Mannen
van de Wereld | Mannen op de Maan | Mannen met Vaste Lasten
In vijf jaar
tijd maakten Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten onder
de artiestennaam Van Muiswinkel en Van Vleuten drie
cabaretprogrammas: Mannen van de Wereld, Mannen op de
Maan en Mannen met Vaste Lasten. Drie programmas in vijf
jaar: dat lijkt weinig, en dat is het ook. Maar wie de gebundelde
teksten in dit boek leest, beseft dat er aan deze woorden aandacht
is besteed. Als Marcel van Dam (Erik) uitlegt dat de Aboriginal
met wie hij discussieert een minderwaardig mens is, dan is dat
retorisch piekfijn in orde. Als Boudewijn Büch (Diederik)
het ei van de op één-na-laatste dodo op het eiland
Tituhatu vindt, dan gebeurt dat in volzinnen waar geen flinter
leutige improvisatie bij zit.
Diederik en Erik
zijn Mannen van het Woord. De woorden waarmee Diederik in het
Huisje van de Vaste Lasten beschrijft hoe de Laatst Opgeslagen
Document-toets zijn leven verwoestte, de woorden waarin de Tibet-hausse
in een Annie Schmidtprijswinnend lied wordt geschoren, de woorden
waarmee Gerard Reve en zijn Matroos (Erik en Diederik) het naderend
einde van een tijdperk bezweren
die woorden verdienen
een boek.
De Mannen-programmas
waren niet modieus. Ze gingen minder over Robert Jensen dan
over Captain Cook, minder over viagra dan over wijn. Geen woord
over Idols, wel een heel lied over Armstrong, Aldrin en Collins.
De naam Wouter Bos zult u vergeefs in het register zoeken, terwijl
Jan Pronk niet van de bladzijden te slaan is. Je zou kunnen
zeggen dat Van Muiswinkel en Van Vleuten een paar jaar achterlopen.
Dat willen ze graag zo houden. Wat echt mooi is, blijft altijd
mooi, en wie een hart heeft wil het mooie bewaren. Dat kan het
beste in een boek.