Interviews


Diederik Van Vleuten interviewt James Taylor

Kleinkunstenaar en muzikant Diederik van Vleuten is een hele grote fan van James Taylor.
Hij was dan ook blij dat hij z'n held mocht interviewen. Hier volgt zijn verhaal.
Of hoe een pantoffeldiertje en een muzikale mamoet elkaar vinden.

In de middag van de 10e september 2002 loop ik om twee minuten over vier nerveus de bar binnen van het Hilton Hotel in Amsterdam. Ik zoek een plekje uit, open mijn tas en pak er mijn blocnote uit. Bovenaan de eerste pagina staat geschreven: interview James Taylor. Daarna volgen een groot aantal vragen, met even zovele doorhalingen, toevoegingen, verbeteringen en uitroeptekens.
Ik lees ze voor de zoveelste keer door. Wat doe ik hier eigenlijk?

Singer/songwriter James Taylor was begin September twee dagen in Nerderland on in het Amsterdamse Carre op te treden en zijn nieuwe, vijftiende studio-album te promoten. Zou het niet eens leuk zijn als JT geïnterviewd zou worden door iemand die niet alleen een groot fan is maar zelf ook in de "showbizz" actief is? En die eigenlijk alles is behalve een journalist? Natuurlijk was dat een mooi idee. En voor mij was het niet minder dan de verwezenlijking van een jongensdroom. Dus ik zei onmiddellijk ja.
Maar toen het Grote Moment met de dag dichterbij kwam vroeg ik mijzelf steeds vaker af wie ik nou helemaal was en wat precies mijn wapenfeiten waren. Want hoe lang mijn C.V. ook mocht zijn en hoeveel ik in mijn eigen kleine wereldje misschien bereikt mocht hebben, ik was natuurlijk een pantoffeldiertje vergeleken bij de muzikale mammoet die ik over een uur zou mogen ontmoeten.
Daar kwam bij dat ik nog nooit van mijn leven iemand had geïnterviewd. Een zeer grondige voorbereiding was van levensbelang. De twee Taylor biografieën had ik in de kast staan en woord voor woord gespeld: Fire and Rain van Ian Halperin en het onvolprezen Long Ago and Far Away van Timothy White. Ik kende de akkoorden van al zijn liedjes in iedere gewenste toonaard. Ik wist ook welke muzikanten wanneer welk nummer hadden ingespeeld. Wat ik niet had was gedegen opnameapparatuur. En dus spoedde ik mij naar de firma RAF om mijzelf een portable DAT- recorder, een hypergevoelige richtmicrofoon en bijbehorende koptelefoon aan te schaffen. Een en ander voor de meeneemprijs van 914 Euro.
De jonge verkoper vroeg waar het voor was.
"Een interview", zei ik.
"Zo, dan zal het wel met niet met Manke Nelis zijn", antwoordde hij.
"Nee", zei ik, "met James Taylor".
Daar had hij nog nooit van gehoord.

Als opwarmer voor D-Day toog ik op maandagavond 9 september samen met 1800 andere liefhebbers naar Carré. Het concert was binnen twee uur uitverkocht maar ik had mij door een combinatie van puur geluk en goede connecties een plaatsje naast het mengpaneel weten te bemachtigen.
Om tien over 8 ging het zaallicht uit en verscheen de Grote Meester onder luid gejuich ten tonele, gekleed in een kaki broek en een lichtblauw poloshirt. Na vier jaar was hij weer terug in Amsterdam, met zijn gitaar en met zijn stem die door een journalist van The Times nog onlangs omschreven was als 'a voice, touched by the sun en kissed by the moon'. Een paar korte buigingen en de Taylortrein was vertrokken. Met een band van wereldklasse: op bas Jimmy Johnson, op gitaar Michael Landau, op toetsen Larry Goldings (Clifford Carter, was vanwege een overvolle agenda tijdelijk afwezig) en op drums de grootste kers op de taart: Steve Gadd, die andere levende legende.
Opvallend genoeg ontbraken de achtergrondzangers. Een verarming was het niet. De liedjes, tot hun essentie terug gebracht, bleven stuk voor stuk meer dan overeind. Het was nog beter dan vier jaar terug.
Na afloop van het concert werd ik uitgenodigd om mee backstage te gaan om JT de hand te schudden. Ik twijfelde even, maar besloot om toch maar meteen naar huis te gaan. Ik kon een paar uur slaap goed gebruiken. Maar slapen deed ik niet.

Ik ben al ruim een half uur in de bar van het Hilton Hotel als ik hem opeens zie zitten, op welgeteld 2 meter en 23 centimeter van mij vandaan. Hij zit in een comfortabele stoel bij de openhaard. Af en toe staart hij naar buiten over het water, neemt voorzichtig een slokje thee of bladert wat in zijn agenda.
Er gaat een golf van opwinding door mijn maag. Daar zit een van mijn allergrootste muzikale helden en ik kan hem bij wijze van spreken zo aanraken. Daar zit de singer-songwriter die mij nog geen 24 uur geleden weer eens ernstig had doen twijfelen aan de geldigheid van mijn eigen artistieke bestaan door niets anders te doen dan aan het eind van het concert in zijn eentje Sweet Baby James te zingen, met een stem die me nog steeds door merg en been gaat. The first of December was covered with snow. And so was the turnpike from Stockbridge to Boston.
Ik kan mijn ogen moeilijk van hem afhouden. Hij ontroert mij. Hij is zo verschrikkelijk gewoon in alles. Alleen al zijn kleding die volkomen in tegenspraak is met zijn status van superster: een simpele zwarte trui, een blauw verschoten spijkerjasje, een beige katoenen broek, bruine laarzen en een ronde bril die hij tijdens zijn concerten nooit draagt maar die hem buiten het podium de allure geeft van een boekenverkoper of een leraar Klassieke Talen. Misschien kun je zeggen dat hem gelukt is wat in zijn vak en op zijn niveau vaak zo moeilijk is: hij is zichzelf gebleven. Door al die lange jaren heen. Alleen zijn kapsel is veranderd: zijn haar is grotendeels verdwenen. Ik voel met hem mee.
Ik pak mijn blocnote en neem nog een keer mijn vragen door. Als ik een moment later weer opkijk is hij verdwenen.
Niet lang daarna word ik door een medewerkster van Sony opgehaald en naar de Sony Boardroom gebracht. Ik test voor de laatste keer mijn apparatuur. Ik smeek God dat de techniek mij niet in de steek laat. Ik ga zitten en wacht af.

De deur gaat open. Eerst verschijnt zijn personal assistent, daarna het Sonymeisje en tenslotte JT zelf. Ik veer op uit mijn stoel. Hij is toch nog langer dan ik dacht. We worden aan elkaar voorgesteld. Ik prevel iets dat het mij een voorrecht is. Een glimlach.
De huisregels: ik krijg een half uur. Vijf minuten voor het einde zal ik een seintje krijgen om het gesprek te kunnen 'afronden'. Dan worden we alleen gelaten. De deur gaat dicht. Een oorverdovende stilte, voor even. De ijsbreker. Ik complimenteer hem met zijn grootse optreden.
''Leuk dat je er ook was. Het is inderdaad een geweldige band. Er gaat veel tijd zitten in de voorbereiding. Soundcheck, stemmen, zorgen dat je stem in goede conditie is, dat de set goed gerepeteerd is. Een hoop saai werk in feite, maar als het eenmaal loopt dan is het zo'n genoegen om met deze mensen te mogen spelen. Het niveau is zo hoog, ze pakken alles zo op.''
Hij spreekt met liefde over zijn muzikanten, iets wat hij tijdens het gesprek nog vaak zal doen.
''Ik ben ook blij dat ik eindelijk op tour ben met Steve Gadd. Hij heeft op diverse platen van me gespeeld maar samen touren was een oude droom. Maar ja, hij heeft het druk. Je moet achter hem aan blijven zitten. Eigenlijk heeft het me jaren gekost om deze band bij elkaar te krijgen.
Je moet je muzikanten kunnen vertrouwen in muzikaal opzicht. Hoe meer je ze kunt vertrouwen hoe meer ruimte je ook kan laten. Dat is het geheim: hoe meer ruimte je laat, hoe meer de luisteraar kan horen. Mijn bandleden kunnen spelen wat ze willen maar ze voelen zich niet te groot om alleen maar te spelen waar een nummer om vraagt en meer niet. Doseren is moeilijk, maar niet met deze band. They can make the song work. Dat is geen gering talent.
Op een of andere manier heb ik me altijd omringd met topspelers, in de studio en op tournee. Het is een geschenk, niets minder dan dat."

Met welke muziek bent u opgegroeid?
"Er was thuis veel muziek: jazz, veel folk, maar ook theatermuziek, Broadway musicals: Rodgers and Hammerstein, veel Cole Porter, Irvin Berlin en Frank Lasser. Ik hou nog steeds van die muziek, ik ben er zeker door beïnvloed. Liedjes als Mean Old Man, maar ook ouder werk zoals Don't Let me be lonely tonight, Sweet Patatoe Pie, Valentine's Day zijn in feite geen popsongs. Ze doen eerder denken aan de dertiger en veertiger jaren. Ik put uit vele bronnen en op October Road doe ik dat zeker.
Als ik de songs op die plaat overzie dan is er een Hoagie Carmichael of Cole Porter song: Mean old Man. The 4th of July is in feite een bossa nova, zeker vanwege de complexe harmonieën.
Caroline I see you voelt als een movietheme uit de sixties, een Henry Mancini song.
Ry Cooder had het nummer October Road kunnen schrijven in de jaren zeventig. Hij speelt er ook dan op mee. September Grass is mellow California James Taylor. Belfast to Boston heeft Keltische invloeden, Carry Me on my way klinkt heel southwestern, Baby Buffalo heeft native american percussie en zang in zich. Mijn muziek komt overal vandaan. Daarom begrijp ik mijn critici niet die zeggen dat ik al jaren hetzelfde klink. Volgens hen zou ik nooit veranderen. Terwijl ik volgens mij niets anders doe. Ik probeer zo veel mogelijk paden in te slaan. Maar omdat ik uiteindelijk altijd gitaar speel en mijn stem altijd op dezelfde manier gebruik, met dezelfde techniek en vaardigheid, is er een continuiteit. Dát blijft inderdaad hetzelfde."

Godzijdank wel. Hij heeft de punk, de new wave, de grunch, de disco, de 80-er jaren synthesizer pop en de house met verve overleefd.
[lacht]"Dat is exact de goede term: overleefd. Hebben we dat niet allemaal?"

Bestaat er een definitie van een James Taylor-song?
"Ik ben geneigd altijd weer dezelfde 12, 13 liedjes opnieuw te schrijven. Dat doet iedere schrijver volgens mij. Het zijn variaties op vertrouwde thema's. Een lied over verlies en acceptatie, een lied over relaties, liedjes die een goede stemming teweeg brengen, groove songs, en liedjes die een politiek statement in zich hebben. Ik schrijf ze niet vaak maar af en toe komen ze langs. Belfast to Boston bijvoorbeeld."

Hoe gaat dat 'schrijven'?
"Er zijn twee manieren van schrijven. Er is dat gelukzalige moment van inspiratie. Je zult het zelf ook kennen. Opeens is het idee er, of dat ene akkoord. Het lijkt uit de lucht te vallen, het komt op je af. Dat is een geschenk. Je probeert in die fase zoveel mogelijk van het lied te pakken te krijgen. En dan is er de fase waarin je naar een, zeg maar, gewijde plek gaat en met het lied aan de slag gaat. Daar is niets romantisch aan. Dat is hard werken, een hoop lege tijd ook, waarin je moet zorgen dat je niets anders aan je kop hebt. Ik heb een klein kantoor waar ik werk. Zonder telefoon bijvoorbeeld."

Tussen het vorige album Hourglass en October Road zaten 5 lange jaren......
"Dat is zo, ja. Maar er was geen haast. Dit is mijn 15e album. Ik wil niet iets op de markt brengen dat niet goed is. Die eis stel ik mezelf. En die vrijheid krijg ik gelukkig van de platenmaatschappij. Uiteindelijk willen ze natuurlijk ook gewoon dat ik doe waar ik goed ben: het maken van James Taylor songs. Er was even een idee voor een Kerst Album. Heel even. I just couldn't do it."

Toch bevat October Road een heus kerstlied: Have Yourself A Merry Little Christmas. Een lied dat pas 500 keer is opgenomen, onder meer door Frank Sinatra.
"
Het was een spur of the moment thing. We waren in de studio aan het werken aan Mean Old Man en het stond er snel op, inclusief de mooie solo van Larry, en we dachten nu de jongens toch hier zijn en geboekt, laten we nog iets proberen, het maakt niet uit wat. We hadden een gitaar arrangement van het liedje, we probeerden wat en het lukte. Het lied werd uitgebracht een maand na de aanslagen van 11 september. Dat was helemaal niet de bedoeling maar toen we het lieten horen aan een paar vrienden barstten sommigen in tranen uit. Dat zette me aan het denken. De platenmaatschappij heeft een kleine 800 kopieën laten maken en die vervolgens rondgestuurd naar radiostations. Het vond bijzonder veel weerklank. Dat is ook wat het is: een lied van hoop op betere tijden. Het zegt in feite: wees niet verdrietig dat we deze kerst niet bijeen kunnen zijn, we vieren het nu heel klein maar volgend jaar zijn we weer met zijn allen bij elkaar. Het is een simpel statement. Sinatra zong: until then hang a shining star upon the highest bow. Ik voelde meer voor het origineel: until then we have to muddle through somehow. Het past meer bij deze moeilijke tijden. En meer bij mij misschien.
[Hij zwijgt even.] Het heeft troost in zich, dat lied. Een element van rouw en acceptatie. En in het proces van acceptatie kom je voorbij de rouw. Het helpt je er doorheen. Dat doen droevige liedjes. Je komt in het reine met je verdriet. Het gaat niet weg, maar het zet het in perspektief. Dat soort liedjes helpen je droevig te zijn.

En daarmee lijkt Have Yourself.... opeens een echte Taylor-song.
"
Ik voel mij zeer gevleid."

Ik omarm al jaren de stelling dat je pas een goede componist bent als je ook een goede bridge kunt schrijven. Iedereen schrijft wel eens een goed couplet of een goed refrein, maar de bridge is andere koek. Benieuwd of de meester dat ook vindt.
Hij denkt lang na. Er verschijnt een glimlach van oor tot oor. "Daar heb ik nooit over nagedacht maar ik denk dat je wel degelijk gelijk hebt.
Jij noemt het de bridge. We noemen dat tegenwoordig de release. Het heeft een functie. Het zet de rest van het lied in een perspectief. Het probeert even een stapje opzij te doen. Daarom moet het je een alternatief bieden, niet alleen in de tekst maar zeker ook in de muziek. Het moet iets anders zijn, iets verrassends. Dat is hard werken. En dan: hoe kom je weer terug in het couplet of refrein? Als het lukt ben je in de hemel." De mooiste Taylor-bridge is volgens mij die van The Frozen Man, van het album New Moon Shine. "Dat je die noemt! zegt Taylor. Daar ben ik in het bijzonder trots op. Een van mijn best geslaagde stukken." The Frozen Man verhaalt van een man die gevonden wordt in het Noordpoolijs nadat hij daar meer dan honderd jaar lag ingevroren. De Bevroren Man maakte deel uit van een expeditie die op zoek was naar een doortocht van de Noordwestkust van Amerika via de Noordpool naar de Atlantische Oceaan, de beruchte Northwest Passage. Taylor laat hem na honderd jaar ontdooien, waarna hij opgelapt wordt en zich in onze tijd moet zien te redden. "In de release zingt de Frozen Man: It took a lot of money to start my hart, to peg my leg, to buy my eye. Hij wordt tot leven geroepen. Maar wel met een vals been, een kunsthart en een bionisch oog. The newspaper call him state of the art. Maar als kinderen hem zien barsten ze in tranen uit." Hij lacht zelf nog steeds om een lied dat al bijna 20 jaar oud is. "Er zat nog een tekst in die de definitieve versie niet heeft gehaald. The Frozen Man wordt gevraagd wat hij van onze tijd vindt. Want we moeten onze eigen tijd allemaal geweldig vinden, niet ? Hij zegt:
People ask my opinion of the current day and wait around what I might say.
I say peneceline and LSD and the rest of the shit means nothing to me.
"
Ik weet natuurlijk waar ik over zing, haha.

Bestaat er zoiets als de ultieme James Taylor-song? De song die alles zegt en alles samenvat? De kroon op het werk?
"
Ik denk als ik geen liedjes meer schrijf en op mijn carriere terugkijk ik mezelf eerder zou afvragen op welke song ik het meest trots zou zijn. Ik denk dat ik er dan een paar zou noemen." Ik ben hem voor en noem Never Die Young, een van mijn favorieten.
They were ring around the rosy children
They were cirkels around the sun
Never give up, never slow down
Never grow up, never ever die young.
"
Dat is er absoluut een van. Het heeft een verteller die kijkt naar een geïdealiseerd stel. Je weet niet of ze overleven of niet. Er is een suggestie dat ze misschien gestorven zijn. Je weet niet of ze over zijn gegaan in een ander leven, of ze aan de andere kant van de dood zijn gekomen, of dat ze simpelweg ontkomen zijn aan het leven waar de verteller zich hopeloos in gevangen voelt.
Er is een verschil tussen degene die het zingt en degenen die worden geïdealiseerd. En de idealisatie is droevig. Het lied klinkt vrolijk maar het heeft iets zeer droefs. Daar ben ik goed in.
Het klinkt onbescheiden als dat ik dat zeg maar ik heb niet het gevoel dat ik het zelf heb geschreven. Ik heb het gevoel dat ik het gehoord heb, dat ik de eerste was. Ik heb dat met zoveel nummers. Jij weet ook dat er geen hoger gevoel is wanneer zoiets moois door je piano of pen tot je komt.
Het is als een wonder, dat zoiets jou overkomt." Ik kan het alleen maar zwijgend beamen. "The Frozen Man is ook goed. En Only a dream in Rio ook. Enough to be on your way hoort ook zeker in dat rijtje. Maar ik denk ook dat ik ook steeds blijf terug komen bij Sweet Baby James en Carolina in my mind. Er is iets met die nummers. Toen ik ze geschreven had, had ik voor het eerst echt het gevoel goed op weg te zijn. Ik had eindelijk in mijn leven iets te pakken. Als zoiets gebeurt met je.. Ook al flopt het nummer en doet het niets, de eerste keer dat je ze hoort, je gaat zitten, schrijft ze op, je speelt ze, je zet er akkoorden onder, de melodie komt er aan en de song zet zichzelf in elkaar. dan voel je iets.. ik weet niet.. dat is zo bevredigend. Je denkt: ik kan het. Ik kan het echt.
Want dat is het enige dat telt met songwriting, helemaal voor iemand als ik die nooit enige training heeft gehad: je pretendeert dat je het kan, je bent 16 jaar oud, je pretendeert dat je alles kan, je bent een idioot. Je pretendeert. En dan, door toeval of stom geluk blijk je het te kunnen.
En dat was het: puur geluk, een buitenkans dat ik in staat was een paar liedjes te schrijven.

De deur gaat open. Het Sonymeisje laat weten dat mijn tijd er bijna op zit. Ik kijk beteuterd. Ik heb nog zoveel te vragen.
"Jammer dat we dit gesprek niet kunnen voortzetten, dat spijt me echt. Ik kan er dagen over praten.
Laten we volgende keer verder gaan bij een diner. Ik zou dat echt leuk vinden."
Dit is geen Amerikaanse vorm van beleefdheid. Hij meent het oprecht. Ik ben ontroerd.
Maar ik heb nog een kado voor hem. Het is een boek met de titel: The Search for the Northwest Passage en gaat over alle expedities die in de loop der eeuwen geprobeerd hebben de doorgang van Noord-Amerika naar de Atlantic te vinden. Net als The Frozen Man, die in het ijs zo jammerlijk aan zijn einde kwam en zo'n dankbaar gespreksonderwerp was.
Ik had er thuis al een opdracht in geschreven:
For James Taylor, who wrote the Frozen Man and always found a passage.
In admiration and gratitude.
"Dat is mooi: always found a passage. Daar gaat het om. Ik weet niet . ik voel me gevleid. Ik dank je zeer."
We moeten afscheid nemen, maar niet nadat hij op mijn verzoek Long Ago and Far Away van Tomothy White heeft gesigneerd. Hij pakt een pen en slaat de eerste pagina open. Hij denkt lang na. Dan schrijft hij iets op en geeft het boek gesloten terug.
We gaan tenslotte samen op de foto, leunend tegen de muur. Het is allemaal even mooi als onwerkelijk, nog steeds.
Een laatste groet, een laatste handdruk. We zwaaien. Ik loop de kamer uit, de gang en de lobby door en dan sta ik buiten. Ik stap in een taxi die mij naar de Kleine Komedie moet brengen waar ik die avond moet optreden.
Op de achterbank gezeten kijk ik lange tijd zwijgend voor me uit. Als we langs de Amstel rijden zie ik aan de overkant Carre liggen. Dan sla ik het boek open en lees ik wat hij heeft geschreven. Ik krijg een brok in mijn keel.
For Diederik. Not an interview, it turns out, but a brother.

 


< terug <