devoot. Zo niet Erik van Muiswinkel.
Hij pakt zijn favoriete boeken uit de kast, over malle mythen
rond het spel. 'Bij mij is het erin gehamerd. Respect voor de
Englishness. De wortels, de hoeders van het spel, de Marylebone
Cricket Club, Lord's Cricket Ground, de public schools – pure
heiligverklaring. In Nederland konden de Engelsen nooit kwaad
doen en die mythologisering bestaat ook in Engeland zelf. Een
Amerikaanse schrijver liep de historie na en die berust volgens
hem alleen maar op vage bewijzen, papiersnippers. Die Engelse
geschiedschrijving begint altijd bij een woud met herdersjongens,
en de openbaring van slaghout en bal. Alsof nergens anders iemand
op het idee kwam om een voorwerp weg te slaan met een eind hout.
Het spel is ook ontiegelijk misbruikt voor goedkope schoolmeestersretoriek
over de opvoedkundige waarde. Voor mij is cricket gewoon een leuk
en goedbedacht spel.'
Bij
Rood en Wit richtten wij als junioren ooit een supportersclub
op. We hielden een luilaktoernooi en wilden nu eens niet in smetteloos
wit. We moedigden het eerste elftal aan met yells en toeters.
Dat leidde zelfs tot koppen in De Telegraaf. En we hadden het
nota bene afgekeken van de Engelsen! Je mocht bij een cricketwedstrijd
niet eens hoesten, dat was hier de norm. Cricket werd opgeëist
door mensen die er een leerschool des levens van maakten. Het
was een claim van het establishment: dit is óns spel. Daarom
bleef cricket in Nederland klein.
'Het
gekke is: tennis beleefde een doorbraak, golf ook. Maar al zou
je die elitaire kantjes eraf schillen, dan blijft een punt: het
kost veel tijd om cricket te leren en te spelen, en dat zie ik
Nederlanders niet massaal doen.'
Straks
begint het weer. Theater, televisie, drukte. Van Muiswinkel heeft
een stille droom. 'Professioneel coachen. Daarvoor moet je twee
diploma's halen, het eerste heb ik nu. Dan zou ik graag ergens
kinderen trainen – in Afrika, waar ze niets hebben, maar waar
genoeg enthousiaste jongetjes zijn. In Uganda, Kenia of Tanzania.
Eigenlijk ben ik toch die oude, knoestige trainer. '
Publicatiedatum:
29 april 2006 Auteur: Arthur van Leeuwen
Mailen met Van Muiswinkel
Precies
elf dagen geleden kwam het boek verzamelde mannen uit, jawel,
de verzamelde theaterteksten van de mannen Diederik van Vleuten
en Erik van Muiswinkel. Fanny stuurde Erik een felicitatiemail.
Heeft
u zelf ook een verzameling?
"Nee ik heb wel heel veel boeken. Maar dat zijn er gewoon
erg veel, en verder niet van overeenkomst; dat is wel een criterium
voor verzamelen. Vroeger spaarde ik ansichtkaarten met daarop
afbeeldingen van landkaarten. Hoe ik dat heb verzonnen weet ik
ook niet! Ook heb ik in mijn jeugd een lang tijd bijzonder fraaie
sigarenbandjes verzameld. Die vond ik onder de tribunes van mijn
oude voetbalclub, HFC in Haarlem., de oudste voetbalclub van Nederland."
Bent
u wel eens bang in het donker?
"Nee, nooit! Ik heb wel mijn oude knuffel Teddy nog steeds.
Die heb ik al sinds ik twee jaar ben. Of ik vroeger bang voor
monsters was? Nee eigenlijk niet. Ik was van af het begin af aan
al stoer."
Heeft
u veel last van muizen?
"Ja op het ogenblik wel! We proberen ze te verjagen met blauwe
giftige korrels, maar tot dusver zonder resultaat, ze rennen nog
steeds door het huis. Er zijn bij ons helaas mensen allergisch
voor katten."
Met
cricket en voetbal bent u niet doorgebroken, hoe voelt het een
mislukkeling te zijn?
"Dat zou vervelend zijn geweest als ik tijd had
gehad om erbij stil te staan. Maar ik ging meteen op kamers en
dat was de mooiste tijd van mijn leven. Bovendien ben ik er al
vrij snel achter gekomen dat het niet ging lukken in de sport.
Op mijn veertiende ontdekte ik dat met voetbal. En op mijn achttiende
met cricket"
Waar
komt uw fascinatie voor Chileense volksliederen vandaan?
"Chileense volksliederen? Het enige wat ik me kan herinneren,
is een Peruaans volkslied, waar ik als klein kind enorme fan van
was. Dat heb ik ooit eens gehoord en ik ben toen erg onder de
indruk geraakt van de fluitklanken, die rechtstreeks uit hun ziel
leken te komen. Blijkbaar was ik niet de enige, want later hebben
Simon & Garfunkel het gecoverd"
In
1980 bezocht u Zuid-Afrika. Uw suggestie de Apartheid af te schaffen
werd elf jaar later overgenomen, schrijft u op uw website. Heeft
u nu talloze vrouwelijke aanbidders?
"Nee, op de een of andere manier is het niet helemaal
tot de wereldbevolking doorgedrongen dat het afschaffen van de
Apartheid eigenlijk mijn idee was. In de kleedkamer komen trouwens
ook nooit vrouwen".
Door: Fanny van de ReijtAlma Mathijsen 11 juni 2005 / Foto:
Karoly Effenberg
Schoolreisjes
en theaterkoorts
Door Martin Hendriksma
Vrijdag
26 november 2004 - Na een 'sabbatical' keert Erik van Muiswinkel
samen met Diederik van Vleuten dit seizoen terug in de theaters
met de nieuwe voorstelling 'Antiquariaat Oblomow'. De cabaretier
over zijn schnabbels, zijn typetjes en het maakproces van 'Oblomow'.
Of
het lekker was, zo'n jaartje vrij? "Vrij?", zegt Erik
van Muiswinkel verbaasd. "Ik was helemaal niet vrij. Ik heb
een jaar niet met Diederik in het theater gestaan, maar ondertussen
misschien meer dan gedaan dan ooit. Mijn jaar begon met een week
regiewerk voor VOF de Kunst. Vanaf dat moment heb ik nauwelijks
een dag voor mezelf gehad."
Desgevraagd
waagt hij zich aan een opsomming. "Er belden mensen op of
ik de majoor in de verfilming van 'Pluk van de Petteflet' wilde
spelen. Ik wist meteen: dat ga ik lekker doen. Ik kon in 'Baantjer'
meespelen. Ook gedaan. Ik heb met het Rotterdams Philharmisch
Orkest een kindervoorstelling gepresenteerd. Je denkt, ach, twee
keer optreden, dat doe ik er wel effe tussen door. Maar ja, dan
komen er twee voorbesprekingen bij, een repetitie, nog een repetitie,
een kostuum huren..."
"Natuurlijk
had ik ook wel eens 'nee' kunnen zeggen. Daar gaat onze nieuwe
voorstelling ook over. Mijn drang om te schnabbelen."
Maar
het is, zegt hij, méér dan dat. "Ik heb allemaal
leuke dingen gedaan waar ik anders 'nee' op moet zeggen. Het enige
wat ik elk jaar naast het cabaret doe, is de hoofdpiet spelen
bij Sinterklaas. Hartstikke leuk. Maar óók een maand
werk tegenwoordig."
Vergeet
hij nog zijn belangrijkste nevenactiviteit: 'Kopspijkers'. "Dat
is helemaal een soort 'ratrace', die iedere week op woensdag begint
en op zaterdag bijna live wordt gepresenteerd. Toen ik dat combineerde
met de opnames van 'Pluk' had ik het gevoel dat ik wéér
nooit thuis was. Ik neem m'n petje af voor Peter Heerschop en
Bert Visscher die 'Kopspijkers' tegelijkertijd met een theatertournee
doen. Loodzwaar!"

Schoolreis
Het applaus van het theaterpubliek heeft hij het afgelopen jaar
niet gemist. "Maar wel het clubje waarmee je voortdurend
op schoolreis bent. Diederik, de technici, de mensen van de theaters
die we zo langzamerhand ook goed kennen. Je hebt toch twee, drie
keer per week een uitje. Dat ritme miste ik wel, ja. Nou ja, een
beetje. Maar die theaterkoorts kennelijk niet. Gek. Misschien
zelfs ietwat verontrustend. Dat duidt erop dat ik ook best zonder
zou kunnen, ja." Niet dat hij daar serieus over nadenkt.
Hij heeft inmiddels al een groot aantal try-outs van 'Antiquariaat
Oblomow' achter de rug, waarin hij een klant speelt die de rust
van een eenzame boekhandelaar danig verstoort. En ook die voorstelling
wierp z'n schaduwen al in z'n 'sabbatical' vooruit. Vanaf januari
kwam hij wekelijks met kompaan Van Vleuten samen om over het nieuwe
project te praten.
"Het
gaat bij ons altijd met horten en stoten", vertelt hij. "Dan
heeft de één een tijd niks en komt de ander met
een stuk. Diederik heeft op Ameland de geest gekregen en zo'n
25 bladzijden opening geschreven. Een godsgeschenk, want daar
kun je op voort discussiëren. Nou ja, van die hele opening
zijn uiteindelijk misschien drie kantjes overgebleven, maar de
geest van Oblomow en de scène waarmee het stuk opent, dat
is allemaal op Ameland ontstaan."
Vanaf
10 augustus werkten ze drie weken achter elkaar in theater De
Luifel in Van Muiswinkels woonplaats Heemstede. "Hadden we
die zaal lekker voor onszelf. Elke dag om elf uur aan de koffie
en vervolgens hup aan het werk. We zijn vooral heel goed in ijsberen.
En daarna op de laptop meteen alle vondsten intikken. Lekker eikelen,
en niet voor vijf uur mogen weggaan. Ook als je geen zin hebt,
of geen inspiratie. In die drie weken hebben we een heleboel rotzooi
vergaard, die je daarna gaat zeven. Zo hebben we uiteindelijk
een stuk of twaalf nummers overgehouden en aan Kees Prins, onze
regisseur voorgelegd."
Bij
de totstandkoming gebruikten ze als 'kapstok' een vorm waar ze
bij de vorige voorstelling 'Mannen met vaste lasten' tegenaan
liepen.
"We
zoeken een uitgesproken locatie, zoals toen dat huisje op het
Wad, waar we een verhaal kunnen vertellen. Eigenlijk gewoon toneel,
maar dan zonder dramaturgisch verantwoord verhaal. We denken nog
steeds in losse nummers. Maar dat cabaret in een toneeljas levert
ons heel veel op." Hij vergelijkt het met de rijmdwang bij
dichters. "Dat werkt in eerste instantie beperkend, want
het dwingt je in een bepaalde richting. Maar het maakt de vervolgkeuzes
veel helderder. Het is voor een dichter vast veel moeilijker om
vrije verzen te schrijven. Omdat dan echt alles kan." Amper
een maand na de ijsbeersessies in De Luifel speelden ze al de
eerste voorstelling in Den Bosch. "Twee keer drie kwartier.
Helemaal uit het hoofd. Alleen bij een paar grote monologen probeer
je het podium sneaky zo in te richten dat je die van papier kunt
doen."
Willem
van Hanegem
Fans van Anton Geesink of Willem van Hanegem hoeven niet bezorgd
te zijn. Ook deze typetjes komen in 'Antiquariaat Oblomow' terug.
Van Muiswinkel: "Maar dan in een piepklein rolletje, wat
eigenlijk alleen maar zelfspot is. Dat ik om de haverklap sta
te schnabbelen met m'n stemmetjes en m'n hoedjes en dat Diederik
daar zo het zijne van denkt."
Een
hele verre afgeleide, verzekert hij, van hoe dat in werkelijkheid
is.
"We
hebben ons weleens gerealiseerd hoe we het óók hadden
kunnen aanpakken. Namelijk een camper inrichten en daarop heel
groot schilderen: 'Van Muiswinkel en Van Vleuten, voor al uw typetjes'.
Schmink en pruiken in de kofferbak en hup het land in. Kunnen
we zo vier ton per jaar mee verdienen. Maar ja, daar is natuurlijk
geen denken aan. Ik vrees dat ik binnen een week doodongelukkig
zou zijn. Omdat je dan exact doet wat mensen vragen. Het is een
kunstje, niet eens een lelijk of fout kunstje, maar het blijft
een kunstje. Ik moet er niet aan denken om dat avond aan avond
te moeten doen."
Hij
heeft er weer zin in, maar het doordraaien van vroeger is er niet
meer bij. "Dat jaar vrijaf is niet zonder reden gepland.
Diederik en ik bleken er precies hetzelfde over te denken. We
waren even op. Als duo hebben we vanaf 1997 continu in de theaters
gestaan. Op een gegeven moment ben je gewoon duizelig. Kijk, je
krijgt in anderhalf uur enorm veel energie op je af, die je vervolgens
terug moet geven. Zelfs als de voorstelling geweldig gaat, als
je hebt gebogen en alles is gelukt; dan nog voel je in de kleedkamer
ongeveer een uur na de voorstelling hoe moe je bent. Na twee weken
in de Kleine Komedie, waar je alles hoort en ziet omdat het publiek
er bovenop zit, ben je kapot. Ze zuigen alle energie uit je."
Om
tot besluit te verzekeren: "En zo hoort het, natuurlijk!"
'Antiquariaat
Oblomow' - - door Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten.
Regie: Kees Prins. - Onder meer te zien op 1, 2 en 3 december
in Waalwijk (De Leest, try outs), op 12, 13 april in Roosendaal
(De Kring) en op 20, 21 juni in Breda (Chassé Theater).
Informatie: http://www.erikendiederik.nl
Op
tv zes weken lang het 25- jarig jubilerende Leids Cabaret Festival,
in VARA TV Magazine oud-winnaars die omzien naar hun carriere.
Deel 1: hoe Erik van Muiswinkel doorzakte met de jury.
Tekst:
Geert-Jan Bron
Zak
& As-af
'Het
scheelt vijf kilo en een toefje haar bovenop zijn kruin, maar
voor de rest is Erik van Muiswinkel nauwelijks veranderd sinds
hij in 1985 samen met Justus van Oei en Eric Eygenraam als het
trio Zak & As het Leids Cabaret Festival won. De zaak was
reeds vooraf beklonken, herinnert Van MuiswinkeI zich: 'Na onze
inschrijving kwam een delegatie in de studentenkamer van Justus
naar ons kijken. Het was Ietterlijk cabaret tussen de schuifdeuren.'
In de kamer van Van Oei reageerden de juryleden nog zuinigjes,
maar bij de eerste voorronde in het kerkje in het Noord-Hollandse
Wadway had Van Muiswinkel al door dat de race gelopen was. 'De
jurywas laaiend enthousiast. We zakten na afloop met ze door,
en ze vertelden ons dat die prijs ons eigenlijk niet meer kon
ontgaan. Ik geloof dat het er nu officiëler aan toegaat.
,
Elf jaar was Van Muiswinkel toen hij op de feestavond van de cricketvereniging
zijn debuut maakte als cabaretier. Tot grote hilariteit van de
aanwezigen imiteerde hij de presentatoren van Sport in beeld,
het huidige Studio Sport. In 1982 vormde hij samen met Justus
van Oei een duo ter gelegenheid van de reunie van hun oude school,
het Christelijk Lyceum in Haarlem. Het optreden leverde ze een
aantal optredens in het land op, onder andere op een bijeenkomst
van de Jonge Socialisten in EIst. 'Daar heb ik voor het eerst
Marcel van Dam nagedaan,' zegt Van Muiswinkel, het bekende stemgeluid
imiterend. 'Ik doe hem nog steeds na, dat type is 21 jaar geconserveerd
gebleven.
Bij
het cabaretpanel van Spijkers met koppen wordt Van Muiswinkel
herenigd met Van Vleuten. Ze besluiten een duo te vormen, dat
sindsdien op zowel tv als in het theater furore maakt. De afgelopen
jaren maakten ze drie succesvolle cabaretprogramma's en op tv
zat het duo, samen met Rob Kamphues, twee jaar lang aan de de
cabarettafel in VARA's zaterdagavondprogramma Kopspijkers van
Jack Spijkerman.
Een cultstatus krijgt het duo als het in 2000 mee gaat werken
aan het sportprogramma van Henk Spaan. Ledere week schuiven Van
Vleuten en Van Muiswinkel in een andere gedaante aan tafel. Anton
Geesink, Jan Mulder, de Van de Kerkhofjes; hun imitaties zijn
nauwelijks van echt te onderscheiden. De fans zijn teleurgesteld
als het tweetal op het hoogtepunt van hun roem halverwege 2002-
besluiten met Studio Spaan te stoppen.
Van Muiswinkel: 'Tv werkt eigenlijk net zo als een theaterprogramma.
Na twee jaar is de cyclus van een programma rond, dan moet je
wat nieuws doen. , Daarnaast is de combinatie slopend, zegt Van
Muiswinkel. Niet voor niets heeft het duo besloten komend jaar
niet op te treden in het theater. Het is tijd de onvervulde wensen
van de afgelopen jaren in de praktijk te brengen.
Van Muiswinkel gaat 'een hooggeplaatste rol' spelen in een nieuwe
serie bij de RVU, is in de wintermaanden op tv wederom aan de
zijde van Sinterklaas te bewonderen en hoopt eindelijk het boek
Cricket voor arbeiders verklaard te schrijven. En de imitaties,
zal hij die niet missen? 'Nee hoor, die heb ik namelijk altijd
bij me, in mijn achterhoofd.'
Leids
Cabaret Festival, vrijdag 4 april, Nederland 3, 23:15-23:55 uur
Kijk
ook op http://www.vara.nl/cabaret
'Cricket
ís helemaal niet elitair'
(bron:
Sport International, tekst André Venema, foto Vincent Basler).
Sinds
zijn vader hem op zijn derde jaar meenam naar het cricketveld,
is cabaretier Erik van Muiswinkel (41) verknocht aan de sport.
Over de onvoorwaardelijke liefde van een cricket-propagandist.
'Cricket is de enige echte constante in mijn leven'
De
cricketliteratuur ligt her en der verspreid over de tafel. Af
en toe slaat hij een boek open om de mondiale grootsheid ('na
het WK voetbal en de Olympische Spelen is het WK cricket het grootste
media-evenement ter wereld') van de sport te illustreren. Data
en feiten worden bijna achteloos opgesomd. Hier spreekt een gepassioneerde
connaisseur. Een verzamelaar ook. De entree van zijn huis hangt
vol met oude, ingelijste prenten ('die zijn nu onbetaalbaar, ik
ben ermee gestopt') en foto's. 'Dit is mijn eigen cricketmuseum',
licht Van Muiswinkel met een glimlach toe.
Voor je het beseft word je meegezogen in Van Muiswinkels wondere
cricketwereld. Zo soepel als de grappen in zijn theatershow met
Diederik van Vleuten - Mannen met Vaste Lasten- uit zijn
mond rollen, zo soepel rolt er een onophoudelijke stroom aan cricketverhalen
over zijn lippen. Soms vol sentiment, soms ook kritisch. Maar
altijd smaakvol opgedist. Bijna veertig jaar beweegt hij zich
al voort in de wereld van batsmen, wickets en overs. En het einde
is allerminst in zicht. Van Muiswinkel speelt zelf nog, is jeugdleider
(en lid van verdienste) bij Rood en Wit en zijn zoon en oudste
dochter zijn inmiddels in zijn voetsporen getreden. Dochter Kitty
is zelfs doorgedrongen tot Jong Oranje. 'En ze vindt cricket fantastisch',
vertelt Van Muiswinkel met gepaste trots. 'Ik betrap me erop dat
ik dat erg leuk vind.'
'Nederlanders
willen liever achter een bal aanrennen'
Misverstand
Er was in de beginjaren zestig geen ontkomen aan voor Van Muiswinkel.
Hij was drie jaar oud, toen zijn vader - zelf een fervent liefhebber
- hem meenam naar het cricketveld. 'Ik was er gewoon altijd',
herinnert hij zich, 'en dan maak je vanzelf vriendjes. Ik was
een jaar of zes toen ik begon te spelen. Vanaf dat moment was
het voor mij een natuurverschijnsel om 's zomers te cricketen.
Daar was gewoon geen discussie over mogelijk.' Cricket bepaalde
's zomers in huize Van Muiswinkel de agenda. Hij was een kind
en wist niet beter. 'Vakantie bestond uit cricket', nuanceert
hij. 'Vanaf mijn tiende zijn we 's zomers niet meer met vakantie
geweest.'
Nu, als vader van drie kinderen, ervaart hij wat voor invloed
cricket op zijn gezin heeft. Want voor een wedstrijd ben je alles
bij elkaar toch snel een dag kwijt. 'Ik ken jongens van vroeger
die op hun zeventiende met cricket zijn gestopt, omdat hun vriendinnen
het spel daarom haatten. Ik heb het wat dat betreft goed geregeld,
want ik heb mijn vrouw op het cricketveld ontmoet. Toch zitten
we nu eigenlijk diep in de shit. Er komen deze zomer een paar
hele mooie toernooien aan voor de kinderen. En die willen daar
natuurlijk aan meedoen. Heel begrijpelijk. Maar we hebben al een
vakantie geboekt in Frankrijk
Diep in mijn hart zou ik die
vakantie het liefst afzeggen, maar dat kan ik ten opzichte van
mijn jongste dochter en vrouw niet maken. Maar volgend jaar gaan
we in de zomer geen vakantie boeken.'
Niet de hele familie Van Muiswinkel werd door toedoen van vader
gevangen door het cricketvirus. 'Ik heb één broer
en die werd van jongsaf aan ook meegesleept. Maar hij stopte na
twee jaar, vond er geen flikker aan en ging paardrijden. Dat is
toch heel iets anders, of niet? Het gaat erom of een sport je
iets doet. En het heeft ook met talent te maken.' Cricket greep
Van Muiswinkel wel direct bij de strot. Nu nog. 'Cricket kent
een ideale mix. Je speelt in een team, maar kunt daarbinnen toch
in je eentje een wedstrijd winnen. Het nadeel is dat als je uit
bent, je ook echt uit bent. Maar als je het aan slag lang uithoudt,
is de triomf des te groter.'
Eén misverstand wil Van Muiswinkel graag uit de weg ruimen;
dat cricket een sport voor de happy few zou zijn. 'Het
idee van conservatisme en cricket is echt een Nederlands idee',
verzekert hij. 'De sport heeft wortel geschoten bij de elite,
maar in Schiedam is het gewoon een volkssport. Daar staan bij
een topwedstrijd vijfhonderd tot duizend mensen langs de lijn
te schreeuwen, heerst een voetbalsfeer en is het allerminst een
elitaire, snobistische aangelegenheid. De sport zelf en de setting
brengen dat ook helemaal niet met zich mee', meent Van Muiswinkel.
En zo onbegrijpelijk, zoals het traditionele vooroordeel luidt,
is cricket ook niet. 'Het spel is doodsimpel', stelt de cricketgoeroe
van de Lage Landen. 'Ik kan een groep kinderen het spel binnen
een kwartier leren spelen. Dan moet je het natuurlijk niet direct
over wickets en overs hebben. Een slaghout en een
bal, dat is genoeg. En dan blijkt cricket voor kinderen een heel
leuk spel te zijn, waarbij de grootste en sterkste niet in het
voordeel is. Je moet gewoon balgevoel hebben en een beetje slim
zijn.' Dat cricket desondanks amper wortel schiet bij de jeugd
van nu heeft volgens Van Muiswinkel een andere oorzaak 'Nederlanders
willen liever achter een bal aanrennen, zoals bij voetbal en hockey,
dan hem ontvangen. Daarnaast kunnen mensen maar een bepaalde hoeveelheid
sport aan. Een cricketwedstrijd kost je een halve dag, dat is
tegenwoordig niet meer aan de mensen besteed. Dat duurt veel te
lang. In de huidige patronen van de vrijetijdsbesteding is niet
veel ruimte voor cricket.'

Zieltjes
winnen
Zelf was hij in zijn jonge jaren een verdienstelijk speler. Van
Muiswinkel genoot er ook intens van. 'Ik ben met het Nederlands
jeugdteam in Canada geweest, dat was echt geweldig. Een hoogtepunt
in mijn leven. Het was bloedheet, daar in Toronto. We waren al
een week van tevoren aanwezig om te acclimatiseren. Vervolgens
versloegen we Bermuda, Denemarken, een Engels team en ook Canada.
In de halve finale sneuvelden we tegen Ierland.' Maar zijn battinggemiddelde
was met 27.4 solide. Hij is er nu nog trots op. Samen met een
vriend plakte Van Muiswinkel nog een vakantie aan de overzeese
trip vast. 'Zijn we naar een concert van Supertramp geweest, we
hebben de Blue Jays zien honkballen
Weken die ik van mijn
leven niet vergeet.'
Van Muiswinkel rekende bij terugkeer in Nederland echter wel meteen
af met zijn cricketambities. 'Want ik wist dat ik het niveau voor
de top niet aankon. Het was op. Ik was tegen mijn plafond aangelopen,
dan ben je klaar. Ik ontdekte dat met voetbal op mijn veertiende,
met cricket op mijn achttiende. In geen van beide sporten bleek
ik een natuurtalent. En ik had geen zin om een Jaap Stam te worden.
Hard werken en je binnen je beperkingen nuttig te maken voor het
team
Is niks voor mij.'
Hij stortte zich op een studie Nederlandse taal- en letterkunde,
ontdekte in Amsterdam de schoonheid en verleidingen van het leven.
Van Muiswinkel ging er onder meer schrijven in Propria Cures,
het vermaarde satirische studentenblad dat door de jaren heen
nogal wat talent heeft voortgebracht. 'Dat slokte me helemaal
op', bekent hij. 'Oom Erik leert zijn neefjes cricketen', luidde
de titel van zijn feuilleton. Vrijheid, blijheid. Het summum voor
de schrijver. 'Alles kon', bekent hij met een dunne lach. 'Nu
ik er zo over denk, besef ik dat het cricket me eigenlijk geen
jaar heeft losgelaten. Nooit. Het cricketveld is de enige plek
waar ik vanaf mijn derde steeds weer naartoe ben gegaan. Het is
de enige echte constante in mijn leven. Mijn huis ligt tweehonderd
meter van het veld. De club zal dus nog wel een tijdje in de buurt
blijven.'
Cricket en Van Muiswinkel, ze zijn met elkaar vergroeid. Als hij
zijn liefde voor de sport mag betuigen, dan doet hij dat graag.
Van Muiswinkel als cricketambassadeur. Hij schaamt zich geenszins
voor zijn rol als propagandist. 'Want dat ben ik gewoon.' Mooiste
voorbeeld daarvan is het boekje Tommie Holiday, een cricketavontuur.
Van Muiswinkel schreef op uitnodiging van de cricketbond de tekst.
'Er was een klein budget voor een tekenaar en een schrijver. Toen
heeft de bond mij gevraagd. We hebben het in een half jaar tijd
gemaakt. Dat boekje is mijn Wachttoren. Ik deel ze nu nog uit.
Bij voetbaltoernooien leg ik altijd een stapeltje neer.' Om zieltjes
te winnen voor het cricket.
Het komende WK in Zuid-Afrika, Kenia en Zimbabwe, zal grotendeels
aan hem voorbij gaan. Het is weliswaar de bedoeling dat hij voor
Studio Sport af en toe als gastcommentator gaat functioneren,
maar al te veel zal hij er vanwege zijn drukke theatertour niet
van meekrijgen. 'Dat moet ik nu, voor de tour weer van start gaat,
maar even inhalen. Een vriend van mij heeft een schotel. Als je
wilt kun je de hele dag cricket kijken, dus
Ik ben nog nooit
naar een WK geweest.' Maar daar gaat, zo beweert hij stellig,
verandering in komen. 'In 2007 is het wereldkampioenschap in Engeland.
Daar ga ik zeker heen. Eerst het WK voetbal volgend jaar in Portugal,
dan het WK in 2006 in Duitsland en dan een jaar later het WK cricket.
Dat zijn mijn ambities.' En hij verheugt zich er nu al op, zoals
hij zich in zijn kinderjaren verheugde op een mooie, lange zomer.
Het
mooiste sportmoment ooit
Dat was lang geleden in de streekderby tussen Rood en Wit,
mijn vereniging, en Bloemendaal. Die hadden op een gegeven moment
een Australiër gecontracteerd. Een fast bowler, zoiets
hadden we nog nooit beleefd. Die gooide dus echt sneller dan snel.
We waren bijna letterlijk doodsbenauwd voor die Australiër,
want als je zo'n snelle bal in je gezicht krijgt, kun je dus een
week naar het ziekenhuis. In die tijd had je nauwelijks helmen
en zeker niet met traliewerk ervoor
Die jongen had ons al
bijna op de knieën, de grote kanonnen van ons team waren
al uit. Ik herinner me dat het een hele mooie dag was, er heerste
ook een enorme spanning. Samen met een teamgenoot redde ik de
wedstrijd door stand te houden tegen dat monster. We hadden
de draak verslagen, zo ervoeren we onze overwinning. Want het
hing van ons af. We wonnen, ik maakte 27 runs en was voor even
de held. Dat is veruit het knapste wat ik ooit in mijn sportcarrière
heb gepresteerd.'
Het
sport-dieptepunt
'Dat 'we' die WK-kwalificatiewedstrijd in Ierland niet wonnen.
Tsjonge, ik heb zelden een grotere teleurstelling meegemaakt.
We (Van Muiswinkel en Diederik van Vleuten, red.) zaten bij Henk
Spaan. We waren helemaal klaar voor het WK. En toen verloren we
dus met 1-0. Ik dacht: hoe is het mogelijk? Ik heb een week lang
met de pest in mijn lijf rondgelopen. Toen we die playoff-wedstrijd
tegen België verloren was ik ook behoorlijk stuk, maar die
wedstrijd tegen Ierland was het dieptepunt in het na-oorlogse
sportverleden. Zeker als je nagaat hoe ver we daar hadden kunnen
komen.'
De
favoriete sporthelden van Erik van Muiswinkel:
1 Johan Cruijff
'Zolang er geen nieuwe is. En dat zou nog wel even kunnen duren.'
2 Eric Heiden.
'Kegelde in zijn eentje de hele schaatswereld omver door niet
alleen zijn ijzersterke lijf, maar vooral zijn hersens te gebruiken
(zie ook nummer vijf, Henny Wijkhuizen).'
3 Richard Krajicek.
'Past niet in het Nederlandse concept van de populaire, gezellige
sportjongen. Maar heeft Wimbledon gewonnen en moet daarom langdurig
worden geëerd.'
4 Bettine Vriesekoop.
'Een heldenleven in een weergaloos moeilijke en zware sport. Daar
moet het petje diep voor af.'
5 Henny Wijkhuizen.
'Een Haarlemse cricketer, voetballer, tafeltennisser, bridger
en Elfstedentochtrijder in ruste. Hij leerde mij veel over gamemanship:
het gebruik van hersens bij het bedrijven van sport.'
De
ideale boezemvriend
Panorama
oktober 2001
Eriks
sportcarriere (1)
"Zo
tussen mijn veertiende en zestiende levensjaar gold ik als een
talent. Ik speelde bij het keurige en koninklijke HFC en via duistere
wegen was ik aanvoerder van het Haarlems jeugdelftal geworden.
Op die wij- ze bracht ik het zelfs tot het spelen van een paar
selectiewedstrijden in Zeist, onder meer tegen Ruud Gullit en
de broertjes Koeman. Ik moet eerlijk zeggen dat ik mijn opmars
goeddeels te danken had aan mijn fysiek. Ik was gewoon wat groter
en sterker dan mijn leeftijdgenoten. Toch kwam ik bij de laatste
vijftig spelertjes voor het Nederlands jeugdelftal, maar toen
merkte ik ook dat ik aan mijn plafond zat. Het ging me allemaal
net even iets te snel. Ik kan me van een wedstrijd herinneren
dat Ronald Koeman in de spits stond en eigenlijk niet eens zo
opviel, behalve dat ie wat jonger was dan de rest. Zijn broer
Erwin was met afstand de beste man van het veld. Ik speelde voorstopper
en moest Pier Tol dekken. Op een gegeven moment kwam er een hoge
uittrap. Ik deed een stap achteruit. Dat was ik zo gewoon, want
meestal kreeg de man die ik moest dek- ken de bal toch niet onder
controle. Tol nam hem echter niet alleen moeiteloos aan maar ging
mij in vloeiende beweging voorbij en stond voor de keeper. Ik
denk dat bonds- coach Ron Groenewoud toen al een dikke streep
door de naam Van Muiswinkel heeft gezet. Een paar dagen later
lag er een brief in de bus met de aanhef 'Beste sportvriend'.
Nou, dan weet je genoeg..."
Eriks
harde grappen
"
Als ik via via hoor van mensen dat diegene die ik nadoe er zelf
ook om moet lachen, vind ik dat best. Maar als ze er wel moeite
mee hebben vind ik het ook best. Dat maakt me geen zak uit. Mijn
maat Diederik van Vleuten, die als tegenspeler mannen als Ronald
Koeman, Eric Gerets of Hugo Camps neerzet, en ik hebben onze verantwoordelijkheid
tegenover het publiek. De grappen moeten goed zijn. De verantwoordelijkheid
tegenover slachtoffers reikt alleen maar zover als de wet reikt.
Hans Kraay senior en Ronald Spelbos schijnen 'not amused' te zijn.
Nou jammer dan. Ze zoeken de schijnwerper zelf op. Moet je maar
geen analyticus van Studio Sport worden of vader van Hans Kraay
junior. Dan loop je het risico dat er grappen over je worden gemaakt
en zelfs in de stevigste parodie is nog wel een lichtpuntje te
vinden."
Erik
en Van Raaij
"Ik
hoorde een keer dat wat spelers en begeleiders na de training
op de Herdgang een videoband opzetten van Studio Spaan waarin
ik Van Raaij 'deed', toen de voorzitter himself juist kwam binnenstappen.
Pijnlijk moment. Iedereen dook ineen, maar Harry van Raaij wilde
de band zien en heeft zich vervolgens van de pret op de knieen
geslagen. De man vond het prachtig! Na afloop haalde hij de video
uit het apparaat, stak hem onder zijn arm en zei dat zijn vrouw
dit beslist ook moest zien. Zo zie je maar dat je zoiets hele-
maal verkeerd kunt inschatten. Wij dachten dat ie het vast verschrikkelijk
zou vinden. Youp van 't Hek heeft er nog een column aan gewijd.
In de trant van Nou meneer Van Raaij, ik kon u toch al moeilijk
serieus nemen maar na de imitatie van Van Muiswinkel helemaal
niet meel:.. Van Raaij is zeer in mijn aanzien gestegen. Hij kan
tenminste iets hebben. Ik denk dat hij er meer moeite mee heeft
als hij op zijn integriteit wordt aangesproken."
Eriks
sportcarriere (2)
"Ik
heb me er over verbaasd hoe snel die andere jongens zich ontwikkelden.
Twee jaar na dat wedstrijdje in Zeist speelde Erwin Koeman met
PSV een jubileumwedstrijd bij HFC. Ik vond mezelf al een hele
bink dat ik reserve mocht staan bij het eerste maar dat jong van
Koeman stond al in de basis van PSV tussen al die sterren. Daar
schrok ik wel een beetje van. Cricket ging mij gemakkelij- ker
af. Ik behoorde als jong ventje tot de bes- te twintig spelers
van het land (en dat van de honderd. ..), speelde in het Nederlands
jeugd- team en in de hoofdklasse. Daar heb ik pas afgehaakt toen
ik andere zaken, zoals mijn studie Nederlands en bijbehorende
vrouwen, belangrijker begon te vinden. Maar voor profvoetbal kwam
ik gewoon tekort. Dat wereldje was trouwens toch niets voor mij
geweest. Het is een vrijstaat in een staat. Alleen het recht van
de sterkste geldt. Jan Marijnissen riep eens in de tweede kamer
Effe dimmen..., nou een rel was geboren. Dat was onbeschoft. Dat
moest uit de handelingen worden geschrapt en de kranten stonden
er drie dagen vol van. In de politiek en het normale maatschappelijke
verkeer is het allemaal van kalmpjes aan en laten we elkaar vooral
respect betrachten, maar in de voetballerij doen ze het niet voor
minder. Daar worden conflicten keihard uitgevoch- ten. Een speler
ligt overhoop met zijn trainer, maar de sponsor wil per se dat
hij speelt. Dat soort zaken. Daarom vond ik die Ajax-docu- mentaire
Daar hoorden we engelen zingen zo goed. Je zag de gigantische
druk. Spelers in de kleedkamer en het aanzwellende geluid van
het monster: het publiek dat bezit neemt van de Arena. Mensen
die als motten op een lamp afkomen. Dichterbij de fantasiewereld
van oorlog, gladiatoren en spelen kun je niet komen. Ik vind het
leuk om de mensen die in dat spotlicht hun kunsten vertonen aan
te raken en na te doen. Maar ik zo~ daar abso- luut niet in passen.
Ik was al niet eens hard genoeg voor de vierde klasse amateurs.
Het geschreeuw aan mijn kop van trainers, de verwijten van spelers
onderling en de trappen en schoppen. Ik was 21, gezond van lijf
en leden en recht van rug, maar ik trok het niet om na elke wedstrijd
mijn wonden te moeten likken."
Eriks
trukendoos
"Soms
gaat het mis. Leo Beenhakker lukte me niet terwijl ik daar flink
op geoefend had en ik er eventjes heel dicht bij zat, met dat
zuchten en al die speciale uitdrukkingen. Er werkten een paar
dingen behoorlijk tegen. Het belangrijkste was dat ik een beetje
een rond gezicht heb en dat Beenhakker een enorm langwerpig hoofd
heeft. Niet te zuinig zo'n lange tronie als die man heeft! Dan
ga je er nooit op lijken. De eerste die heelontevreden werd, was
de grimeuse. Zij vindt het natuur- lijk een uitdaging om mij zo
identiek mogelijk
te maken. Dat is een paar keer wonderbaarlijk goed gelukt. De
eerste keer dat ik mezelf op televisie terugzag als Hans Kraay
mijn eerste typetje bij Studio Spaan schrok ik , mezelf echt lam.
Diederik en ik hadden altijd stemmetjes nagedaan maar nu mochten
we die mannen echt helemaal worden. Een soort kinderspeeltuin.
Heerlijk om te doen. Vooral als je weer een nieuw mannetje onder
de knie hebt. Dat is een ongekende bevrediging."
Erik
en Adriaanse
"
De voetballerij is natuurlijk een beperktwereldje met daarin een
stuk of twintig opmerkelijke persoonlijheden. Daarvan kunnen Diederik
en ik er samen misschien zo'n tien, twaalf behappen. Maar er zijn
er ook bij die erg moeilijk zijn of misschien wel onmogelijk.
Bij voorbeeld Ruud Gullit en Louis van Gaal. Ze zijn moeilijk
te treffen. Die Gullit met dat Amsterdamse taaltje, dat in de
loop der jaren toch ook weer sterk ver waterd is. Bij Van Gaal
zit dat lijzige er ook nog maar deels in. Moeilijk Zo heb ik ook
lang zitten vlassen op Willem van Hanegem. Die lukte maar niet.
Op een gegeven moment, ik had Willem nog helemaal niet onder de
knie, zat ik voor dat typetje al een pruik te passen bij het pruikenbedrijf
en daar stond een videoband aan waarop hij zat te praten. Ter
plekke ben ik mee gaan zitten kletsen en opeens zag ik waar het
'rn in zat. Dat vind je vaak in twee of drie stopwoorden terug.
Bij Willem zijn dat in: Flauwekul, potverdimme en gozert. Je gaat
vervolgens in zijn intonatie en ritme mee en pats dan ben je 'rn.
Weet je wat trouwens een mooie truc is? Iemand nadoen die de persoon
in kwestie goed imiteert. In onze laatste theatershow deed Diederik
op magistrale wijze Toon Hermans na. Toen ben ik dat op een gegeven
moment gaan aanvullen. Dat werkte perfect. Maar ik deed Toon Hermans
niet na maar Diederik die Toon nadeed. Want hij kon het namelijk
echt. Ook ken ik iemand die Co Adriaanse goed nadoet. Van zo iemand
kan ik het waarschijnlijk beter lerendan van Co zelf. Het gaat
namelijk niet om een exacte weergave maar om de juiste karakterisering
van de persoon. Co Adriaan- se weet van zichzelf niet wat ie doet
maar iemand die hem 'bestudeerd' heeft dus wel. Je kunt Co dus
waarschijnlijk binnenkort bij ons in het programma verwachten.
Zo werk ik ook in stilte aan Jan Wolkers, maar dat is weer een
heel ander verhaal."
Erik
en de Kromme
"Van
Hanegem lijkt me een vreselijk aardige vent. Ergens heeft ie iets
van een gewone de man die in dat voetbal als een straatvech ter
heeft moeten overleven. Een man met meerdere kanten. Keihard,
meedogenloos en ook overgevoelig en kwetsbaar. Komisch maar soms
ook heel nurks. Ogenschijnlijk onpeilbaar, maar onder vrienden
en familie een kerel op wie je kastelen kunt bouwen. Daar ben
ik van overtuigd. Willem zou het ook niet leuk vinden dat ik hem
nadoe, maar van hem ben ik geneigd te denken dat hij te allen
tijde naar buiten toe zal blijven vol- houden dat hij het niks
vindt terwijl hij het stiekem misschien best waardeert. Hij beweert
ook altijd iets niet te hebben gelezen maar hij weet alles. Dat
had Toon Hermans ook. Die ging nooit naar een show van collega's
maar hij wist letterlijk wat ze allemaal op het podium brachten.
Op zekere dag bracht ik mijn kinderen naar school. In het deftige
Aerdenhout. Mijn broer is daar directeur, dus we hebben een goede
reden om ze daar onder te brengen. Op een gegeven moment houdt
daar een auto stil. Er draait een raampje open en ik zie
het hoofd van Van Hanegem die me wel een hand wil geven. Ik had
hem toevallig een paar dagen eerder nagedaan. Op een -ook voor
hem -leuke manier. Ik kan me voorstellen dat hij het minder vindt
als we het over de handelsgeest van echtgenote Marianne hebben
maar dat was nu niet het geval geweest. Kennelijk had hij me herkend
en was hij even gestopt voor een praatje. Ik had natuurlijk moeten
vragen of ie het gezien had en wat hij er nou echt van vond maar
ik stond zo perplex dat ik van de zenuwen als een dwaas begon
te ratelen. Ik weet niet meer wat ik gezegd heb maar ik heb drie
minuten vol geluld en toen stond er zo'n rij met auto's achter
Willern dat ie moest wegrijden. Willern van Hanegern is een van
de weinige mensen die als hij ergens binnenkomt mijn hart Iaat
overslaan. Een held. Ik weet nog dat ik negentien was, net in
Amsterdam studeerde en ergens Simmon Carmiggelt over straat zag
lopen. Toen had ik dat voor het eerst. Inmiddels zijn er bijna
geen Nederlandse grootheden
meer van wie ik schrik maar als ik Willem van Hanegem, Johan Cruijff,
Kees van Kooten of ehh... Jeroen van Merwijk zie dan slaat mijn
hart nog steeds een slag over."
Erik
en zijn populariteit
"Na
mijn deelname aan het panel van Ook dat nog werd ik zelf ook ineens
een min of meer bekende Nederlander. Ik weet het: mensen doen
daar weleens pseudo-interes- sant over maar van mij mocht dat
aspect van mijn nieuwe bestaan gerust worden over geslagen. Ik
kon daar niet zo verschrikkelijk goed tegen en mijn vrouw al helemaal
niet. Ze staan, zoals Diederik dat altijd zo mooi zegt, in mijn
energie. Je zit, staat of loopt ergens te mijmeren en dan komt
er iemand door je heen fietsen. Je wordt gedwongen om te reageren:
Ja, inderdaad, we hebben heel veel lol met elkaar: Het zijn altijd
dezelfde dingen die de mensen zeggen. Het dikkemik toffe jongens
op je schouders worden geslagen gevoel hoeft voor mij niet. Allerlei
wildvreemde mensen die ineens een ideale boezemvriend in je zien.
Het is gewoon vermoeiend. Contraproductief. Laat mij nou maar
lekker rustig een beetje aanrommelen. Je doet me er geen plezier
mee door me te herkennen. Het kan in grote drukte zelfs bedreigend
zijn. Ik ging met mijn zoon Kees tijdens Euro 2000 naar Nederland-
Denemarken. Na de trein uit Haarlem stapte ik in Rotterdam op
de tram die tot de nok was gevuld met PSV-supporters. Ik bleef
maar naar beneden kijken maar er was een kerel die me herkende
en toen ging die hele tram uit zijn dak. Uit volle borst werd
er iets gezongen in de trant van En van je hela-hola, Muiswinkel
seropositief. Mij is gezegd dat dit vriendelijk bedoeld was, maar
ik moest wel aan mijn zoontje uitleggen wat seropositief eigenlijk
betekende. Het kan nog zo goedmoedig zijn maar als honderd mongolen
aan de tram gaan rukken en beginnen te blaten alleen omdat ze
jou herkennen dan zak je niet eens lekker onderuit."
Erik
over Gullit
"Het
typetje Jan Mulder is fijn gelukt, iedereen vond dat prachtig,
er kwamen zelfs krantenstukjes over, maar je kunt hem maar heel
sporadisch doen. De kunst van het imiteren is om het type zo goed
mogelijk te treffen maar tegelijkertijd komisch uit te vergroten.
Daar zit bij Jan het probleem, want meneer Mulder is namelijk
al zijn eigen overtreffende trap. Met zijn verrassende, extreme
standpunten, zijn woede-uitbarstingen en zijn onderuitgezakte
houding kun je eigenlijk niet veel meer kanten op dan hem gewoon
exact na te doen. Wel heeft Jan Mulder voor mijn ultieme moment
als imitator gezorgd. Op zeker moment was Ruud Gullit te gast
bij Barend & van Dorp. Gullit had door die korte coupe net
een compleet ander imago en dan had hij ook nog zo'n beugeltje
in. Het gesprek ging over zijn fysieke gesteldheid en wat er aan
ijzeren pennen of boutjes in zijn benen zat. Op een gegeven moment
begon Mulder te schreeuwen: Maar Frits, heb je het dan niet door...
? Dit is Ruud Gullit helemaal niet, dit is Erik van Muiswinkel!
Ruud Gullit kon daar wel om lachen. Ik had toen even het gevoel
van: nu kan ik rustig doodgaan want hoger reiken zal ik nooit."
.
"Willem ken overal over meelullen"
Haagse
Courant, 29 januari 2001
Erik
van Muiswinkel van de Kon. HFC kwam ooit bij de KNVB terrecht
in het kader van het jeugdplan Nederland. "Negen van de tien
zijn uit beeld geraakt, maar de tiende heeft aan dat voetbal toch
een leuke boterham verdiend". Erik van Muiswinkel is cabaretier
geworden.
Een deskundige schuift aan, aan tafel in de studio, niet zomaar
een deskundige, nee, een superdeskundige, prof. dr. Hans Kraay
senior, in alles de onovertroffen emeritus hoogleraar, voetbaldeskundige
in extremis.
Zeg, Hans, even over FC Utrecht - Ajax, Fred Grim komt uit
z'n doel, legt hij die Glucevic neer, ja of nee?
De professor: "Nou, met alle respect".
Was dat een penalty Hans - dat is eigenlijk de vraag?
De professor: "Het was wel een penalty. Ja, de bal ging op
de stip. Dat was heel duidelijk te zien. Iemand nam hem. Ik heb
daar achteraf een zuivere penalty in gezien. Ik kan daar niks
anders van maken"
Dus Grim legde Glucevic neer?
De professor: "Nee, dat niet. Nee, dat was op televisie juist
heel duidelijk te zien. De aanvaller werd niet geraakt".
Geen penalty dus?
De professor: "Nee, maar als scheidsrechter had ik hem wel
gegeven, want het was heel erg moeilijk te zien, dus dan mag je
hem geven, vergissen is menselijk, dus dan geef je die penalty".
Dus dan was die rode kaart voor Grim ook terecht?
De professor: "Nee, het was een absurde rode kaart. Een volslagen
waanzinnige rode kaart. De penalty was al onterecht, dus dan moet
je niet ook nog een rode kaart geven. Je moet er wel rekening
mee houden of je eigen penalty onterecht is of niet".
Hans, ik kon je gisteren al niet volgen, maar nu kan ik je ook
niet volgen.
De professor: "Nee, maar weet je wat het is, ik kan mezelf
vaak eigenlijk ook helemaal niet volgen. Ik zie het terug de volgende
ochtend op video en dan is er vaak geen touw aan vast te knopen.
Maar weet je wat het is, ik verdien daar duizenden guldens mee,
per keer, dus ik denk dan toch, ja, dan zal ik toch wel goed analyseren.
Althans, dat is nu mijn analyse".
Het
pak van Hans Kraay senior past Erik van Muiswinkel prima. In een
stemmig driedelig grijs, een vest, een stropdas en een corsage.
Zo gaat Hans op zondag naar de studio, naar Mart en Jack. Wat
verder opvalt is vooral zijn soberheid en degelijkheid en zijn
zuinige mondje. Als die tot geen haarfijne analyse in staat is,
is niemand dat.
"Tja", glundert van Muiswinkel. "Het is grappig
om te zien hoe die Kraay helemaal in dat pak is geperst. Het is
een verrukkelijke man om na te doen. Een bijzondere man ook. Nota
bene ooit begonnen als straatvechter. Want dat is de kern van
Kraay.In de verte zit dat in hem verscholen. En heel af en toe
komt dat er nog uit. Dan heeft hij ineens weer iets heel agressiefs.
Hij is ook erg rechts. Als het om ordeverstoringen gaat kan hij
opeens enorm uitpakken. Dan kan hij ineens vreselijk tekeer gaan
op de gesoigneerde toon".
Zonder
Kraay senior waren we in de winterstop met z'n allen natuurlijk
vreselijk ontredderd. Het is stil geweest in huis. "Ik miste
vooral Willem, hoewel ik Willem vaak mis, want ik heb thuis geen
Canal+. Ik heb geen decodert, dus helaas gaat het meeste van hem
aan mij voorbij. Maar Willem is een mooie man. 'Die ken overal
over meelullen. Hij torpedeer ieder gesprek en vindt alles flauwekul'".
"Ik
ben er redelijk van overtuigd dat het maar zeer ten dele een act
van hem is. Die man zit zo in mekaar. Die heeft intussen wel ontdekt
dat het als act ook heel goed werkt natuurlijk - dat is duidelijk.
Willem hoeft zich niet te forceren om die act te doen want hij
is ook echt zo. 'Volgens mijn is hij letterlijk de nuchterheid
zelve en heb hij gewoon nooit zin en ook geen enkele reden in
zijn positie om wat dan ook leuker te maken dan het is. Hij hoeft
niks op te leuken. Hij haalt zijn schouders op en zegt: Zo is
het'. En dat heeft hij volgens mij altijd gedaan, overal waar
hij komt, ook op een familiefeestje bij wijze van spreken. Willem
is een man die heeft letterlijk schijt aan alles. Die zal geen
seconde z'n best doen om het gezelliger te maken dan het is".
"Willem is voor mij de nummer één, ex aequo
met Cruijff natuurlijk. Cruijff legt er wel meer over uit dan
Willem. Je moet bij Cruijff altijd even door die taal van hem
heen, maar dan wordt het je uiteindelijk toch vrij duidelijk.
'Willem is nog raarder. Die heb geen zin om het uit te leggen'.
Die gebruikt steekwoorden. Hele korte zinnetjes en dan is het
stil. en dan zit iedereen te kijken: wat bedoelt'ie nou? 'Nou,
dat zie je toch. Je heb toch ogen in je kop. Die loop daar loos
in de ruimte. Die doet helemaal niks'. En dan noemt hij iemand
die naar ieders idee een geweldige wedstrijd aan het spelen is.
'Maar die houdt de hele boel op'. Heeft hij alweer gezien, drie
zetten verder".
"Het
is het verschil tussen de voorzitter van mijn schaakclub hier
in Heemstede en Kasparov, die allebei naar dezelfde zetten zitten
te kijken, maar Kasparov ziet met z'n röntgenblik gewoon
letterlijk tien zetten verder. Die ziet de onderliggende structuren
en zo zou het kunnen zijn met Cruijff en Willem tijdens zo'n voetbalwedstrijd.
Dat is uniek. Dat is goud waard".
"De
grote vraag is natuurlijk: hebben we het überhaupt nodig,
al dat geouwehoer. Het rare is, met mijn verstand zeg ik: voetballen,
koppen dicht, spelen en na de wedstrijd nog even twee minuten
de trainer. Dat is leuk. Die is altijd kwaad of juist heel blij.
Ik zou ook voor een analyse van de scheidsrechter zijn. Die hoor
je te weinig. Ik vind dat die zich zou moeten kunnen verdedigen
af en toe. Lekker flink er tegenaan. Lekker olie op het vuur.
En verder gewoon afkondigen en op naar de volgende wedstrijd.
Punt uit".
"Dat zegt dus mijn verstand. En toch betrap ik me erop, zeker
tijdens de Champions League-wedstrijden, dat ik in de rust denk:
toch even horen wat Cruijff ervan vindt. Maar dat heb ik eigenlijk
alleen met Cruijff. Ik zou dat ook hebben met Willem. Maar die
zie ik niet. Want ik heb thuis geen 'decodert' zoals u inmiddels
weet".
Valt
er nog wat te lachen?
Sportweek,
28 september 1999
MICHIEL
VAN EGMOND & LEO VERHEUL
Humor
I
Van Vleuten: "Het is een groot misverstand
te denken dat er vroeger meer gelachen werd in de sportwereld.
Kijk maar naar het fenomeen voetbalhumor. Dat bestaat al honderd
jaar en is volgens mij ook al honderd jaar hetzelfde. Sokken doorknippen
en scheerschuim in de moorkoppen, dat werk. Zo was het en zo zal
het ook altijd wel blijven."
Van Muiswinkel: "Het is inderdaad sentimentele
onzin om te roepen dat de sporters van vroeger leuker waren dan
de sporters van nu. Neem bijvoorbeeld tennis. Vroeger was er toch
ook maar één Nastase en één McEnroe?
De rest was toch ook zo saai als wat? Nee, we moeten het verleden
niet gaan romantiseren. Volgens mij is John van Lottum nog steeds
veel leuker dan Björn Borg."
Vleuten: "Tuurlijk. En Wim Suurbier is toch
ook nooit verder gekomen dan op trainingskampen in kippensoep
pissen? Alleen kreeg je die verhalen vroeger misschien vaker te
horen.Waren de belangen minder groot en zag je de sporters in
een minder opgefokte situatie op televisie dan nu het geval is.
Zo hoorde ik bijvoorbeeld onlangs van Henk Spaan dat Dennis Bergkamp
zo ontzettend geestig is. Geloof ik direct. Ik verdekn Bergkamp
ervan dat hij een ontzettende droogkloot is om wie je enorm kan
lachen. Het trieste is alleen dat wij dat nooit zullen meemaken,
omdat die jongen in een andere wereld leeft dan wij. Ik bedoel;
de kans dat ik een café binnenstop en Bergkamp aan de bar
grappen hoor vertellen, acht ik vrij gering."
Muiswinkel: "Gelukkig zijn er ook voetballers
die je niet hoeft te ontmoeten om er toch enorm om te kunnen lachen.
Ik noem Shota Arveladze. Dat hoofd van die man! Het is net zo'n
oude Tsjechische poppenkastpop, die vlak voor de wedstrijd nog
even snel door een Duitse speelgoedmaker in het vernis is gezet.
Het hoofd van Arveladze als hij een kans heeft gemist: als dat
geen humor is..."
Vleuten: "Waterreus is ook lachen. Heeft ook
een komische kop"
Muiswinkel: "Mijn associatie met Waterreus
is: carnaval. Ik weet niet waarom, maar als ik 'm zie moet ik
meteen aan de Raad van Elf denken. Prins Waterreus de tweede,
zoiets. Wat ook humor is: het Engels dat al die tennissers spreken.
Ze hebben een eigen soort taal ontwikkeld, die ze collectief toepassen
zodra ze op de persconferentie achter de microfoon plaatsnemen.
Steffi Graff-Engels noem ik dat. Kan ik uren naar luisteren."
Vleuten: Ik zou wel eens een anderhalf uur durend
programma willen maken over voetbal. Dat lijkt me wel wat. In
onze nieuwe show, Mannen op de Maan, past het niet. En eigenlijk
hebben we in het verleden ook relatief weinig sportonderwerpen
behandeld. Terwijl er toch materiaal genoeg is."
Muiswinkel: "Je hebt jarenlang Ronald Koeman
nagedaan op de radio."
Vleuten: "Ja, bij Spijkers met Koppen. Ik deed
het bovendien zo vaak, dat het een eigen leven ging leiden. Mensen
dachten geloof ik dat Koeman praatte op de manier waarop ik hem
imiteerde, in plaats van andersom. Terwijl er toch best veel verschillen
zaten tussen wat ik deed en het origineel. Ik heb om te beginnen
al een veel hogere stem dan Ronald. Wat dat betreft had ik misschien
beter Gerald Vanenburg kunnen imiteren.
Muiswinkel: "Het mooie was juist dat mensen
die Diederik een paar keer als Koeman hadden horen praten, teleurgesteld
waren wanneer de echte Koeman zijn mond opendeed. Zeiden ze: 'Ho,
doe eens normaal, zo praat jij helemaal niet'. Zo gaat dat vak
met imitaties. Zelf zou ik de stem van Van Hanegem graag onder
de knie krijgen. Die man heeft zo'n eigenaardig accent en zulke
eigenaardige opinies, dat hij er eigenlijk om schreewt om geïmiteerd
te worden. Maar het valt om de één of andere reden
niet mee dat voor elkaar te krijgen. Ik ken ook niemand die hem
goed kan nadoen. Het vervelende met imiteren is ook: je kunt het
nauwelijks forceren. Je moet gewoon maar hopen dat je op een dag
wakker wordt en het kan. Vaak begint het met één
uitdrukking. Je hoort iemand iets op een bepaalde manier zeggen,
begrijpt waarom het klinkt zoals het klinkt en gaat dat nadoen.
Dat is het begin. Dan laat je zo'n zinnetje in kleine kring terloops
een keer vallen. Als mensen dan als door een adder gebeten reageren,
weet je: ik heb 'm te pakken. Van daaruit kun je dan verder."
Humor
II
Muiswinkel: "Er is wel een aantal overeenkomsten
tussen wat wij doen en wat topsporters doen. Om te beginnen hebben
we allemaal te maken met het ongrijpbare begrip 'vorm'. De opmerking
van de voetballer die zegt dat hij aan de eerste bal die hij speelt,
kan voelen of het die middag wat wordt of niet, herken ik. Net
als het gegeven dat de tijd vliegt als het lekker loopt. Je krijgt
op die spaarzame momenten te maken met 'ingedikte tijd'. En las
het op de bühne gaat zoals het moet, heb je het gevoel dat
alles vanzelf gaat, dat het je geen enkele moeite kost. Dat hoor
ik sporters ook weleens beweren."
Vleuten: "Je merkt inderdaad na twee, drie
regels met wat voor zaal je te maken hebt. Of het een snel publiek
is, of juist langzaam. Toch geeft dat begin geen garanties. Wat
dat betreft hebben wij alle variaties al eens meegemaakt. Van
slecht beginnen en goed eindigen, tot goed beginnen en slecht
eindigen en alles wat daar tussenzit."
Muiswinkel: "we hebben natuurlijk het voordeel
dat de toeschouwers in principe allemaal voor ons zijn. Waarom
zouden ze tegen ons zijn als ze net fl37,50 voor een kaartje hebben
betaald? Wat dat betreft spelen we dus eigenlijk elke avond een
thuiswedstrijd. Al hoeft dat ook niet altijd te betekenen dat
het dan automatisch goed loopt. Het publiek kan ook humeurig zijn.
Dat zit hem dan vaak in dingen die de mensen die dag collectief
hebben meegemaakt."
Vleuten: "Zoals in 1991 in Drachten, aan het
begin van de Golfoorlog. Het eerste kwartier van de show was normaal
gesproken het deel waarin het hardst werd gelachen. Maar nu bleef
het om onverklaarbare redenen bijzonder stil. Pas later kwamen
we erachter dat om acht uur de eerste raketaanvallen op Tel Aviv
waren uitgevoerd. Waren mensen op het parkeerterrein voor de schouwburg
in hun auto blijven zitten om op de radio naar het acht uur-journaal
te luisteren. Tien minuten later kregen ze de grappen en grollen
van ons om hun oren. Dat bleek even te veel van het goede."
Muiswinkel: "Het grote verschil tussen ons
werk en topsport is natuurlijk dat wij geen tegenstanders hebben.
Daarom vind ik ook dat mensen van ons een bepaald niveau mogen
eisen. Maar ik verbaas me er altijd over dat het publiek en de
pers bij de beoordeling van voetballers vaak voorbij lijkt te
gaan aan het feit dat er ook nog elf andere goed getrainde spelers
van 75 kilogram ieder in het veld staan. Vaak met één
opdracht: meneer Bergkamp doormidden schoppen bijvoorbeeld."
Vleuten: "Wij, Nederlandse sportliefhebbers,
zijn zo waanzinnig verwend dat we altijd maar menen dat we de
beste moeten zijn. Terwijl een sporter ook gewoon z'n dag niet
kan hebben. Ik begrijp dat wel. Maar kennelijk ben ik in de minderheid,
want als Frank de Boer één matige wedstrijd speelt
tegen België, zijn de kranten te klein om de kritiek erin
kwijt te kunnen. Dan lijkt alles wat hij de afgelopen jaren wél
goed heeft gedaan, op slag vergeten."
Muiswinkel: Ik heb doorgaans ook mededogen met sportmensen
die een offday hebben. Wat dat betreft heb ik me ook altijd geërgerd
aan de vanzelfsprekendheid waarmee wij successen eisen van onze
sporters. Alpe D'Huez moet door een Nederlander gewonnen worden,
vinden we. Dat is een 'Nederlandse berg', zeggen we dan. Waar
slaat dat op? Geen enkele natie heeft recht op goede sportlieden,
dus Nederland ook niet."
Humor III
Vleuten: "Erik heeft mij jaren geleden in de
geheimen van het snookerspel ingewijd. Ik was meteen verkocht.
Nog steeds ken ik maar weinig dingen die zo heerlijk zijn als
dat balletje dat in die pocket verdwijnt. Het mooie aan snooker
is dat je constant vooruit moet denken, moet anticiperen op wat
komen gaat. Op mijn niveau ben ik al blij als ik twee stappen
vooruit kan denken, maar voor de echte profs is dat niets. Zo
iemand als Ronnie O'Sullivan weet: deze bal moet ik met top spelen,
want over zeven ballen kom ik dáár terecht en moet
díe bal in díe pocket. Dat is een gave die alle
topspelers moeten hebben, anders is het namelijk onmogelijk om
een serie van 147 te maken. Ikzelf ben enige lichtjaren van dat
niveau verwijderd. Je moet mij zien als een hartstochtelijk amateur,
die al blij is als hij eens een break van boven de veertig makt
en dat dan ook direct een week lang met zijn vrienden gaat vieren
in de stad. Het verschil tussen de amateur- en profsnookeraar,
merk je onder meer op het moment dat er alleen nog gekleurde ballen
op tafel liggen. De prof zal er altijd voor zorgen dat die ballen
allemaal op hun 'spot' liggen voordat hij gaat 'potten'. Dat is
dus voor ons soort mensen niet weggelegd. Bij mij ligt na vijf
minuten al geen bal meer op de juiste plek."
Muiswinkel: "Soms niet eens meer op de juiste
tafel..."
Vleuten: "Dan is het alsof Flipje uit Tiel
boven het laken uit elkaar is geknald."
Muiswinkel: "Ik ben sinds kort opnieuw door
het voetbalvirus gegrepen via mijn zoontje Kees van Muiswinkel,
schrijf die naam maar vast op."
Vleuten: Hij heeft voor zijn leeftijd een prachtige
sleepbeweging in huis. Nee, die kan zo in de computer van Co Adriaanse."
Muiswinkel: "Ik ben dit seizoen weer begonnen
met voetballen bij mijn oude club, de Koninklijke HFC in Haarlem.
Dat viel niet mee. Na een half uur had ik geen pols meer. Ik was
echt helemaal kapot. Het meest frustrerende is dat ik nog wel
weet wat er zou moeten gebeuren in het veld maar dat het lichaam
niet meer wil. Ik zie waar ik moet zijn, maar ik kom er niet meer.
Ik had wat Piet Keizer, Sjaak Swart en al die andere oude sterren
hadden in die feestwedstrijd van Ajax. Wel willen, maar niet meer
kunnen.
Maar er is een tijd geweest dat ik aardig kon voetballen. Zo tussen
mijn veertiende en zestiende. Ik was via duistere wegen aanvoerder
van het Haarlems jeugdelftal geworden en werd zelfs in Zeist uitgenodigd
voor een paar proefwedstrijden. Heb ik nog tegen Gullit en de
gebroeders Koeman gevoetbald. Overigens gebiedt eerlijkheid mij
te zeggen dat ik de jaren waarin ik boven mijn leeftijdsgenoten
uitstak, grotendeels te danken had aan mijn fysiek. Lange tijd
was ik gewoon groter, sterker dan de rest. Ik had wel een redelijke
techniek, maar moest het vooral van wilskracht hebben. Toch belandde
ik in Zeist bij de laatste vijftig spelertjes die in een onderlinge
wedstrijd moesten bepalen wie er in aanmerking zou komen voor
het Nederlands jeugdelftal. Tijdens die wedstrijd kwam al heel
snel het besef: dit is mijn plafond. Ik kon aardig meekomen maar
daarmee was dan ook alles gezegd. Ik zag coach Ron Groenewoud
langs de kant bedenkelijk kijken en toen wist ik eigenlijk al
genoeg. Drie dagen later lag er een brief in de bus. 'Beste sportvriend'
stond er boven. Ik was dus afgevallen. Ik vond het eerljk gezegd
al mooi dat ik had mogen meedoen en het is natuurljik niet de
juiste instelling voor een aankomend profvoetballer. Ik kan me
van die wedstrijd niet zo gek veel meer herinneren, behalve dat
Ronald Koeman in de spits stond en er eigenlijk niet echt bovenuit
sprong. Er waren die dag veel Amsterdamse jongetjes die veel spectaculairder
waren maar waar nooit meer iemand van heeft gehoord. Zelf was
ik mijn plek op het middenveld al kwijtgeraakt aan Erwin Koeman,
die verreweg de beste speler van het veld was. Ik speelde dus
voorstopper en moest Pier Tol dekken. De eerste de beste bal die
mijn kant op kwam was zo'n torenhoge uittrap. Ik deed een stapje
naar achter. Dat had ik mijn hele leven al in dergelijke situaties
gedaan, omdat de man die ik most dekken de bal doorgaans toch
niet onder controle kon krijgen. Maar dit was dus een ander verhaal.
Tol nam niet alleen aan, maar ging mij ook in één
beweging voorbij en stond alleen voor de keeper. Ik denk dat Groenewoud
toen al een dikke streep door de naam Van Muiswinkel heeft getrokken.
Ik kon de rest van de wedstrijd wel aanhaken, heb nog een paar
ballen fijn weggekopt, maar wist ook dat dit niveau een stapje
te hoog was voor mij.
Wel heb ik me verbaasd over de snelheid waarmee die andere jongens
zich vervolgens ontwikkelden tot goede profvoetballers. Twee jaar
na ons wedstrijdje in Zeist speelde Erwin Koeman met PSV een jubileumwedstrijd
bij mijn club. Ik was toen al blij dat ik reserve mocht zijn van
het eerste van HFC, maar hij stond al in de basis van PSV tussen
al die grote sterren. Daar schrok ik wel een beetje van."
Humor
IV
Muiswinkel: "Cricket is mij altijd gemakkelijk
afgegaan. Ik behoorde al op jonge leeftijd tot de beste twintig
spelers van het land en haalde ook het Nederlands jeugdteam. Bij
cricket kwam de kloof met de rest op latere leeftijd, eigenlijk
op het moment in mijn leven dat ik prioriteiten moest gaan stellen.
Er waren toen al snel te veel andere zaken die ik interessant
vond, om me volledig op de sport te blijven focussen."
Vleuten: Dan red je het dus al niet meer. Je moet
volkomen monogaam zijn om als topsporter te slagen. Oogkleppen
op. Ik vind dat helemaal niet erg. Ik vind ook dat we sporters
moeten beoordelen op wat ze op het veld laten zien en niet op
het aantal boeken dat ze hebben gelezen of de hoeveelheid moeilijke
woorden die ze gebruiken. Oké, dan leest elke voetballer
'De Ontvoering van Heineken'. Wat is daar mis mee? Ik word altijd
een beetje moe van de opgetogen sfeer die in de media ontstaat
wanneer er weer eens een voetballer is ontdekt die ook andere
interesses heeft. Die moet direct in elke talkshow opdraven. Zo'n
Dani, die dan bij Jack Spijkerman moet komen uitleggen dat hij
een reproductie van de Mona Lisa boven zijn bed heeft hangen...
Ik word daar niet vrolijk van."
Muiswinkel: "Wat dat betreft ben ik ook wel
een beetje sportmoe. Ik hoef het niet allemaal meer te weten.
Niet wat die gasten verdienen, niet wat ze 's nachts uitspoken...
Ik vind dat je een bepaalde naïviteit moet blijven behouden
om van sport te kunnen genieten. Daarom ben ik ook zo gek op Nwanko
Kanu. Dat is de enige voetballer op dit moment die dingen doet
die je niet snapt als je het niet twee of drie keer ziet. Kanu
doet dingen die niemand anders kan en die niemand anders begrijpt.
En daarbij heeft hij natuurlijk ook een hele goeie kop. Hij stond
laatst prachtig te grijnzen toen ie net vijf minuten voor tijd
een penalty ter waarde van zesenhalve ton in de handen van de
keeper had geschoten. Nee, goeie gozer, die Kanu."
Vleuten: "Ik durf het bijna niet te zeggen,
maar ik kan nog steeds genieten van Dennis Bergkamp. Hij heeft
iets magisch. En ik ben altijd liefhebber geweest van Ronald Koeman,
een heel ander type voetballer. Ik vond Ronald vooral in zijn
Spaanse jaren een geweldenaar. Zoals hij leiding gaf aan de defensie
van Barcelona, met die vanzelfsprekendheid en die uitgestreken
Groningse kop... Prachtig."
Muiswinkel: "Toch krijgen sportlieden vroeg of laat ook vaak
iets tragisch, vind je niet? Aan niemand is het verstrijken van
de tijd tenslotte zo duidelijk af te lezen, als aan de sportheld.
Je ziet dat ook veel bij amateurclubs. Daar zijn dan lokale helden
die op hun 31ste stoppen met voetballen en binnen twee jaar worden
geconfronteerd met een generatie die vraagt: 'Meneer, heeft u
ook gevoetbald?' Pijnlijk, hoe bederfelijk het succes in de sport
eigenlijk is.
Zelf ben ik gelukkig nooit verbitterd of gefrustreerd geraakt
over het feit dat ik nooit het betaalde voetbal heb gehaald. Ik
heb daar geen moment last van gehad. Ook omdat ik vind dat het
professionalisme op heel gespannen voet staat met de sport zelf.
Ergens klopt er iets niet aan die combinatie. Een spel doe je
volgens mij namelijk tussen het echte leven door, maar als prof
is dat spel juist de hoofdmoot van je bestaan. Er gaan dus andere
belangen de boventoon voeren. Frank de Boer voetbalt allang niet
meer tegen Mijatovic omdat ze het allebei leuk vinden een spelletje
te spelen. Ze zullen het beiden best hebben gehad, maar de tijd
dat ze als een dartel veulen over het veld liepen, maar als je
goed bent komt er op een dag een moment waarop je je onschuld
verliest. En tegenwoordig is dat geloof ik al op je twaalfde.
Dat geeft die hele topsport in mijn ogen iets onaangenaams."
"Je
wordt gek van Youp en Freek"
Erik
van Muiswinkel:
De mensenvriend De Kleine Komedie, 2 t/m 6 april.
Erik
van Muiswinkel (1961) is cabaretier en werkt voor televisie en
radio. Hij maakte ooit, samen met Justus van Oel en Diederik van
Vleuten, deel uit van de groep Zak & As, zat twee seizoenen
in het team van het televisieprogramma Ook dat nog en staat nu
voor het eerst solo op het toneel in het programma De mensenvriend,
geschreven door Justus van Oel. Komende week te zien in De Kleine
Komedie.
Eembrugge
''Geboren
op een woonboot. Mijn vader werkte in Weesp bij de Okriet-fabriek
en iedere werknemer kreeg een woonboot aangeboden als beginnetje.
Okriet? Tsja, een spul waarvan ik maar nooit kan onthouden wat
het precies is.''
''Toen
ik anderhalf was zijn we nog even verhuisd naar Weesp, later naar
Haarlem. Ik heb als student Nederlands en daarna zo'n beetje tien
jaar in Amsterdam gewoond, maar nu woon ik weer in Haarlem. Ja,
na Eembrugge, Weesp, Haarlem, Amsterdam zou je zeggen: Londen
of Parijs, maar het werd terug naar Haarlem. We woonden in de
Boomstraat in de Jordaan en kregen een kind. Vijfenvijftig vierkante
meter was wat aan de krappe kant, vonden wij. We hebben ons rot
gezocht in Amsterdam, maar het lukte niet iets groters en betaalbaars
te vinden. Ach, Haarlem is een buitenwijk van Amsterdam. Ik ben
iedere dag in Amsterdam. Geen enkel probleem, ik heb een aparte
parkeerportemonnee, vol met rijksdaalders en guldens.''
Propria
Cures
''Ik
was redacteur van 1982 tot 1984. Mijn debuut in de grote-mensenwereld.
Ik weet nog dat Ad van Iterson hoorbaar schrok toen ik zei dat
ik 22 jaar was. Dat vonden ze een beetje jong. Ik kwam in de redactie
met Theodor Holman, Ad van Iterson en Beatrijs Ritsema. Later
kwamen daar Hans Bouman, Peter Smit en Hans Moll bij. Ik werd
aangenomen op een stuk dat heette Mopperlands, een pastiche op
al die Opperlandse stukken die toen zo in de mode waren, van vooral
Hugo Brandt Corstius en Gerrit Komrij. Die stukken waren altijd
een beetje hakkelig geschreven omdat er in iedere zin een trucje
moest zitten. Nou , ik gooide er nog een schepje bovenop, een
zeer hakkelig stuk, met in iedere zin een trucje. Mijn beste stuk
voor PC was een stuk tegen de Anne Frank Stichting, daar had ik
toen heel veel research voor gedaan. Het stuk ging eigenlijk avant-Theo
Van Gogh over de waanzin van de 4 mei-industrie.
''Propria
Cures op dit moment? Er staat altijd wel een aardig stuk in. En
zo is het altijd al geweest: als er een aardig stuk in staat,
is het nummer de moeite waard. Maar als ik toch een klein beetje
mag zeuren: driekwart van de stukken gaat de laatste tijd over
televisie. Dat vind ik iets te veel van het goede. Maar aan de
andere kant, PC had vorige week een volstrekt smakeloze cartoon
over de ramp in Dunblane. En zo hoort het ook.''
Justus
van Oel
''Mijn
Bram en mijn Freek tegelijk. Je weet toch dat Bram Freek uit zijn
bed heeft geschopt om eindelijk eens wat te gaan doen. Bram gaf
de eerste zet, maar Freek bleek uiteindelijk het genie. Justus
heeft mij ook uit mijn bed geschopt, maar Justus bleek ook nog
het genie te zijn.
''Ik
heb hem op het Christelijk Lyceum in Haarlem ontmoet. Samen schoolcabaret
gemaakt. Jaren later, tijdens een reunie besloten weer eens wat
te gaan doen en zo is Zak & As begonnen. Justus had het begin
van de groep bepaald, het lag dus voor de hand dat hij ook het
eind zou bepalen. Het was tenslotte zijn onderneming. Ik was het
er helemaal niet mee eens. We hadden veel succes en volle zalen,
maar Justus was uitgekeken op het schrijven van cabaretteksten.
Terwijl hij daar het beste in is. Hij is van het niveau Annie
M.G. Schmidt en Michel van der Plas.''
Youp
van 't Hek
''Nu
moet ik zeker meteen roepen: over collega's zeg ik niks? Nee hoor,
maak je geen zorgen: ik praat vrijuit over mijn collega's. Youp,
tsja . . . Youp moet naar mijn idee olie verversen. Youp heeft
op een gegeven moment een vorm en stem gevonden, waarmee hij de
populairste cabaretier van Nederland is geworden. Dat deed hij
weergaloos. Maar we hebben nu vijf van die werkstukken gezien
en ik weet het nu wel. Ik weet waar Youp een hekel aan heeft.
Zijn levensfilosofie is mij nu bekend. Wat dat betreft viel de
Oudejaarsconference mij ook een beetje tegen. Ik dacht dat hij
die avond zou aangrijpen om het over een andere boeg te gooien.
''Ik
denk de laatste tijd dan ook met weemoed terug aan Youp z'n programma
met Onno Molenkamp. Zo klein, zo mooi. Maar misschien is Youp
juist bang voor een koerswijziging. Je weet namelijk nooit wat
je supporters gaan doen. Herinner je je nog wat er met John Lanting
is gebeurd toen hij na zoveel programma's Theater van de Lach
het een keer op z'n Monty Pythons ging proberen? Nee? Lanting
had zelfs Graham Chapman van Monty Python om advies gevraagd en
zo. Nou, het was erg druk bij de garderobe in de pauze, kan ik
je vertellen.''
Freek
de Jonge
''Youp-Freek!
Freek-Youp! Youp-Freek! Freek-Youp! Je wordt gek van Freek en
Youp, horendol word je ervan. Zij terroriseren de theaters. Hans
Dorrestijn heeft er een mooi verhaal over. Dan kwam hij uitgeput
na een voorstelling bij zo'n theaterdirecteur, en die zei dan:
'Was leuk meneer Dorrestijn, overigens, vorige week hadden we
Youp hier, nou de zaal is af-ge-bro-ken. Ja en volgende week komt
Freek dus dat worden ook weer prachtige avonden'. Ik maak het
ook mee en erger mij er ook behoorlijk aan. Maar ja, wat moet
je met die constatering. Je moet beter worden en zorgen dat je
erbij komt.''
Carre
''Ik
wil er staan. Laat ik daar eerlijk in zijn. Ik wil er ooit komen.
In Carre moet je tegen de onderste ring spelen, als je dat goed
doet gaat de rest vanzelf. Je hoort: ik weet al precies hoe het
moet als ik er zal staan. Ik ben natuurlijk na Zak & As als
het ware opnieuw begonnen. We speelden altijd voor volle zalen,
een week Kleine Komedie was een week hartstikke uitverkocht. Nu
sta ik solo een week in de Kleine Komedie en lopen eigenlijk alleen
de vrijdag en de zaterdag aardig.''
Hans
Teeuwen
''Een
demonische verschijning. Een natuurverschijnsel, net als Youp
dat is. Hij heeft een krankzinnig succes. Of ik jaloers ben? Ach,
ik kan de zon wel in het water zien schijnen hoor. Theo Maassen
vind ik misschien nog wel beter dan Hans Teeuwen. En wat ik werkelijk
geniale mannen vind, vooral muzikaal, is het duo Ajuinen &
Look; Mike Bodde en Thomas van Luyn zijn dat.''
Antonia
''De
vriendin van Justus, Wimie Wilhelm, heeft er een mooie rol in,
de film heeft bovendien een Oscar gewonnen en toch heb ik hem
niet gezien. Ik heb van Marleen Gorris ooit wel Gebroken spiegels
gezien. Dat bleek een ouderwetse tendens-film, waarvan ik niet
wist dat ze nog gemaakt werden. De film was heel erg tegen vrouwenmishandeling.
Ik ook trouwens. Ik vind ook niet dat je een vrouw vastgebonden
onderin een kelder mag laten verhongeren. Tsja, maar wat moet
je er verder mee. Dan zie ik liever The silence of the lambs.
Dan kom je met het zweet in je broek de bioscoop uit en begrijp
je tenminste een beetje waar het allemaal vandaan komt.''
Cricket
''Zonder
concurrentie het mooiste spel dat de mens heeft uitgevonden. A:
omdat het zo lang duurt en b: omdat het zo moeilijk is. En omdat
het zo moeilijk is, is de roes zo zoet als het lukt. De eerste
vijfentwintig jaren van mijn leven stonden in het teken van cricket.
Het heeft mij bepaald. Ik heb mijn vrouw bij de cricketclub leren
kennen toen ik zestien was, ik kan een das strikken dankzij cricket,
ik heb er in commissies en besturen geleerd wat besturen is, en
al mijn buitenlandse reizen waren cricketreizen, want ik ging
's zomers natuurlijk nooit op vakantie vanwege de cricketcompetitie.''
De
Connaisseur
''Ik
ben nog nooit zo zenuwachtig voor een televisie-optreden geweest.
Ik had me als kandidaat opgegeven voor de afleveringen van de
quiz De connaisseur, die over literatuur zou gaan. Daar weet ik
tenslotte het een en ander van. Ik heb klappertandend door de
gangen gelopen. De eerste uitzending heb ik gewonnen. De tweede
uitzending verloor ik met een punt verschil van een docent Algemene
Literatuurwetenschap in Nijmegen, dus ik hoefde me niet te schamen.
De vraag waarop ik struikelde was een korte algemene vraag waarbij
ze een fotootje lieten zien van een Franse componist. Ik wist
niet wie het was. Het bleek Messiaen te zijn. Achteraf erg stom,
want Messiaen is een beroemd componist.
''Maar
aan de andere kant, doordat ik in die tijd zelf de quiz Megabrein
presenteerde, had ik bij De connaisseur soms geluk met van die
typische weet-vraagjes. Hoe heet de enige opera die Beethoven
geschreven heeft? Ik weet niks van opera, maar het is een beroemd
quiz-vraagje en dus wist ik het antwoord: Fidelio.''
Jack
Spijkerman
''Ik
praat wel eens mee met de organisaties van symposia en die zoeken
dan vaak nog een presentator en dan mag ik om te pesten graag
de naam Jack Spijkerman laten vallen. Nee! Nee! krijsen ze dan.
Jacks grote kracht is de weerzin die hij oproept. En ik begrijp
het ook wel: die kop, die grote bek. Maar ik mag hem graag. Jack
is een groot improvisator. Ik zit nu ieder week in zijn Vara-nachtshow
actuele grappen te maken. Het gaat redelijk, moet beter. Het is
natuurlijk het moeilijkste dat er is. Je moet ook geluk hebben.
Je weet dat er een goede grap zit in de affaire van het Engels
rundvlees, maar vind hem maar. Waar is-ie? Waar is-ie? Vorige
week wilden we een grap maken over de porno-kaarten die uit de
rekken moeten in Amsterdam. Dat lukte goed. We hadden een betere
dan Koot & Bie, vond ik zelf. De grap ging zo: 'Wie hebben
er nu eigenlijk last van die kaarten? De kinderen niet, de volwassenen
niet, de winkeliers niet; alleen de zedenpolitie heeft er last
van. Maar als je er niet tegen kan moet je niet bij de zedenpolitie
gaan werken'. Boem! Die sloeg echt in.''
Engels
rundvlees
''Niet
over zeiken, gewoon blijven eten. Negenennegentig procent van
dit soort scares blijken altijd reuze mee te vallen. Kijk, wat
je niet moet doen is in Zambia zonder condoom moet een hoer naar
bed gaan. Dat is onverstandig. Maar zelfs dat heb ik wel eens
gedaan, in 1980, en zie: ik leef nog steeds.''
Arnon
Grunberg
''We
hebben dezelfde uitgever. Ja, dat klinkt nu heel interessant,
maar ik ga bij Nijgh & Van Ditmar een sportboek uitgeven.
Toen ik daar laatst op bezoek was om er met uitgever Vic van de
Reijt over te praten, was Arnon Grunberg daar ook. Hij bleef erg
vriendelijk toen ik zei dat mijn boek over sport zou gaan. Ik
schrijf al lange tijd een sportcolumn in het Haarlems Dagblad
en die columns bewerk ik nu tot een aantal sportverhalen. Ik heb
al een aantal titels bedacht waaruit ik straks moet kiezen: Oom
Erik leert zijn neefje winnen, De voet van Kanu en andere verhalen
of Van Abe tot zwemmerseczeem.''
|