Columns

Weeklog Volkskrant

Cabaretier Erik van Muiswinkel ontketende een discussie met zijn oproep aan Nederlandse sporters om niet deel te nemen aan de Olympische Spelen in Peking komende zomer, wegens de schendingen van de mensenrechten in china. Van zondag 20 januari tot en met vrijdag 25 januari schreef hij een weeklog in De Volkskrant.

20 januari:

Erik en Erica, een lied van schijn en wezen

Tip voor de Chinese Geheime Dienst: als je in de gang, direct na het halletje, een reusachtige foto ziet hangen van Erica Terpstra en Erik van Muiswinkel, dan ben je bij mij thuis. Erica is op die foto hilarisch uitgedost als een pompeuze burgemeesteres, en ik ga goeddeels schuil achter de hangsnor van De Majoor: we bevonden ons ten tijde van die foto in het universum van Pluk van de Petteflet. Waren we daar nog maar, Erica, in het vertrouwde bordkartonnen wereldje dat Annie Schmidt en Ben Sombogaarts voor ons geschapen hadden. Maar nu bevinden we ons radicaal tegenover elkaar, en de discussie gaat deels ook over het verschil tussen schijn en wezen. Mijn angst is dat ‘jouw' Olympische Spelen, die ten slotte ook een beetje van mij zijn, zich gaan afspelen in een zorgvuldig geconstrueerde, theatraal uitgelichte glazen stolp, en dat ‘het andere China', dat van Harry Wu's Chinese Goelag, ondanks talloze bezorgde prevelementen en plechtige Chinese beloften, zeer weinig aandacht zal krijgen. En dat is eigenlijk al lang geen angst meer. Dat is een zekerheid. Het staat net zo vast als dat de grotestads-problemen van Almere, waar onze studio destijds stond, niet erg prominent figureerden in de film over Pluk. Dat haalt je de koekkoek.
Van alle commotie en emotie die mij na mijn brief in De Volkskrant van 31 december 2007 hebben overspoeld, blijft één overweldigende les nu hangen in mijn hoofd: de mensen lezen wat ze willen lezen, en niet wat er staat. Ik heb het woord boycot niet gezegd of geschreven. Er IS namelijk geen boycot, en die kan er allang niet meer komen. Ik ben Don Quichot niet (hoewel... daarover een andere keer).
Mijn brief was vrij kort. Hij had een inleidende uiteenzetting, daarna lepelde ik de vaste 5 argumenten/vragen van mijn tegenstanders op, die ik stuk voor stuk beantwoordde. Volgde een ietwat dramatisch slotakkoord, met samenvatting en concrete oproep aan de Nederlandse atleten, namelijk de enige mensen die nu nog daadwerkelijk iets zouden kunnen DOEN om de aandacht te vestigen op waar het om gaat. Niet zozeer op de ‘mensenrechtensituatieinchina', zoals ik de mantra na de Ronde Tafel Conferentie in Den Haag donderdag jl ben gaan noemen, maar op het simpele feit dat het een schandaal is dat die Spelen in Peking gehouden worden. En voor hun eigen geweten, ja inderdaad, dat ook. Ik vond en vind dat ik de sporters juist serieus neem door ze dit dilemma nog eens voor te leggen. Door ze erop te wijzen dat om principiele redenen niet gaan, allereerst een reusachtige impact zou hebben in hun eigen sportwereld (zie pas nog de woede-uitbarstiung van Ankie van Grunsven toen een grote concurrente van haar afhaakte vanwege de hitte in Hongkong: voor haar is het spelletje nu verpest), bovendien een grote impact zou hebben in Nederland, en, afhankelijk van de bekendheid van de sporter of -ploeg, een behoorlijke impact in de wereld. Ik ken Olympische sporters helemaal niet als eenhersencellige droogroeiers voor wie er buiten hun PR-retjes niets in de wereld bestaat. Sterker nog, als beroemde sporters met pensioen gaan op hun 35ste, zie ik ze vaak terug met grote maatschappelijk betrokken projecten. Koss, Cruijff, Krajicek, overal op de wereld zie je dat. Ik matig me ook het idee niet aan dat ze geen van allen ueberhaupt over Peking hadden nagedacht... dat schrijf ik toch nergens? Ik schreef mijn brief omdat ik maar niks van ze hoorde, nadat Kamiel Maasse een piepklein steentje in de vijver had gegooid. En wat ik wel hoorde, wees linea recta in de richting van: ‘point taken, we gaan door'. En daar had ik nog wel wat aan toe te voegen. Dat deed ik in die bewuste brief, met heldere excuses voor mijn bijna onmogelijke verzoek, mijn begrip voor hun belangen en dus ook voor hun uiteindelijke gang naar Peking. Ik ‘eis' niks van ze, ik veroordeel ze niet, ik leg alleen wat gewicht in hun weegschaal: wel of niet naar Peking. En die weegschaal was een beetje scheef komen te hangen, de afgelopen jaren, vanwege de tonnen aan gewicht die Hein Verbrugge, Erica Terpstra en de rest van de sportwereld in de pro-schaal hadden gelegd. Ik leg een moreel kiezeltje tegenover, en de wereld is te klein. Ach, ik denk nu na twee weken man- tegen man-gevechten: had ik dat ene stapje maar niet gedaan, die oproep aan de sporters. Had ik het maar gelaten bij een vlammende brief, die bol had gestaan van de gruwelijke voorbeelden van mishandeling in het gastland. Had ik maar uitgepakt over de Falun Gong, over de Laogai, Harry Wu, ach jongens, ik was een mensenrechtensituatieinchinaheld geworden. Maxime Verhagen en Erica Terpstra en Jet Bussemaker hadden me in hun midden verwelkomd. En al mijn collega's waren me bijgevallen, want wie kan er tégen verontrusting over de mensenrechtensituatieinchina zijn? Maar toch is dit misschien beter. Want nu is iedereen opeens beledigd en geirriteerd, en wordt er op het scherp van de snede gediscussieerd. En schrijft de ambassadrice van China een Open Brief, waar wijlen Karel van het Reve van gesmuld zou hebben. Een ‘classic' uit het communistische Stijlboek.
Wat ik me sterk afvraag, is wat Erica Terpstra diep bij zichzelf nu eigenlijk denkt over deze affaire. Ik ken haar als een praktisch politica en bestuurder, niet lullen maar poetsen, die echt wel weet wat er in de wereld speelt. En ze kent een beetje Chinees! Ik heb op de conferentie gezegd dat zij vermoedelijk een stuk meer weet over de mensenrechtensituatieinchina dan ik, na mijn povere maand studie. Zij moet echter, vanuit haar functie als voorzitter NOC/NSF, die Spelen voor Nederland regelen, verkopen en inmiddels verdedigen. Zij heeft bij haar aantreden in 200? de Peking-boedel geerfd, en (na lang nadenken?) besloten: It Geat Oan! En dan heb je geen keus, dan verkoop je de Spelen. En dat kan alleen als je jezelf dwingt te geloven, en dat kan zij als geen ander, een sport-cliché: geloven in het onmogelijke! dat de Spelen in China voor meer openheid over mensenrechten zorgen, dat de Chinezen zich onder druk gezet voelen en dat er na afloop meer gewonnen is dan verloren. En daar zou ik met haar over willen discussieren. Ik neem dan wel secondanten mee, vooral via boeken in mijn hoofd. Want waar het gaat over autoritaire politieke regimes en grote sport-evenementen, staan alle seinen op rood: de fascisten met het WK voetbal in 1934, de nazi's in 1936 met de Olympische Spelen, alweer de fascisten met alweer het WK voetbal in 1978, en de communisten met de Olympische Spelen in 1980: ze wisten er raad mee. Ze kunnen organiseren zoals geen democraat zou durven dromen, zonder vakbonden, burgemeesters, Saar Boerlage's, vragen stellende intellectuelen, en gemekker aan hun hoofd. Die regimes profiteerden telkens profiteren optimaal van het simpele gegeven dat als de bal eenmaal gaat rollen, als het startpistool is afgegaan, iedereen happy is en die happyness deels dankbaar toeschrijft aan de goeie gastheren. Iedereen blij! Avery Brundage, die grote Olympische bestuurder van na de oorlog, was laaiend enthousiast over Berlijn 1936. Exact hetzelfde staat te gebeuren in Peking, en tenzij iemand mij uit kan leggen dat wat er politiek in dat land gebeurt ontzettend meevalt, blijf ik denken dat Erica Terpstra zich vergist. En met haar iedereen die op 8 augustus handenwrijvend op de sofa denkt dat de 29ste Olympische Spelen normale Spelen zijn.


21 januari:

CHINA IS GEEN TURKIJE

Vandaag was het leven vol genoeg om rond zevenen Chinees te gaan halen. Het was er drukker dan ooit, kan het toeval zijn? Tot mijn genoegen was er tussen de twintig wachtenden niet 1 geinponem die mij vroeg of we eigenlijk nog wel Chinees mogen eten van de gedachtenpolitie. Die grap heb ik intussen in een variant of dertig gehoord, waaronder behoorlijk geestige. Maar er ligt een groot misverstand aan ten grondslag: dat ik voor een soort alomvattende China-boycot ben, of nog erger: zou moeten zijn, als ik consequent was. In hun ijver om de sporters tegen morele dilemma's te beschermen wijzen hun supporters en voorop Erica Terpstra onmiddellijk naar andere terreinen en andere verantwoordelijken. Die wijzen natuurlijk rap terug. Stel je voor dat ik mijn activiteiten uitbreid en een boze brief schrijf aan het adres van Philips en Unilever, drie keer raaien wat die zeggen: zeg, als de Olympische Spelen er gehouden mogen worden, waarom mag ik er mijn spulletjes dan niet in een kraam zetten? Dan op naar de politiek, die andere zogenaamde boosdoener: daar verwijst men ons zonder dralen terug naar het IOC: die verzinnen ten slotte de procedure waardoor een land als China als winnaar uit de bus kan komen. Het IOC stelt zichzelf vanouds zó ver boven de politiek, ondanks de vieze inktvlek van 1936, dat ieder land kan inschrijven, en met genoeg lobbyen kan winnen. Pyong Yang 2016, here we come!
Hoe ik over de positie van de China-handel denk heb ik wel in mijn brief gezet. Maar ik verzuimde te zeggen dat ik (nog los van de onvermijdelijkheid van handel) in de handel en de economische ontwikkeling juist de enige mogelijkheid zie voor de Chinese bevolking om ooit van die communistische 1 partijstaat af te komen. Die gaat het hopen we uiteindelijk afleggen tegen de noodzaak van een onafhankelijke rechter, transparantie en verantwoordelijkheid, zonder welke alle handel doortrokken zal blijven van corruptie, onrecht, slavenarbeid, vakbonds-verboden, milieu-rampen, noem de hele ellende maar op. Nee, leve de handel! En het toerisme kan ook bloeien, hoe meer contacten hoe beter. Dat aspect van de Spelen bestrijd ik helemaal niet: het is geweldig voor de middenklasse-Chinezen in en rond de stadions, en voor de buitenlanders, om elkaar te ontmoeten en een feest te vieren en Engels en Mandarijn te leren! Wat niet zo geweldig is, is dat dat feest een regering in het zonnetje zet, die het grootste onderdrukkings-apparaat ter wereld beheert en organiseert. China is niet een soort Turkije waar een op oude tradities gestoelde ruwe omgang met gedetineerden nog wel eens op martelen uitdraait, en waar wij (de EU) voortdurend lastig kunnen zijn, en kunnen controleren of er al schot in de verbeteringen zit. We komen er gewoon niet in bij China. Vraag het Amnesty.
En als de Turken boos zijn op hun regering kiezen ze een andere.
China is ook geen VS, waar een uit zijn krachten gegroeid gevangenis-systeem voor mensonterende toestanden zorgt. Als je dat in een Amerikaanse krant schrijft, kan je later nog president worden. Als je zoiets in China doet, eh.. niet. In China, waar de regering nooit vervangen kan worden (dat regelt ze zelf in een mist van angst, corruptie en nepotisme, zoals we die kennen uit de communistische partijcultuur), in China dus is het treiteren, bedreigen, arresteren, gevangen zetten, het zonder proces lange jaren opbergen en martelen van tegenstanders, alsmede het slopen van organen uit geexecuteerde gevangenen zonder toestemming, en het fysiek uitroeien (met hoogstwaarschijnlijk OOK het verwijderen van hart en lever, die veel geld opbrengen) van een omvangrijke religieuze groepering, officiele regeringspolitiek. Ze noemen het anders, of ze verzwijgen het, maar het is wat het is. En daar waren wij zo erg tegen dacht ik, dat we die regering geen opkontje gaan geven door ze ‘onze', door die goeie ouwe uitvinders van de democratie, de Grieken, bedachte Olympische Spelen te gaan gunnen. Ik schreef: dacht ik... Maar de meeste mensen zijn ten opzichte van de Spelen precies verkeerd om gaan redeneren. (Om dezelfde reden horen we ook uit het buitenland zo verrekt weinig verontwaardiging) Men denkt namelijk: Peking mag die Spelen organiseren, niemand protesteert, Amnesty werkt mee, blijkbaar komt het spoedig in orde met China! In plaats van eenvoudig: we weten hoe de Chinese regering opereert, laten we die Spelen daar niet houden tot er een vorm van rechtsstaat is gecreeerd.

Ten slotte nog twee discussiestukken, beide tot mijn verrassing in de Zaterdag-Volkskrant (de Telegraaf maakt vrij weinig woorden vuil aan deze zaak, en wat ze schrijven is van zo'n Goebbelsiaanse malafiditeit, dat ik daar even van moet bekomen. Ik schat dat ik ze woensdag te lijf ga) Dank aan Paul Onkenhout voor zijn zaterdagse Volkskrant-column die in 1 opzicht niet helemaal juist was: hij was, net als veel nare columns en twee goeie cartoons, goeddeels op mijn persoon gericht. Maar nu eens positief! Dat kon ik mentaal wel gebruiken, Paul! Maar het gaat niet om ‘een rondedansje in Huize Van Muiswinkel', al was dat inderdaad leuk. Het gaat om het Rondedansje in Huize China, dat nu al zeven jaar lang gemaakt wordt, omdat ze al lang goud in handen hebben.
Zelfs het hoofdredactioneel commentaar van De Volkskrant ‘beantwoordde' mijn open brief, op zichzelf een eer. Maar tot mijn verdriet hield men het schip keurig in het midden. Het is ons natuurlijk wat, met die mensenrechten in China, maar! We mogen de last niet eenzijdig op de schouders van de sporters leggen. Maar lieve lieve lieve mensen, roept Mies Bouwman jullie toe: die last ligt er al! Zij moeten daarheen. En dat is niet te verdedigen. Het is simpelweg niet waar dat ‘de harde onderdrukking van weleer plaatsmaakt voor subtielere vormen van overheidscontrole'. Men houdt de echt harde onderdrukking beter uit het zicht, en voegt geheel nieuwe vormen als Internet-filtering toe, die vervolgens weer uitmonden in spijkerharde repressie. Tien jaar kamp voor een mailtje met een onzinnig ‘staatsgeheim', Shi Tao zal dankbaar zijn voor deze ‘subtiele vorm van overheidscontrole'. Eer wint Erica Terpstra opnieuw een gouden medaille in het zwembad, dan dat ze kan uitleggen dat de Olympische Spelen de regering van China milder zullen stemmen ten opzichte van de Falun Gong-beoefenaars. Meisjes en vrouwen, stukgebrand met elektrische staven. Ik hoef maar een paar foto's te zien. Je hoeft niet alles te zien om het te geloven. Je hoeft niet eens alles te weten om het te weten.


22 januari:

Ja Maar

http://www.eenvandaag.nl/index.php?module=PX_Story&func=view&cid=2&sid=30846&nav=30844,0 . Link naar een ijzingwekkend China-onderwerp, al in 2006 uitgezonden.

Een rustige dag op China-terrein zat er niet in. Gesterkt door de dernière van de machtige voorstelling Natuurlijke Selectie van mijn cabaret-collega's van NUHR, een avond Carré Complee met samen metdochter, diner en afterparty, zet ik mij aan het late maandag-log.
Vanmiddag door de stromende regen op Hilversum aan, voor een bezoek aan Het Gesprek, en wel het Sportgesprek van Frits Barend met aan tafel basketbal-guru Ton Boot.We kwamen niet aan andere sportnieuwtjes toe, zo diep raakten we in de Olympische discussie gewikkeld. Ton hoeft niet naar Peking, want onze basketballers redden dat op geen stukken na. Maar hij had voor aanvang van het Gesprek een zeer uitgesproken desinteresse in China. Hij vertolkte recht door zee als hij is, het monomane sportstandpunt ten voeten uit: wij sporters sporten! En wij sporten waar wij heen worden gestuurd, je kan niet de ellende van de hele wereld op je nek nemen. Zo is er overal wel een actie denkbaar om ons van sporten te weerhouden. Wat doe je over twee jaar, als de Winterspelen in Rusland worden gehouden?, vroeg hij me streng.

Waarschijnlijk niks, antwoordde ik, want ten eerste ben ik niet van de Mensenrechtencommissie der Gehele Wereld, en belangrijker: in Rusland is nu juist, met veel pijn en moeite en een lange weg te gaan, een breekbare vorm van democratie geplant. Ik heb ´het Rusland van Poetin´gelezen, van de vermoorde Anna Politovskaya, ik ken heus de problemen globaal... maar de communistische eenheidsstaat, zonder kiertje licht om je recht te halen, is daar verdwenen en komt nooit meer terug. Het is essentieel iets anders wanneer een staat dictatoriaal geregeerd wordt, zonder uitzicht op onagfhankelijke rechtspraak. Daar ligt de grens, en al helemaal voor de Olympische Spelen, die in alles de tegengestelde waarden horen uit te dragen van de dictatuur. (als ik even in de retoriek van de Olympiers mee mag gaan. De werkelijkheid is in veel opzichten helaas anders). Ton Boot accepteert de hierarchie niet, die ik in de soorten problemen waarmee landen kampen, aanbreng. Ik ga het steeds meer als een uitdaging zien om uit te leggen hoe zeer onze eigen vrijheid met die duscussie te maken heeft. Dat die ons moet interesseren, dat we m moeten waarderen en onderhouden en water geven in de Tuin der Democratie. Lief zijn tegen de dictators levert niks op. Je moet handel drijven en hard zijn. En bidden dat er eentje op zijn oude dag mild wordt. Leve Gorbatsjov en De Klerk!

Nog een misverstand: dat we kunnen praten over ´de Chinezen´... en hun adembenemende eeuwenoude confucianistische cultuur die ook ten grondslag zou liggen aan het ´autoritaire karakter´ van hun keizers en communisten. Er wonen 144 verschillende volkeren binnen de Groot Chinese grenzen. Velen van hen zouden wel eens een paar uurtjes zonder die magnifieke confucianistisch gelegitimeerde Ming-knoet willen leven. Een dag desnoods, gewoon, om er even van te proeven.

Er zijn overigens ook nog eens tientallen miljoenen Chinezen die wel in vrijheid en democratie leven... onder de dreiging van die fijne confucianisten in de Volksrepubliek. Die vrije Chinezen noemen wij Taiwanezen. En ga die maar eens vertellen dat hun ´ras´of hun traditie of hun cultuur ze eigenlijk voorbestemt voor autoritair bestuur. Hun antwoord, daar zal geen woord Chinees bij zijn! Dit is werkelijk een uiterst cynisch en naar argument. Maar we zullen het wel blijven horen...een oude vriend van mij gebruikt het vaak, na vijf uitgebreide reizen door China. Hij weet veel van het land, maar wil de andere kant niet zien. Of verdedigt m zelfs. Ik krijg er pijn in mijn buik van.
Na Het Gesprek en een leuk nagesprek met Ton en Frits nog een kort bezoek aan het zoemende nieuws-hoofdkwartier van RTL. Daar krijg ik voor Editie.nl de kans te laten zien wat voor effect een film over China zou kunnen sorteren. (al zijn die films er natuurlijk al. Het zou mooi zijn als de Publieke Omroep of RTL er eens eentje wil herhalen.) Als ik het onderwerp in Editie.nl hedennacht terugzie, schrik ik behalve van de harde beelden die RTL bijeen heeft gebracht, (maar die ik goeddeels al kende, veel oud spul bovendien uit 1989) ook van mijn eigen ingevallen witte kop en bloeddoorlopen ogen. Ik ga dus maar eens wat vroeger slapen vanavond. En eindig met een poetische samenvatting van mijn ervaringen tot nu toe met de actie Nina China:


De Chinese regering zet mensen vast zonder vorm van proces!
Ja, maar in Rusland is het nu een puinhoop.

De Chinese regering executeert jaarlijks meer mensen dan de rest van de wereld bij elkaar!
Ja, maar ze hebben daar een veel oudere cultuur dan wij.

De Chinese regering heeft meer dan duizend werk- en strafkampen in bedrijf!
Ja, maar jij bent een ijdele cabaretier die alleen zijn eigen stinkroem wil verbreiden.

De Chinese regering smoort iedere vorm van persvrijheid in de kiem
Ja, maar daar kan je de Olympische sporters niet mee opzadelen

De Chinese regering behandelt mensen die klagen over gedwongen verhuizingen als criminelen.
Ja, maar sport verbroedert.

De Chinese regering geeft trots toe dat ze zonder toestemming organen van geexecuteerde gevangenen verhandelt!
Ja, maar je bent wel een tikkie laat met je gepiep, vriend!

De Chinese regering licht massaal de hand met hun eigen wet dat er niet gemarteld mag worden op politiebureaus en in gevangenissen. Af en toe executeren ze een al te enthousiaste politieman die te ver is gegaan. De klassieke zondebok.
Ja, alsof Abu Graib en Guantanamo Bay zulke leuke plekken zijn.

De Chinese regering probeert alles om zelfs het Internet te censureren
Ja, maar de politiek is er voor de mensenrechten, en het NOC NSF voor de sport.

De Chinese regering verijdelt ook maar de geringste poging om uitsluitsel te krijgen over het lot van MILJOENEN Falun Gong beoefenaren, die de afgelopen 11 jaar verdwenen zijn.
Ja, maar het Nederlandse cabaret is breindood zodra het over de Grote Wereld voorbij Eindhoven en PSV gaat.

De Chinese regering molesteert de Tibetaanse cultuur, bouwkunst en taal-aspiraties met grof geweld, al decennia lang.
Ja, maar in Argentinie heeft het WK voetbal de val van de generaals ook bespoedigd! (deze laatste is geen flauwe grap. Het is tegen mij ingebracht. Het WK was in 1978, 2 jaar na de coup. Vijf jaar later viel het bewind, door de Falklandoorlog)

De lezer begrijpt uit deze vrolijke bloemlezing dat een lichte vorm van wanhoop over het niveau van argumentatie in deze toch zo eenvoudige discussie, inmiddels mijn hoofd binnengeslopen is. Wie alle antwoord/citaten van de juiste naam kan voorzien, wint een enkele reis Peking.
Morgen: de Telegraaf weer ouderwets op dreef! Argentijnse tijden herleven! En citaten uit de veruit zinnigste column die er sinds mijn open brief is verschenen over dit onderwerp, zonder dat er zelfs naar mijn persoon verwezen wordt (en zoo hoort het!), in NRC Next van maandag.

Gute Nacht Freunde, es ist Zeit fur mich zu gehen.
Mijn brief is inmiddels in het Duits vertaald, ik ben benieuwd of ik m bij de buren in de krant krijg



23 januari:

deskundigen onder elkaar

http://www.livevideo.com/video/embedLink/4ECFCACBC23D4621B7358351FE680529/411193/unreported-world-chinas-olymp.aspx De docu is bekend, maar ik had hem niet ter beschikking. Vandaar veel dank aan Petra (schuilnaam), Chinese studente in Nederland.
Vandaag een rustdag in de Tour de Chine (geen media-optredens, morgen een fijn interview hoop ik met mijn oude Haarlems dagblad-kompaan Edwin Struis, die me gaat doorzagen namens Sportweek. Als hij mij verrast met ook maar 1 miniem vraagje vanuit het perspectief van de sporter dat ik niet al tien keer gehoord heb, betaal ik de hele brunch!)
Wel twee artikelen, in NRC Next en De Telegraaf, die een reactie verdienen. En wel omdat het in redelijk beheerst Nederlands geschreven bona fide stukken zijn, waarin zogeheten 'argumenten' de boventoon voeren. En dat kan niet van elke bijdrage in deze discussie gezegd worden.

Er was nog ander stuk, een lichtpuntje: Uitgerekend in NRC Next stond gisteren een kolommetje, beetje weggedrukt onder een redactioneel commentaar wat voor de zoveelste keer in bedaarde termen een 'boycot' tot onverstandig en naief bestempelde. Het kolommetje was van Floris-Jan van Luyn, voormalig NRC correspondent in Peking, die daar nu weer bivakkeert om een film te maken over de teloorgang (namelijk modernisering) van zijn oude buurtje. Van Luyn heeft ongeveer 10 jaar in Peking gewoond en spreekt goed Chinees (naar eigen zeggen, ik kan het niet controleren, want mijn Chinees is nog een stuk slechter dan dat van Erica Terpstra). Hij heeft dus evenveel jaren in China doorgebracht als Shanghai-correspondent Michiel Hulshof, de schrijver van het verontwaardigde stuk van vandaag! Een mooi toeval. Van Luyn verwijst met geen woord naar mijn persoon of mijn 'actie' , maar schrijft kort maar krachtig op waar het om gaat:
'Mensenrechten zijn geen zaak van politici, mensenrechten zijn een zaak van mensen'.

Dat is een zeer cruciaal zinnetje van Floris-Jan, die daarna uitlegt hoe de rituele dans in zijn werk gaat van de Westerse politici en de Chinese communistische machthebbers. Een Chinese leider merkte eens lachend op: het lijjkt wel of ze niet thuis kunnen komen zonder het gesprek ook even op de Mensenrechten te hebben gebracht!'. Dat lijkt niet alleen zo, dat is ook zo.

Ik borduur op het befaamde zinnetje nog even verder, en vat andermaal samen waar het mij om gaat: iedere Nederlander heeft zijn of haar volstrekt eigen verantwoordelijkheid en oordeelsvermogen als het om morele vraagstukken gaat. Groenteboer en cabaretier, politicus en vrachtwagenchauffeur, roeier en hockeyer. 'De mensenrechtensituatieinchina' is geen puur politiek onderwerp als 'het financieringstekort' of 'de onderwijsvernieuwing' of ' het prachtwijkenbeleid' . Kortom geen af te vinken onderwerp op de politieke actielijst. Als in een kolossaal en belangrijk land de mensenrechten door de regering zelf of met steun van de regering systematisch, met voorbedachte rade en met weloverwogen doeleinden worden geschonden, en niet zomaar een keertje, maar al tientallen jaren, en als geconstateerd wordt dat het einde daarvan niet in zicht is, dan is dat niet zomaar wat. Dan is er iets heel fundamenteels mis met zo'n land. En met zulke landen en regimes in het verleden hebben we geen moeite meer: als de rechtszalen gesloten zijn en de boeken met gruwelfoto's in de winkel liggen weten we allemaal hoe verontwaardigd onze voorouders geweest hadden moeten zijn over Duitsland en Rusland en Cambodja en de Soedan. Maar als het zich onder onze ogen afspeelt en er wordt ons een feestje door de neus geboord, dan heeft de zeurpiet die zijn vinger opsteekt het gedaan.
Michiel Hulshof is als zovelen enorm opgewonden over de razendsnelle ontwikkeling van China. Ik weet het. Je kan als China-correspondent jarenlang in het land rondlopen en elke dag een leuk stuk produceren over een aspect van het Nieuwe China. Ik zelf kan hem sinds kort leuke informatie aan de hand doen over moderne jonge Chinese kunstenaars. Fantastisch werk, leuke mensen! China is al een aardig eindje open. Maar dat betekent niks. Zuid Afrika stond in 1970 zelfs wagenwijd open, je mocht er gaan wonen met je gezin, graag zelfs! Maar dat benam het zicht niet op de Apartheid.
Michiel zegt volkomen terecht: ‘Mensenrechten in China verbeter je niet vanaf de Hollandse kansel. De Chinezen moeten het zelf doen.' Dat zou ik menen, zeg! Wie zou in godsnaam iets anders willen beweren. Maar ik wil die mensenrechten in China helemaal niet verbeteren. Daar ben ik denk ik niet zo goed in! Laat mij maar flauwe liedjes over Tibet zingen en de beroemdste Paul van Vliet-imitator van China ten tonele voeren. Ik constateer alleen maar, en Michiel Hulshof mag mij corrigeren, dat het met die mensenrechten daar gruwelijk gesteld is, en dat de grote modernisering en de toenemende welvaart de mensonterende behandeling van honderdduizenden die daar niet aan kunnen of willen of mogen meedoen, blijkbaar niet kan stoppen. Dat is althans het doel van de CPC-kaders. Dat lukt niet zo goed, want die enorme handel en al die contacten en die scherpe correspondenten die daar als aasgieren op mensenrechtenschendingen loeren, die zorgen er hopelijk op den duur voor dat de Chinese burgers zo kwaad worden dat ze die boeven er eindelijk uitschoppen. Dat is wat we mogen hopen, en liefst met zo weinig mogelijk bloedvergieten. Wie gunt de Chinezen geen Gorbatsjov? Misschien is Hu Jintao dat zelfs, maar dat mag hij dan wel eens wat meer laten merken. En als de vlag er zo bij hangt in China... en dat hangt-ie, volgens Ian Buruma (Vrij Nederland vorige week) en Floris Jan van Luyn (NRC Next gisteren) en nog een legioen andere China-kenners, dissidenten, Chinezen in ballingschap, denktanks en NGO's, als dat de analyse is die we van ‘het succesverhaal van China' maken:

'de grootste uitdaging voor het democratische deel van de wereld sinds het fascisme in de jaren dertig' (Buruma),

dan verdient dat land anno 2001-2008 domweg niet dat grote stempel van goedkeuring: de Olympische Spelen. Want uitgerekend die Spelen zijn een symbolisch cadeau voor de regering. Het IOC heeft daarmee gezegd: jullie horen erbij, jullie doen het goed. En de Chinezen doen ook bijna alles goed. Op een paar minpuntjes na: martelingen, rechteloosheid, executies, werkkampen en orgaanroof. China had de Spelen nog lang niet mogen krijgen, dus moet je overwegen er niet heen te gaan. Wel de zakenlieden, de toeristen, de handelaars, de polititci, de wetenschappers. Zelfs de normale sporters, die aan een toernooitje mee komen doen. Maar NIET het symbool van goede wil en harmonie: de Spelen. Die nou net, als enige niet! Volgens Hulshof is dat standpunt absurd, zinloos en naief.
En dat is absurd omdat tot toewijzing aan Peking al in 2001 besloten is? Nee hoor. Dat was toen waar en dat is nu waar en dat blijft waar. Daar is niets absurds aan.
En dat is zinloos omdat niet 1 Chinees meer mensenrechten krijgt als een Nederlandse beachvolleyballer zijn/haar Olympisch startbewijs verscheurt? Het lijkt me voor dat jongmens, en voor haar/zijn sportwereldje een heel ingijpende en dus zinvolle gebeurtenis: een sporter die zich iets van de politiek aantrekt, daar gaat een stevige voorbeeldfunctie van uit. Het gaat niet alleen om China. Het gaat net zozeer om ons!
En dat dat is naief omdat ‘een boycot pretendeert de mensenrechtensituatie in China te kunnen verbeteren door niets te doen'? Zo'n boycot (die er dus helemaal niet IS, en er ook niet meer kan komen, daarom roep ik de sporters individueel op om zelf de afweging te maken), zo'n boycot pretendeert dat ook helemaal niet! Zo'n boycot betekent: wij doen niet mee aan een feest in een huis waar gemarteld wordt. Dat martelen gaat wel door, maar er is toch geen feest bij nodig?

Nu weet de Chinese regering: wij hebben het vertrouwen en de warmte van de Spelen mogen ontvangen van de wereldgemeenschap, nu moet het wel raar lopen als ze blijven zeuren over onze opvatting van mensenrechten. Dus wij handhaven onze repressie. Dat vinden mijn medestanders en ik een naar idee. Wij willen even gezegd hebben dat wij het daar helemaal niet mee eens zijn. En dat we eigenlijk het belastinggeld wat wij bijdragen aan NOC/NSF, althans het Olympische gedeelte daarvan, terug willen hebben! Dat willen we zeggen, dat horen we te zeggen, dat zeggen we dus ook, en meer pretenderen we niet.

En als Michiel Hulshof een vent is, maakt hij gebruik van zijn pasverworden vrijheid om als buitenlands correspondent echt vervelend te worden en eens op hoge toon te informeren naar het lot van de 80 miljoen Falun Gong aanhangers, sinds 1999. Dan staat hij overmorgen weer met zijn tasje op Schiphol. En hij mag me corrigeren als het niet zo is. Maar liever heb ik dat-ie het gewoon probeert. Want ik ben ECHT benieuwd naar het lot van die mensen. Als die moorden en de grootschalige orgaanroven namelijk door een ‘smoking gun' zou kunnen worden bewezen, pakweg in mei a.s., dan gaan een heleboel landen de Spelen alsnog boycotten, daar ben ik van overtuigd!
Ten slotte.
Inmiddels is mij gebleken dat een grote meerderheid van de, over China slecht geinformeerde, Nederlandse bevolking (en dat valt niemand kwalijk te nemen, we moeten al boodschappen doen en de CITO toets maken, we hoeven niet ook nog eens verstand van China te hebben) nu als volgt redeneert: er was iets met China, veel doodstraffen, martelen of zo, nou ja, ver weg en andere cultuur... maar ze hebben toch maar mooi die Olympische Spelen, dus inmiddels zal het er wel loslopen. Precies wat de hele wereld zo'n beetje lijkt te denken, precies wat de Chinese leiders zo prachtig vinden aan dit verhaal! Maar wel helaas precies zoals het niet is. Want het loopt niet los. Ik heb er maar weer een filmpje bij gedaan...
En nu ben ik nog niet aan Ellen van Langen toegekomen... Excuses Ellen, respect en tot morgen!


24 januari:

De man met de hamer. Doorgaan of opgeven

Lang verwacht en toch gekregen: een Klapje van de Man met de Hamer. De prijs die ik betaal voor het ontbreken van een Boycot Peking-Comite met Postbus, Bestuur, Ruggespraak en Website, is dat ik een paar weken lang erg korte nachtjes maakte, want Prediker en Hooglied zingen voort in hun park. (noot van de vertalers: P & H is de titel van de cabaretvoorstelling waarmee Diederik van Vleuten en Erik van Muiswinkel in reprise door het land trekken, tot 5 juni). Maar die nachtrust-prijs betaal ik graag voor de vrijheid die ik heb om alles en iedereen op mijn eigen moment, met mijn eigen toon, rijm en reden, van repliek te dienen. En ik beantwoord bepaald niet alleen de talloze soorten critici. Het gaat in bijna even grote mate om de mensen die steun betuigen en met eigen ideeën en initiatieven komen. Ook die reacties moet ik op waarde schatten, beantwoorden en eventueel van een vervolg voorzien. Mooi, dankbaar werk, dat wel mevrouw.
Evengoed is het heel gezond om ook af en toe eens aan iets anders te denken dan wrede Chinese straffen en volstrekt onverschillige sportmensen. Dus woensdagochtend toog ik welgemoed naar mijn eigen oude Lagere School met den Bijbel, waar den Bijbel inmiddels niet zo'n grote rol meer speelt, om mijn plaats in te nemen aan het Groot Nationaal Voorlees Ontbijt. Reeds in de avondbladen verschenen de vaste foto's van Balkenende, Rouvoet en Katja Schuurman, allemaal in de vroege ochtend de pineut met een Voorleesbeurt. Ik las in groep 6, kinderen van rond de tien jaar oud, een verhaal van Annie MG Schmidt: De Diepvriesdames. Een van de mooiste, simpelste en tegelijk diepste kindersprookjes die ik ken, dus het kostte mij geen moeite het verhaal van de arme kapper en zijn enge Tante Frigitte met veel pathos en passie voor te dragen. Al leidde het geritsel van de meegebrachte kinderontbijten mij nogal af, uiteindelijk won Annie!

Daarna mochten mijn toeschouwertjes vragen stellen. Ik vermoedde al dat die eerder over de televisie, en vooral mijn connectie met de Goede Sint zouden gaan dan over het gelezen verhaal, maar ik keek er toch van op toen het eerste jongetje wat eigenwijs zijn vinger opstak de vraag uitriep: ‘Waarom bent u eigenlijk tegen de Olympische Spelen?' Aan zijn smoelwerk zag ik onmiddellijk dat dit een vraag in commissie was, door papa of mama meegegeven, maar dat nam ik hem niet kwalijk. Ik vertelde hem dat ik juist heel erg voor de Olympische Spelen was, en omdat die Spelen zo oud en eerbiedwaardig en belangrijk zijn, het heel belangrijk vond dat die niet gebruikt worden door regeringen die dingen met mensen doen waar wij nog niet eens aan durven te denken. En dan moeten ze het maar weten ook: tienjarigen zijn niet gek. Dus dat China de doodstraf even vaak toepast als de rest van de wereld bij elkaar, en dat ze het normaal vinden dat organen van die geexecuteerden zonder toestemming van henzelf of de familie uitgenomen en voor veel geld verhandeld worden, dat hakte er toch wel in bij groep 6. Ik heb de rest maar weggelaten.

Het geval drukte mij met de neus op veel nuttige feiten (bijvoorbeeld dat ik voorlopig in de volksmond zeg maar ‘de Boycot-Boy' ben die ‘tegen de Olympische Spelen is', maar vooral merkte ik weer, omdat het zo naar is het hier met kinderen over te hebben, dat het woord ‘mensenrechtensituatie'zo verschrikkelijk weinig recht doet aan wat zoiets ‘op de werkvloer'betekent. Journalist Shi Tao na het Yahoo-incident met het staatsgeheim-mailtje (ik ga er even vanuit dat men het geval kent, zie voorpagina Amnesty-site) gaat voor TIEN JAAR het werkkamp in. Als je je 5 minuten werkelijk indenkt wat een krankzinnig wrede straf dit is, en hem projecteert op iemand die je kent in onze Nederlandse situatie, dan ga je heel snel anders denken over de tamelijk abstracte discussies die diplomaten, politici en hoge IOC-functionarissen voeren over ‘de ontwikkeling ten goede of ten kwade van de mensenrechtensituatie in China'. En laten we het voor de duizendste keer benadrukken: het gaat hier niet over een land in chaos waar een regering min of meer goedwillend probeert leger en politie in bedwang te houden en excessen te voorkomen, zoals elders veel gebeurt op de wereld. Het gaat hier om een ijzeren regering, vast in het zadel, die alles overlegt, bedenkt, controleert en goeddeels geheim houdt. Het is voorbedachte rade in zijn meest diepgaande vorm. Daar gaat het om.

Woensdagmiddag was er eindelijk tijd om het China-bibliotheekje aan te vullen, en viel het me bij Atheneum op dat de boekenplanken over China net zo snel uitdijen als de Chinese economie. Het is anno 2008 alweer een kunst om de onontbeerlijke boeken eruit te pikkken. Het werk van Harry Wu is vrijwel niet leverbaar, wat het voor de sporters nog makkelijker maakt dan het al is, om mijn verzoeken in de wind te slaan en bijvoorbeeld Bittere Kou of Laogai (de Chinese Goelag) aan te schaffen en te lezen. Gelukkig is er genoeg andere nuttige lectuur, bijvoorbeeld het Amnesty rapport Jaarboek China 2007 (over 2006 dus), en nog steeds de Amnesty Press Release van 6 augustus 2007: Olympics Countdown. Ik blijf dat een naief rapport vinden, omdat Amnesty gebonden was en is aan de afspraken die ze met het IOC en China gemaakt hebben. Ze hopen eigenlijk ‘dat het nog goed komt in 1 jaar'. En dan vindt men mijn actie naief!

Als NOC/NSF serieus begaan was met de zaak van de mensenrechten in China hadden ze een partijtje Bittere Kou's opgekocht (hij is in de goedkope Rainbow Pocket reeks verschenen) en alle atleten er eentje gegeven voor op het nachtkastje. Maar uit alle reacties uit de sportwereld blijkt een diep verlangen: geen gezeur aan onze kop, laat ons met rust, wij moeten topprestaties leveren, daar zijn we al een paar jaar mee bezig, en de hoge heren moeten maar uitzoeken hoe zit met de mensenrechten. Ik heb voor dat standpunt nogal veel begrip getoond in mijn eerste Open Brief. Ik zal er geen geheim van maken dat dat begrip met de dag afbrokkelt. En dat er tegen 8 augustus bitter weinig van zal zijn overgebleven.

En wat de sportwereld al helemaal maar niet meer moet doen, is het een uitgestreken gezicht vertellen dat die mensenrechten en dat strafsysteem en Tibet en die Falun Gong-vervolging in China ze wel degelijk enorm beroeren, dat ze er alles van weten en juist mede naar China gaan om het te helpen verlichten. Dat is een leugentje om bestwil in het meest particuliere geval, en een grove belediging van ons oordeelsvermogen en onze intelligentie in het geval van topdogs als Verbrugge en Terpstra. En daar zal ik ze over blijven lastigvallen tot ver nadat de Olympische Vlam gedoofd is.

In de twee weeklogs die mij nog resten zal ik hoe dan ook Ellen van Langen en Trinko Keen van repliek dienen, want ik merk dat hun column en Volkskrant-brief grote tevredenheid bij het publiek veroorzaken. Gelukkig denkt men, die zeggen waar het op staat, nu zijn we allicht van Van Muiswinkel en zijn ‘beweging' af. Dat is, het spijt me dat ik het moet zeggen, een misverstand. Want de problemen die deze atleten-vertegenwoordigers opwerpen zijn wel goed te verklaren, en zelfs te begrijpen... maar ze zijn deels echt onjuist (zoals de constante vergelijking met de handel en het toerisme naar China), en bovenal: die problemen zijn geen excuus voor wat er straks in Peking staat te gebeuren: het Olympisch ‘witwassen' van een van de gewelddadigste regimes ter wereld.


25 januari:

ik geloof

Hedenavond een prachtige voorstelling in de kleine Zaal van de Haarlemse Philharmonie: Jenny Arean In Concert, met parels van George Groot, Jan Boerstoel, Ivo de Wijs, Annie Schmidt... Nederland heeft zo'n enorm rijke liederencultuur, in allerlei genres, dat ik tot mijn dood verrast zal kunnen worden door steeds nieuwe Nederlands meesterwerkjes.
En het moet bij wijze van afsluiting ook maar zo'n liedtekst uit de hoogste regionen worden, eentje van Jeroen van Merwijk... het leven is echt te kort om naar Rene Froger te luisteren. Onlangs maakte hij een tekst op Gilbert O'Sullivans Nothing Rhymed, zo hemeltergend slecht dat ik er een nieuws-item op het NOS-journaal aan had willen wijden.
Jeroen van Merwijk is 1 van de zeer weinig colllega-cabaretiers die bekend heeft geen speld tussen mijn China-betoog te kunnen krijgen, en het is niet de minst scherpe van het stel.

(Zelfs mevrouw Irene Khan, de hoogste baas van Amnesty International, meldt ons in een intellectueel niet erg uitdagend interview in Het Parool vanavond dat 'ze niets tegen een boycot heeft, maar dat het niet erg effectief zal zijn. Ik denk dat de Chinezen er schouderophalend aan voorbij zullen gaan'. Maar mevrouw Khan, allereerst hoeft een boycot niet effectief te zijn: wij kunnen helaas niet veel doen aan de situatie in China. Het gaat om ONS, dat wij de ruggegraat hebben om geen feest te vieren tussen de concentratiekampen. En bovendien is uw vermoeden nog vorige week in Nederland gelogenstraft: zelfs het houden van een volstrekt onschuldige Haagse rondetafel-conferentie, zonder boycot-oproepen, over de Spelen en de Mensenrechten in China, provoceerde de Chinese ambassadrice tot een verontwaardigde brief in De Volkskrant. Nee, dat schouderophalen, daar zijn ze niet meer zo goed in, deze toekomstige koptelefoon-klanten van het Internationaal Strafhof in datzelfde Den Haag. Dit om even te laten zien dat wij ook kunnen dreigen. Wij Nederlanders gaan naar de Volksrepubliek China toe om te leren hard werken, mediteren en tafeltennissen, en de Chinese communisten komen naar West Europa toe om te leren voetballen en Mensenrechten. Zo eenvoudig is het.)

Jeroen heeft op zijn laatste CD VRIJ een nummer gespeeld dat 'Ik geloof' heet, en dat ik van A tot Z mooi vind.
Het is van lieverlee onderweg in de auto mijn tijdelijke lijflied geworden, en ik vind het een passende afsluiting van het weeklog:

Ik geloof in tegen bierkaaien vechten
In een wang voor een wang en in een tand voor een tand
En ik geloof in het afstand doen van rechten
In de steun in de rug en in de helpende hand.

En ik geloof in het weerloze, breekbare, kleine
En ik geloof in het genadeloze oog voor detail
En ik geloof in het fijne nog verder verfijnen
In het zout in de wond
En in twijfel gezaaid

En ik geloof in de steen in het stilstaande water
En ik geloof in voor alles en iedereen door het vuur
En ik geloof in verbeelding, ik geloof in theater
En in schilderkunst en in literatuur

En ik geloof in het kanaliseren van woede
En dus geloof ik in spel en dus geloof ik in sport
En ik geloof niet in zekerheid, maar in vermoeden
En in het hart dat bij mij uit wordt gestort.

En ik geloof in ambitie en intuitie
En ik geloof in het zorgenkind
Ik geloof in de toekomst en in de traditie
In de man of de vrouw die de strijd aanbindt.

En ik geloof in afwijkend, ik geloof in bijzonder
En ik geloof in de kont en ik geloof in de krib
En ik geloof in het raadsel, ik geloof in het wonder
ik geloof in compassie, ik geloof in begrip.

En met het risico dat ik voor gek word versleten
Geloof ik dat alles ooit mooi wordt en goed
Met de moed van de wanhoop en tegen beter weten
Blijf ik geloven omdat dat wel moet
Ik blijf maar geloven, omdat dat wel moet
Ik blijf maar geloven
omdat ik wel moet!

Met dank aan alle lezers, critici en supporters, en tot morgen op papier,

Mede namens Jeroen van Merwijk,

Erik van Muiswinkel



De knotsgekke avonturen van Erik van Muiswinkel in Turkije


Pierre van Hooijdonk staat op het terras van zijn villa in de wijk Kandilli, Istanbul, Turkije. Zijn tuin ligt in Azië en geeft via de Bosporus uitzicht op het Europese deel van Istanbul. De miljoenenmetropool ligt letterlijk en figuurlijk aan zijn voeten, maar vanaf deze hoge top hoort hij niets dan een zacht gezoem, een scheepstoeter en wat Turkse vogeltjes. Een vlekkeloze verbeelding van Pierre's situatie. Hij is er om voor zijn gezin en pensioen te zorgen, aan de top te voetballen, en zich verder niet druk te maken. Geen duik in de Oude Bazaar of het reusachtige Taksim-plein, plekken waar hij zich onmogelijk in het wild kan vertonen wegens te veel aanbidding. Gezien de onzekerheid van het voetbalbestaan begint hij niet aan een studie Turks. Voor je het weet woon je weer in Breda -misschien wel bijna zo groot als de wijk Kandilli.
Van Hooijdonk en Istanbul. Daar moest ik het mijne van hebben.


Voetbal Magazine-medewerkers Steven Kooijman en Erik Verhoeven (fotograaf) begeleidden mij op een van de raarste tochten van mijn leven. De drie dagen in Istanbul voelen aan als zes weken. Maar ik leef nog! En ik ga de lezers vertellen hoe één van mijn favoriete voetballers zich staande houdt in het meest voetbalkrankzinnige land van Europa.
Kooijman heeft het reisplan gemaakt, dus ik hoef alleen wat onderbroeken mee te nemen, ben kortom nog nooit zo onvoorbereid aan een ver buitenland begonnen. Het plan is als volgt: wij vliegen naar Istanbul, slapen er een nachtje over, en rijden de volgende ochtend eigenhandig in huurauto naar Ankara, de hoofdstad van Turkije maar desondanks een keer of vijf kleiner dan Istanbul. Dan zien wij zondagavond 19.00 uur de wedstrijd Ankaragucu - Fenerbahce met hopelijk Pierre van Hooijdonk in de spits en de hoofdrol, en daarna rijden wij gezellig met z'n drieën weer terug naar Istanbul. Ik vind alles best en het voorstel (weken voor vertrek) dringt nauwelijks tot mij door. In het vliegtuig maar eens op de kaart kijken: Istanbul - Ankara is 450 kilometer! Door het Turkse binnenland, in verkeersomstandigheden die laten we zeggen niet de Nederlandse zijn, en dat zou allemaal met wat lef best kunnen, maar ook nog terug na de wedstrijd!! Gekkenwerk!
Dan verschijnt ons de Aartsengel Gabriel in Mohammedaanse gedaante. Hij heet Aykut Akici (spreek uit: Aikoet Akidji) en is een collega-fotograaf van Erik Verhoeven. Erik heeft hem een gouden dienst bewezen met een lenzen-affaire, en de Turkse waarden en normen eisen van Aykut dat hij voor ons zorgt. Afwimpelen helpt niet en lijkt al snel onbeleefd: behalve dat hij ons (geheel on-afgesproken) van het vliegveld haalt, staat hij er op ons naar Ankara heen en weer te rijden. Zijn gezin speelt bij deze besluitvorming geen enkele rol. 'Trip to Ankara: six hours minimum! Very tired, you don't know road, very dangerous', bezweert hij ons in zijn beste Engels, wat in zijn land zelfs erg goed Engels is.
Mede doordat hij erbij is, parkeren we de beruchte zondag om vier uur 's middags in een zompige nevelige duisternis naast het '19 mei stadion' in Ankara. Aykut draait het raampje open, blaft de diverse rangen van militairen en politie wat zinnen toe en alle slagbomen gaan open. Hier alleen al hadden wij geen schijn van kans gehad. Aykut verdwijnt in een kantoortje. Tot in de wijde omtrek hoort men zijn luide pleidooien en eisen, en met een brede grijns overhandigt hij ons alle benodigde accreditaties. Van mijn naam was überhaupt niets bekend, en Steven en Erik waren op eigen kracht nooit aan de wel aanwezige papieren gekomen, want geen enkele employee op welk niveau dan ook spreekt een syllabe Engels of Duits.

Buiten is het gemeen koud, mistig en vrijwel donker. We zijn omringd door honderden vijandige schimmen: Ankara-supporters die bloed ruiken. Blauwe en gele zwaailichten strijken spookachtig over de menigte, en vanuit het stadion zelf klinkt nu, drie uur voor de match, al een hels gezang en dof oorlogsgetrommel. Twee witgespoten politie-pantserwagens dragen bij aan de gezellige decembersfeer. Al onze verwachtingen over een wedstrijd in de Turkse competitie worden ingelost. De spelersbus van Fenerbahce wordt door een cordon militairen bij het welkoms-comité weggehouden, en parkeert exact naast het hek waar wij staan te wachten.
Na dagenlang intensief SMS-verkeer roepen wij de levende Pier ban Hooijdonç (een van de veertig manieren waarop zijn naam hier wordt uitgesproken) opgelucht toe. Zijn kamerbrede smile licht op in het donker, en hij neemt tot ergernis van de teammanager zeker vijf minuten de tijd om in deze helse omstandigheden met ons te babbelen over de reis en de kindertjes. Pierre ten voeten uit: volstrekt ontspannen, meester over de situatie. Ik vermoed dat de manager er straks niet eens iets van durft te zeggen.
Een uur later sta ik met een geel-zwarte Pierre van Hooijdonk-shawl te zwaaien in het Fenerbahce-vak. Veiliger dan ik dacht, want er zijn zo'n achtduizend Fener-supporters tegen vierduizend voor Ankara. De meeste Fener-lui wonen trouwens in Ankara zelf… de club is de grootste van Turkije en de supporters zitten overal. Deze mensen zingen en stampen en steken vuurwerk af op een manier waarbij de supporters van Utrecht of Feijenoord verbleken tot klappende ouders bij de F-jes.
Het laatste ritueel voor de match is het staand, massaal en bloedserieus zingen van het Turkse volkslied. Zuiver en met hartstochtelijke overtuiging door alle aanwezigen, bijna een concert. Geen blaaspoep-begeleiding, dat hebben deze mensen niet nodig. (Ik herinner me het hilarische fluitconcert van de Schotten laatst, toen bleek dat wij in de Arena Lee Towers nodig hadden om You never walk alone te zingen.). Twee middenmoters tegenover elkaar. Fener is verplicht afstand te nemen van deze provincialen. Want is Turkije is alles buiten Istanbul provincie, hoofdstad of niet.
De wedstrijd is begonnen. Reis, kou en spanning zijn vergeten. Lekker voetbal kijken.

Pierre van Hooijdonk is sinds zijn magische UEFA-seizoen met Feijenoord één van mijn favoriete spelers geworden. Langzamerhand werden zijn vrije trappen van leuk entertainment tot kokende hoogtepunten die met een zelden vertoond percentage doel troffen. 'Ik wil wel echt voetballen, en niet de Brammetje Loomans van het team zijn' zegt hij later tegen ons. Dat snap ik, maar als hij die rol in het Nederlands Elftal bijvoorbeeld wel zou kunnen vervullen, steevast het laatste half uur, dan winnen we toch gewoon altijd? Want hij trapt ze er gewoon in en ik weet in Europa niemand die dat ook kan.
Bij Fenerbahce is hij oneindig veel meer dan Brammetje Lomans. Hij heeft er vorige week weer twee gemaakt, en zijn populariteit groeit nog steeds. Dat betekent ook moeilijkheden: 'Ik krijg ze de laatste weken niet meer mee, de vrije trappen', vertelt hij net uit de bus. 'Let maar op, de scheidsrechters hebben het hier niet op mij, ik moet echt doormidden geschopt om een vrije trap te krijgen.' Na twee minuten komt de eerste hoge bal zijn richting op. De nummer 3 van Ankara, bijna net zo groot als Pierre, vliegt met zijn volle gewicht in de rug van de gehate aanvaller. Ik voel het in mijn eigen rug. De scheidsrechter (verder overigens niet slecht!) wuift 'doorspelen' alsof er pluisje is geblazen. Het geelzwarte vak, wat dan inmiddels vier uur non stop heeft staan zingen, wordt razend. In de rest van de wedstrijd krijgt Pierre twee keer na een dergelijke botsing een vrije trap, ver van de goal overigens. Ik denk dat de nummer 3 hem twintig keer de ruggegraat heeft proberen te breken.
In het Fener-team valt meteen het klasseverschil op tussen Rebrov, de Oekraiener die na zijn gloriejaren naast Sjevtsjenko hier als rechtshalf afbouwt, en de meeste anderen. Regelmatig vallen zijn bedoelingen in het water. Pierre vertelt de volgende dag dat hij Rebrov graag naast zich in de voorhoede zou zien, maar trainer Daum laat de Rus lang niet altijd spelen. Op een dag als vandaag is 'ie bovendien hard nodig op het middenveld. Van Hooijdonk zelf zit niet echt lekker in de wedstrijd, verre passes komen bijna standaard niet aan en het spel is rommelig. Tot Rebrov een vrije trap hard voor de goal slingert en Pierre zijn beroemde kapsel ertegenaan zet. Als een kogel slaat de kopbal in: 0-1. Wij krijsen mee voor Fener, en vliegen de Turkse vriend naast ons om de hals: als door een wonder net iemand die wel een woordje Engels spreekt, en die wij voor aanvang verbijsterd hebben door te vertellen van onze band met Pierre. 'Pierre promise us: three goals today!' Jaja, zien we hem denken, maar de eerste ligt er wel na 32 minuten in.
Bij elke tegencorner heerst Van Hooijdonk in eigen strafschopgebied, hij sleurt en raust, en op slag van rust wordt na een duel met hem zijn ruggebreker, nr. 3,
per brancard afgevoerd. De man wandelt vervolgens moeizaam op eigen benen de spelerstunnel in, maar de boodschap is aangekomen. Rust: 0-1, de stemming is hoog, de laag gepelde pistachenootjes op de grond heeft onze enkels bereikt. De man met de zoutjes en de theeketel beklimt voor twintigste keer onze steile tribunetrap, maar blijft opgewekt.

Intussen zitten in Istanbul op hun hoge heuvel echtgenote Corina en zoon Sydney (bijna vier!) naar het platte reuzenscherm aan de wand te kijken. De wedstrijd is live op TV, misschien wel op drie netten tegelijk, want Turken zijn verslaafd aan voetbal op TV. Het aantal Hans Kraayen en Johan Derksens dat ik in drie dagen langs heb zien komen met hun analyses is niet bij te houden. Ze zien er overigens alle dertig uit als uit als Vincente Del Bosque, de vorige trainer van Real Madrid. Aan één vaste imitator hebben ze genoeg in de Turkse Kopspijkers.
Sydney weet exact wat papa doet, is zelf een fanatiek voetballer en heeft alleen moeite met de herhaling van de goals op TV. Zijn kijk op het aantal doelpunten van papa is daarom iets te rooskleurig. In de eerste helft is hij al bij vijf kopballen door het lint gegaan.

Na rust lijkt Fener alleen maar sterker, en dan zal je zien dat de goal aan de andere kant valt. Pierre zelf werkt een bal bijna van de doellijn, schiet daarbij hard tegen een medespeler op, en via diens knie knalt de bal het eigen doel in. De aanvoerder van Ankara, die daar globaal in de buurt staat, aarzelt geen seconde, sprint krijsend weg met zijn shirt over het hoofd, werkt achtereenvolgens de noord en oost-tribunes af waar zijn supporters zitten en eindigt met een knuffelronde langs bestuur en technische staf. Het doelpunt wordt om verdere problemen te voorkomen door de speaker ook aan de bedrieger toegeschreven. Van Hooijdonk maakt deze scenes vaak mee, zij het dat dit geen typisch Turks fenomeen is. Overal worden vetes vereffend of beëindigd, dan wel gelijken gehaald tijdens de juichmomenten. Maar waarom Wesley Sneijder speciaal hem moest hebben na de openingsgoal tegen Schotland, daar is hij vrij nuchter in: 'ik stond toevallig vooraan en met zijn formaat zal hij in mij wel een prettig houvast hebben gezien.'
De wetten van het voetbal dringen zich bij 1-1 genadeloos op. Fener is van slag, ontsnapt in vijf minuten nog drie keer aan een goal en er wordt nu hard en grimmig gespeeld. Op dat moment, tijdens allerlei consternatie over vermeend onrecht, wordt Pierre haast ongemerkt onderuit gehaald. Opeens valt het stadion een milliseconde stil. Men beseft dat er is gefloten, ziet in een flits de afstand tot de goal (een goeie 25 meter) en ziet Pierre al aan z'n kousen trekken. Als op slag is het stadion elektrisch geladen. Het zal toch werkelijk niet… Kooijman merkt scherp op dat 'hij ze juist graag wat verder buiten de 16 heeft, om ze meer vaart te kunnen meegeven'. Iets wat de meester zelf later aan de lunch bevestigt, vergezeld van een kort college voetenstand-ten-opzichte-van-de-bal. Hij schiet ruim over de brede Ankara-muur heen, de bal daalt onmiddellijk daarna en gaat laag in de rechterhoek zonder dat de keeper zelfs in de buurt is geweest. Het stadion ontploft andermaal. Aykut en Erik klikken zich op het veld digitaal een ongeluk om het typische wegloop-gedrag van Pierre vast te leggen. Het is typerend voor Van Hooijdonk dat hij niet alleen de eerste de beste vrije trap erin kogelt, maar dat het ook op een cruciaal moment in de wedstrijd gebeurt. Fener is bevrijd en maakt er nog twee, begeleid door alle Pi-air yells die er inmiddels ontwikkeld zijn, en waarvan veel deuntjes ons heel bekend voorkomen. Op zeker moment, middenin een prachtige op en neer-spring sessie, roept onze Turkse buurman: 'Who not jump is homosexual!' Wij springen dus maar dubbel enthousiast door en zwaaien de Pierre-shawl tot ruim na het laatste fluitsignaal: 1-4, tweemaal Big Pete, en dus morgen een goed humeur.

Laat in de tweede helft viel ons oog op een stuk zeil dat vlakbij de cornervlag, waar Ankara een hoekschop nam, in het gras zat. Het bleek onze eigen Aykut te zijn, die zijn foto's vast aan het ordenen was, en ze per laptopsatelliettelefoon zat door te seinen.Vanwege de regen was hij midden tijdens de match letterlijk onder zeil gegaan. Daar hadden wij zelf nou wel een foto van willen maken.

In de Oosteuropees aandoende catacomben regelen Erik en Aykut hun professionele zaken, de laptops snorren, en tot onze verbazing rijden we al voor tienen Ankara weer uit. Het is laat om het hele eind terug te gaan rijden, maar het was de moeite waard. Na een uur zie ik in de verstikkende duisternis het bord: ISTANBUL 380. Dat doet pijn. Vlak daarna begint de sneeuwstorm. Ankara ligt hoog, er zijn zelfs wintersportoorden in de buurt. Aykut stuurt en valt terug naar 50, 60 km. per uur. Wij schatten, uitgeput, onze aankomst op zeven uur morgenochtend. Het valt gelukkig mee, we rodelen met honderdzestig over de hellingen waar iets minder sneeuw ligt naar beneden, en vallen verstijfd van angst en kou om half vier in bed. Pierre is groot, maar Aykut is groter!

De volgende dag vinden wij, met hulp van drie verschillende taxi's die allemaal een stukje van de route blijken te kennen, het trainingscomplex van Fener. Prachtig geboend marmer, gekrulde snorren alom, ook aan de muur waar kampioenen uit de jaren dertig prijken, en midden tussen die glorie verschijnt Van Hooijdonk gekleed in een handdoek. En dan mogen ze nog van geluk spreken, want hij is een van de weinigen die naakt doucht, de rest gaat er bezwembroekt onder.
Van Hooijdonk rijdt ons door het Turkse verkeer naar een rustig restaurant. Als een bobslee laat hij zijn Jeep door de tolpoortjes denderen, waar hij met een pasje electronisch geregistreerd wordt. Het verkeer in Istanbul is één lange aflevering van Blik op de Weg, maar Pierre heeft zich al lang aangepast. Ogen dicht en genieten maar. 'Ongelofelijk, wat ze hier allemaal doen' grijnst hij, en doet hetzelfde. Hij kent de weg verbluffend goed, maar geeft toe: 'als ik één verkeerde zijstraat insla kom ik nooit meer thuis'.
De eigenaar, zijn familie en het volledige personeel van het uitstekende restaurant kondigen drie uur lang de staat van beleg af als Pierre binnenstapt. Hij speelt pas een half seizoen bij Fener, maar hij is al Ruud Krol in Napels. Op zeker moment wil hij puur uit belangstelling weten hoe wij bepaalde kaasballetjes bij ons brood moet voegen. De menigte Turkse gastheren maakt eruit op dat hij de kaas niet lust. Voor er ontslagen vallen sussen wij de zaak, dan is er begrip. Als ze heel even weg zijn zegt Van Hooijdonk: 'en ik lust dus inderdaad geen kaas.' Van de stad heeft hij nog nauwelijks iets gezien bij daglicht. Eén fraaie moskee, waar hij vanuit een soort VIP-ruimte toekeek bij het gebed. Een man kreeg hem in het vizier en stootte een ander aan. Het bidden ging door, maar één voor één gluurden alle gelovigen nu achterom om een glimp op te vangen van de Wereldse Verlosser uit Steenbergen.
Hij vertelt over de mateloze behulpzaamheid en gastvrijheid van de Turken, maar voegt er aan toe: 'ik heb nu makkelijk praten. Als je naar je eerste buitenlandse club gaat (bij hem Celtic) en je bent nog geen ster, is het honderd keer zwaarder. Dan moet je het allemaal zelf uitvinden, en zijn er veel die hopen dat je het niet redt.' Hij kan zich in de hiërarchie van Fener nu prima redden, ook omdat hij na gisteren bovenaan staat op de Turkse topscorerslijst. Maar hoe gekker men is in voorspoed, hoe harder er geoordeeld wordt als het tegenzit.
Fener moet zich flink herstellen om dit seizoen Besiktas nog te kunnen achterhalen, en met keepers- en verdedigingsproblemen ziet hij dat niet makkelijk gebeuren. 'Het zijn technisch allemaal goeie voetballers en ze zien het ook wel, maar niet in grote lijnen; tot een meter of vijf om hen heen. We moeten veel en slim trainen, dan kan het nog goed komen.' En een terugkeer van de ongelukkige Barcelonaganger, Held van Turkije en Fenerbahce, doelman Rüstü, zou ook geen kwaad kunnen...
Turkije - zeventig miljoen inwoners- stikt het van het piepjonge talent. Als ik uit mijn hotelraam kijk zie ik twintig scholiertjes voetballen, en dat ziet er prima uit. Van Hooijdonk denkt dat het land een goudmijn is, als men aan het kader gaan werken. Van een gestructureerde landelijke jeugdopleiding is hem nog niets gebleken. Werk genoeg voor pioniers uit Zeist.
Bij Pierre thuis zien we kleuter Sydney de dagelijkse één tegen één -partij tegen papa met 10-9 winnen. Hij dribbelt en schiet als een zevenjarige. De winnende goal had Pierre best tegen willen houden, maar hij vergist zich in de snelheid van de bal en hoopt dat wij dat niet zien… Er komt een Van Hooijdonkloos tijdperk aan, maar wij vermoeden dat dat slechts een jaar of vijftien hoeft te duren.

Op de terugweg in het vliegtuig -Aykut heeft ons langs pompstation en autverhuurbedrijf geleid, beide godzijdank bemand met friends van hem- lees ik de zin over die een Turkse krant naast een enorme kleurenfoto van Pierre afdrukte: 'frikik golü atan Hooijdonk, sahanin superstandydi!!' Geef ons in Portugal nog een paar porties Frikik, Dick!

Met dank voor het leven aan:
Aykut Akici
Pierre van Hooijdonk
Erik Verhoeven
Steven Kooijman.

No problem, my friends!


< terug <